Koken

couvercle_123rf_Kazoka_950p.jpg

 

Voeding vertegenwoordigt 1/3 van onze ecologische voetafdruk. Anders gezegd, elke maaltijd die wij eten, komt overeen met 4 tot 5 kg CO2. Voedingsmiddelen zijn namelijk rijk aan grijze energie, want vóór ze bij ons terechtkomen, zijn er voor de teelt, de productie en het transport diverse energiebronnen nodig. Daarom wordt dit ook « verborgen energie » genoemd, in tegenstelling tot de directe energie die wij verbruiken om voedingsmiddelen te bereiden, te koken of ze thuis te bewaren.

Enkele energiebesparende tips die je kunt toepassen vóór de voedingsmiddelen op uw bord komen :

 

couvercle_123rf_Kazoka_450p.jpgGebruik enkel kookpannen met een vlakke bodem. Ze verdelen de warmte onmiddellijk en gelijkmatig. Deze tip is vooral bedoeld voor elektrische kookplaten. Kies ook voor een diameter die is aangepast aan de grootte van de kookplaat (en best zelfs iets groter is).

Zet steeds een deksel op uw kookpannen, want hierdoor verbruikt u aanzienlijk minder energie. Met een deksel op uw kookpan zul je 2 keer minder energie verbruiken. Zo vermijd je dus warmteverlies, maar zal je vooral tijd winnen. Zorg er ook voor dat er geen onnodige lucht in de oven stroomt door de deur gesloten te houden.

Gerechten bereiden :

  • doe je idealiter in een snelkookpan (drukpan): hiermee vermindert de kooktijd met 40 tot 70%! Dit is een doeltreffende bereidingswijze: de voedingsmiddelen worden immers gekookt op een hogere temperatuur, waardoor de kooktijd verkort en er dus minder energie wordt verbruikt.
  • stomen is ook erg efficiënt, aangezien de voedingsmiddelen (in een stoommandje) op één warmtebron worden geplaatst. 
  • wokken is ook energiebesparend, want alle voedingsmiddelen worden gekookt in één pan op dezelfde warmtebron.
  • zet het vuur lager zodra bv. het water kookt, want het zal op dezelfde temperatuur blijven (max. 100°C).

Gerechten opwarmen doe je beter in een microgolfoven dan in een traditionele oven. Een microgolfoven verbruikt namelijk 5 keer minder energie. Maar om voedsel te ontdooien, bestaan er betere middelen. Gebruik je microgolfoven dan enkel in uitzonderlijke gevallen en als allerlaatste oplossing.

Meestal is het voorverwarmen van een oven niet nodig, behalve wanneer je taarten of soufflés maakt.

Laat diepgevroren voedingswaren ontdooien in de koelkast. Het koude pak zal de ‘warmte’ in de ijskast opslorpen, waardoor de temperatuur automatisch zal dalen. Hierdoor kan je opnieuw energie besparen. Bovendien is dit een veilige methode om diepgevroren vlees of vis te ontdooien. Een praktisch nadeel is dat het langzaam gaat. Leg het voedsel daarom de avond voor het wordt bereid vanuit de diepvriezer in de koelkast. Ontdooien in de microgolfoven is alleen voor “noodgevallen”.

Het is vanzelfsprekend, maar hoe verder uw koelkast van kooktoestellen staat, hoe minder energie ze zal verbruiken. Zet bovendien nooit warme gerechten in een koelkast of diepvriezer. Hierdoor warmt de binnenruimte immers op, wat leidt tot overmatig energieverbruik. Laat warme gerechten eerst afkoelen voor u ze in de koelkast zet. Zo voorkomt u bovendien ijsvorming en dus nieuw overmatig energieverbruik.

Alle voedingswaren op de juiste plaats 
In de meeste koelkasten– met uitzondering van deze met een “no frost”-functie (geventileerde koude) – zijn er verschillende temperatuurzones. De koudste zone bevindt zich in het algemeen vlakbij het koelelement (bovenaan in klassieke koelkasten, onderaan in gecombineerde modellen met 2 deuren). Bij de plaatsing van voedingsmiddelen hou je daar best rekening mee :

  • In de koudste zone (0 tot +5°C) : vlees, vis, charcuterie, verse melk en alle melkproducten, sauzen, gebak, bereide schotels onder vacuüm, verpakte rauwkost.
  • In het middengedeelte (+5 tot + 7°C) : bereide producten (vlees, vis, groenten en soepen), rood fruit, aangebroken melk en room.
  • In de groentebak (+8 tot +10°C) : groenten en fruit, kazen.
  • In de deurvakjes (met regelmatige temperatuurwissels tussen +5 en +15°C) : boter, eieren, aangebroken sauzen, drank.

Regel de thermostaat zodanig dat de in de handleiding vermelde temperaturen bereikt worden. Dit kan je nagaan door het plaatsen van een thermometer in een glas water gedurende een nacht.

CO<sub>2</sub> UitstootVeeteelt veroorzaakt een zeer hoge uitstoot van broeikasgassen en heeft een aanzienlijke impact op het milieu. De herkauwers (koeien, geiten en schapen) stoten immers methaan uit tijdens hun vertering: ongeveer 18% van de Belgische uitstoot is toe te schrijven aan de veeteelt (gemeten in CO2-equivalent). Methaan, met een opwarmend vermogen dat 21 keer hoger ligt dan bij CO2, komt voor 80% voort uit de landbouw en de veeteelt (cijfers voor België in 2005). Dit gas is verantwoordelijk voor ongeveer 20% van het huidige broeikaseffect.

Legende: de productie van 1 kg kalfsvlees komt in termen van broeikasgassenuitstoot overeen met 220 km afgelegde afstand met de wagen. Lam: 180 km, rund: 80 km, varken: 20 km en kip: 10 km.

In termen van voedingsbehoefte bestaan er andere bronnen van eiwitten: granen (tarwe, rijst, maïs,…), peulgewassen en groenten die rijk zijn aan plantaardige eiwitten (linzen, soja, bruine bonen, flageoletten, bonen, kikkererwten, spliterwten, quinoa,…). Ons vleesverbruik verminderen en als consument kiezen voor kwaliteitsproducten (gelabelde keten, met lokale veeteelt) vormt in fine een belangrijke stap om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Onze gezondheid zal er eveneens wel bij varen!

agriculture_123RF_Udra_450px.jpgVerse producten verdienen duidelijk de voorkeur, want diepvriesproducten zijn erg energieverslindend. Naast de energie die nodig is voor de productie, moeten zij tot hun gebruik worden bewaard op –18°C (transport en opslag). De gassen die worden gebruikt om de koude te produceren, hebben een heel hoog opwarmend vermogen.

Ook seizoensgebonden groenten en fruit zijn beter voor het klimaat: voor de gedwongen teelt in serres is immers veel energie nodig. Schaf je een seizoenskalender aan voor groenten en fruit, om de beste keuzes te maken. Vandaag bestaan er tal van etiketterings- en labelsystemen die deze keuzes kunnen bemoeilijken. Vraag gerust raad aan de handelaar! Op korte termijn zal de Europese Unie ons een duidelijke en leesbare etikettering opleggen.

De biologische landbouw maakt het bovendien mogelijk om fruit en groenten te kweken zonder het gebruik van meststoffen en pesticiden. De productiemethoden hebben meer respect voor het milieu en worden streng gecontroleerd. In het geval van seizoensproducten is het prijsverschil tussen traditionele en biologische producten bovendien miniem. Ook hier kunt u zich wenden tot de handelaar om hem te laten weten dat u graag « bio op uw bord » heeft.

Emissions

 

Wanneer je de keuze heeft, is het beter om voedingsmiddelen te kopen die in België of West-Europa werden geproduceerd en een beperkt transport nodig hebben. Voor de aankoop van fruit en groenten uit verre landen kies je best producten die worden vervoerd met meer milieuvriendelijke vervoermiddelen Dit is meer bepaald het geval voor houdbare voedingsmiddelen die met de boot worden vervoerd, zoals ananassen, bananen, uien, enz. De handelaars moeten de herkomst van verse producten zo duidelijk mogelijk vermelden.






Legende : Om 1 kg sinaasappelen van Spanje naar België te vervoeren, bedraagt de CO2-uitstoot 60 g voor het transport per boot, 2000 g voor het transport per vrachtwagen en 3000 g per vliegtuig.


Misvattingen uit de wereld helpen…

Het is niet omdat een product uit een ver land komt, dat het meer energie zal verbruiken…. Enkele voorbeelden :

  • 1 kg Belgische tomaten, gekweekt in een verwarmde serre = 0,8 l aardolie of 2,3 kg CO2.
  • 1 kg asperges uit Guatemala (vliegtuig) = 1,8 l aardolie of 5 kg CO2
  • 1 kg appelen uit Nieuw-Zeeland (boot) = 0,1 l aardolie of 0,3 kg CO2

panier_123rf_kzenon_450px.jpg
Aangezien we vaak te weinig tijd hebben om « boodschappen te doen » en te koken, kiezen we voor voorverpakte of zelfs voorverwerkte groenten en fruit (gehakt, gewassen, gesneden,…). Al deze voorafgaande stappen zijn door de verpakking en de verwerking erg energieverslindend. Door de omzetting van voedingsmiddelen kunnen een aantal voedingswaarden en –kwaliteiten bovendien verloren gaan. Wij moeten voortdurend de strijd aanbinden tegen deze trend die ons naar oplossingen doet grijpen die makkelijk lijken voor ons verbruik, en « opnieuw leren » koken met onbewerkte producten. Dit zal ook het milieu en onze gezondheid ten goede komen.


Bovendien doe je best je boodschappen met een mand of recycleerbare zak. De klassieke - en nu in onbruik geraakte - plastic wegwerpzakken moeten uit het winkelbeeld verdwijnen. Voor de productie en de verwijdering ervan is veel energie nodig. Bovendien brengen ze veel schade toe aan het milieu wanneer ze worden « achtergelaten ».

Wanneer wij boodschappen doen, komen wij vaak in de verleiding om overbodige producten te kopen. De marketing en reclame doen er alles aan om ons te stimuleren om steeds meer te consumeren. Naar schatting wordt ongeveer 15% van al onze voedingsaankopen nodeloos verspild en in de vuilnisbak gegooid! Ons discipline opleggen wanneer wij boodschappen doen door onze aankopen te beperken tot wat we echt nodig hebben, met porties die aangepast zijn aan het gezin, is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor onze portemonnee.

Waarom zou je bijvoorbeeld voor een pakje boter met de auto naar de supermarkt gaan als de buurtwinkel je een gelijkwaardig product aanbiedt dat maar iets duurder is? Bij de keuze tussen de buurtwinkel, de plaatselijke markt, verkoop bij de producent en het grootwarenhuis moet zowel rekening worden gehouden met de vervoersdimensie als met het zoeken naar producten die de bovenvermelde kwaliteiten respecteren. De keuze ligt bij ons!

 

Enkele kerncijfers

10 kg de hoeveelheid gerst die nodig is om 1 kg vlees te produceren
78% het percentage landbouwgrond in de wereld dat wordt gebruikt voor de productie van dierenvoeder en voor de veeteelt
80x de verhouding tussen de productie van 1 kg rundvlees en 1 kg graan wat de uitstoot van broeikasgassen betreft
90% de hoeveelheid sojateelt die bestemd is voor veevoeder
270g de hoeveelheid vlees die een Belg (gemiddeld) per dag eet. De aanbevolen hoeveelheid bedraagt 75 tot 100 g.
300 het opwarmingsvermogen van stikstofmonoxide (de stikstofhoudende mest die wordt gebruikt in de landbouw) (CO2 = 1)
770 kg de gemiddelde hoeveelheid voedingsmiddelen die wij jaarlijks eten
1000 m² de vermindering van je ecologische voetafdruk die je kunt realiseren door 1 x per week vlees te vervangen door plantaardige eiwitten