Het Belgisch klimaatbeleid

Door de federale staatsstructuur is het Belgisch klimaatbeleid een vrij ingewikkeld gebeuren: de bevoegdheden zijn verdeeld tussen de gewesten en het federale niveau, en er zijn meerdere beslissingsorganen en beslissingsprocessen bij betrokken.

De federale structuur houdt tevens in dat de nationale reductiedoelstelling van 7,5 % (ten opzichte van de emissieniveau in 1990) slechts kan gerealiseerd worden via een lastenverdeling tussen het federale en het gewestelijke niveau.

In deze rubriek komt vooral het beleid op nationaal en op federaal vlak aan bod (voor het klimaatbeleid van de gewesten verwijzen we door naar hun websites (zie kader onderaan). Aandacht gaat uiteraard ook naar de concrete realisaties.

Zo ontvingen bv. de grote industriële installaties via een toewijzingsplan reeds emissierechten, die beheerd worden in een nationaal register voor broeikasgassen. Hierdoor wordt ook een systeem van emissiehandel mogelijk.

Naast de “interne” maatregelen op eigen bodem wil de federale overheid de nationale reductiedoelstelling helpen bereiken door de aankoop van emissierechten via investeringen in projecten in het buitenland (de zogenaamde JI/CDM-projecten).

Dat het beleid ook op lange termijn werkt, blijkt uit het voorbereidend werk voor het “post-Kyoto-tijdvak”, de periode na 2012.

Een geregelde (en verplichte) rapportering laat toe het Belgisch klimaatbeleid te evalueren en bij te sturen.

 

Klimaatbeleid in de gewesten