Groene stroom kiezen

energie-verte_Fotolia_Eyematrix_950px.jpg

 

Standaardstroom wordt geproduceerd door centrales die gebruik maken van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas of steenkool) of kernbrandstof. Die productie zorgt ofwel voor de uitstoot van broeikasgassen en andere vervuilende stoffen (NOx, SO2, fijn stof,…), of brengt radioactief afval met zich mee.

Wetende dat er voor 1 kilowattuur elektriciteit ongeveer 3 kwh geproduceerd moet worden door een centrale (door verliezen tijdens de productie en het transport), kunnen we ons een beeld vormen van de omvang van de uitstoot!

De productie van hernieuwbare (of ‘groene’) energie brengt echter nauwelijks of geen uitstoot van broeikasgassen met zich mee (in het geval van biomassa spreken we over een ‘CO2-neutrale uitstoot’ ; zie verder).

Overschakelen op groene energie zal dus een zeer grote impact hebben op uw CO2-uitstoot, op het klimaat en op het milieu. Het is bovendien heel eenvoudig: je hoeft alleen maar een papier te ondertekenen bij de groenestroomleverancier van uw keuze. Hij zal de overstap in orde brengen. Voor de vergelijking van de voorwaarden van de verschillende leveranciers kan je terecht op:

  • de internetsites van de gewestelijke regulatoren:
    • de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt: VREG
    • de Brusselse regulator Brussel Gas en Elektriciteit: BRUGEL
    • de Waalse commissie voor energie: CWaPE
  • de website http://mijngroenestroom.be : deze biedt ook een ‘score’ van alle Belgische leveranciers van groene stroom

 

Hernieuwbare energieën in het kort

In tegenstelling tot de energie die in de bodem opgeslagen is (zoals aardolie, aardgas en steenkool), waarvan de voorraden eindig zijn en bij de verbranding broeikasgassen vrijkomen, worden de hernieuwbare energieën geleverd door natuurlijke elementen zoals wind, water, aarde, de zon en organisch materiaal, die per definitie ‘onuitputtelijk’ zijn en waarvan de productie weinig of geen afval of vervuilende uitstoot oplevert. De zon is de belangrijkste motor van die energiebronnen want ze heeft een invloed op de getijden, de luchtstromen, de groei van planten, enz.

De bronnen van hernieuwbare energie worden ondergebracht in vijf grote families:

 

panneaux_PV_123rf_10447178_450px.jpg

Zonne-energie 

Zonne-energie kan op 2 manieren aangewend worden: ofwel gebruikt men de energie van het zonlicht (fotovoltaïsche energie die omgezet wordt in elektriciteit), ofwel de warmte van de stralen (thermische energie voor de productie van warm water).

eolien_123rf_44204869_Zych_.jpg

Windenergie 

Windenergie is de energie van de wind, die op zijn beurt geproduceerd wordt dankzij de zon. De zon verwarmt de aarde en de lucht die zich nabij het aardoppervlak bevindt. De lucht zet uit, wordt lichter en stijgt. Door te stijgen creëert de lucht een ‘zuigeffect’ ter hoogte van de grond, en haar plaats wordt ingenomen door koude lucht. Deze luchtverplaatsing (wind) kan windmolens aandrijven die op hun beurt elektriciteit opwekken.

hydro_moulin--eau_450px.jpg

Hydro-energie 

Hydraulische energie is – onder andere – het aanwenden van de drijfkracht van waterlopen of watervallen. Via turbines (bv. in stuwdammen) wordt elektriciteit geproduceerd. Het gaat om de tweede grootste bron van hernieuwbare energie ter wereld. 

geothermie_123RF_Pilens-Photo_450px.jpg

Geothermische energie 

Geothermische of aardenergie is de winning van warmte die is opgeslagen in de ondergrond. Die energie kan gebruikt worden om ofwel warmte ofwel elektriciteit te produceren. Er zijn tal van toepassingen mogelijk, afhankelijk van de gebruikte technieken, de noden en vooral de benodigde temperatuur.

biomasse_Fotolia_Bigbeef_450px.jpg

Bio-energie (biomassa, biogas en biobrandstoffen) 

Tijdens hun groei absorberen de planten (via het proces van de fotosynthese) de energie van de zon en wordt organisch materiaal (biomassa zoals hout) aangemaakt. Deze biomassa kan verbrand worden of door vergisting omgezet worden in biogas, dat op zijn beurt verbrand kan worden. Bij deze verbranding komt energie vrij, die ofwel in beweging omgezet wordt (bv. in een auto) ofwel in elektriciteit (bv. in een centrale). Bij dit verbrandingsproces komt uiteraard ook CO2 vrij, maar aangezien dit gas eerder - tijdens de groei – uit de lucht is opgenomen, kunnen we spreken van een ‘CO2-neutrale’ cyclus.