Internationale samenwerking

Het team “Internationale Samenwerking” van de dienst Klimaatverandering is verantwoordelijk voor de internationale dimensie van het federale klimaatbeleid.

Dit team:

  • beheert het federale aankoopprogramma van emissierechten en geeft andere overheidsinstanties advies over het compenseren van CO2-uitstoot (offsetting)
  • draagt actief bij aan de internationale klimaatonderhandelingen, met name over :
    • de evaluatie en bijsturing van de 3 marktmechanismen van het Kyoto Protocol, nl.:
      • de handel in emissierechten tussen de industrielanden
      • het mechanisme voor schone ontwikkeling (Clean Development Mechanism of CDM)
      • het mechanisme voor gezamenlijke uitvoering (Joint Implementation of JI)
    • het conceptualiseren - in het kader van een nieuw klimaatakkoord - van nieuwe mechanismen die onder meer het nationaal beleid in ontwikkelingslanden ondersteunen, zoals bv. bij nationale mitigatie-acties – NAMA’s
    • de uitwerking van een mechanisme om de tropische ontbossing tegen te gaan (REDD+).
  • ondersteunt klimaatbeleid in ontwikkelingslanden via een aantal concrete projecten, met name in Rwanda en Mozambique
  • werkt samen met de Belgische ontwikkelingssamenwerking voor de transversale integratie van klimaatverandering in het beleid. Hoewel ontwikkelingslanden het minst bijgedragen hebben aan de opwarming van de aarde, ondervinden ze er wel de meeste gevolgen van. Tegelijkertijd beschikken deze landen over de minste middelen om zich aan te passen. Klimaatverandering zal dus de problemen die deze samenlevingen en economieën nu al ondervinden, naar alle waarschijnlijkheid versterken en hun verdere ontwikkeling bemoeilijken.Klimaatverandering stelt ontwikkelingslanden en de inspanningen in het kader van ontwikkelingssamenwerking voor verschillende uitdagingen:
    • Wat de aanpassing aan de klimaatverandering betreft, is het belangrijk de veerkracht (de weerbaarheid) te helpen verhogen van de gemeenschappen, economieën en landen die het meest te lijden hebben onder de klimaatverandering. In dit kader past ook de zogenaamde “climate proofing” van bestaande ontwikkelingsprogramma’s waarbij deze programma’s zodanig ontworpen worden dat ze rekening houden met en anticiperen op het veranderende klimaat en de impact ervan.
    • Naast een optimale aanpassing aan klimaatverandering is het belangrijk dat de ontwikkelingslanden zelf voor een duurzaamgroen’ ontwikkelingspad kiezen. Ontwikkelingssamenwerking kan hierin een ondersteunende rol spelen.
    • Ook is er nood aan verdere capaciteitsopbouw en institutionele ontwikkeling zodat de minst ontwikkelde landen kunnen inspelen op de financieringsopportuniteiten die het complexe internationale klimaatregime biedt om de hierboven vermelde uitdagingen van aanpassing en duurzame ontwikkeling aan te gaan. Internationale ondersteuning is bv. beschikbaar voor de ontwikkeling van Nationally Appropriate Mitigation Actions (NAMAs), maatregelen rond het programma Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation (REDD+), CDM-projecten, enz.