Adaptatie

Adaptatie is het proces van aanpassing aan het huidige of toekomstige klimaat en aan zijn effecten, om de nefaste gevolgen ervan af te zwakken of gunstige opportuniteiten te benutten. Adaptatie beoogt het nemen van de nodige maatregelen om de kwetsbaarheid van de menselijke en natuurlijke systemen voor de gevolgen van klimaatverandering te verminderen.

De federale overheid beschikt in verscheidene sectoren over een reeks bevoegdheden en hefbomen voor aanpassingsmaatregelen.

De federale bijdrage aan het Nationale Klimaatadaptatieplan (op 28 oktober 2016 door de Ministerraad goedgekeurd) beoogt de activatie van deze hefbomen en instrumenten om een gecoördineerd adaptatiebeleid op federaal vlak te voeren. De federale bijdrage identificeert 12 federale adaptatiemaatregelen om tegemoet te komen aan de nood om :

  1. de capaciteit te versterken om de risico’s verbonden aan de impact van de klimaatverandering beter te kunnen evalueren en om er beter te kunnen op anticiperen en reageren (uitbreiding van de kennis),
  2. te anticiperen op de risico’s en ze te beperken, en om eventuele voordelen van de klimaatverandering te maximaliseren.

De in verband met deze bijdrage voorgestelde maatregelen passen in de optiek waarbij het element “adaptatie aan klimaatverandering” wordt geïntegreerd in twee sectoren: het transport en het crisisbeheer. Verder bevat het plan ook transversale maatregelen die te maken hebben met de coherente integratie van de adaptatie in verschillende domeinen/beleidslijnen en met sensibilisering voor en inzicht in de uitdagingen.

Deze bijdrage is met name gebaseerd op een verkennend onderzoek over de federale bijdrage aan een coherent beleid op het vlak van de aanpassing aan de klimaatverandering, dat werd verricht op initiatief van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.  

Ze past in het kader van het Nationaal Adaptatieplan en maakt deel uit van de federale strategische langetermijnvisie inzake duurzame ontwikkeling die is goedgekeurd in mei 2013, en meer in het bijzonder doelstelling 32: “België zal aangepast zijn aan de directe en indirecte gevolgen van de klimaatverandering.”

Er zijn al een aantal federale transversale maatregelen genomen (zo wordt er bv. rekening gehouden met adaptatie in de impactanalyse van wetgevingen en bij het opstellen van een “guidance document” ter attentie van de auteurs van strategische milieubeoordelingen, van plannen en programma’s en van milieu-effectenbeoordelingen op zee om ervoor te zorgen dat er meer rekening wordt gehouden met klimaat in deze strategische milieubeoordelingen en effectenstudies) en een aantal sectorale maatregelen: 

Verschillende programma’s leveren een bijdrage aan de versterking van de basiskennis over de adaptatie aan klimaatverandering op federaal niveau: 

Het onderzoeksprogramma ‘Science for Sustainable Development-SSDresulteerde in een reeks projecten die verband houden met klimaatadaptatie (ADAPT, CCI-HYDR and PLURISK, CLIMAR, MACCBET, ECOSRISK, MERINOVA, GroWaDRrisk, ...)..

De nieuwe onderzoeksprogramma BRAIN-be voor onderzoek en innovatie (Belgian Research Action through Interdisciplinary Networks) is opgebouwd rond thematische pijlers waaronder as 2 (geosystemen, heelal en klimaat) waar verschillende relevante onderzoeksaspecten voor klimaatadaptatie kunnen aan bod komen.  Dit is het geval bv. voor projecten zoals :

  • MASC onderzoekt de relatie tussen klimaatverandering en veranderingen van de ruimtelijke ordening om de regionale klimaatmodellen voor België en West-Europa te verbeteren
  • PAMAXEA streeft naar een beter begrip van de klimaatevolutie, de extreme klimaatgebeurtenissen en de impact ervan op de waterbeschikbaarheid in Oost-Afrika
  • STOCHCLIM streeft naar een beter begrip en een betere beschrijving van de belangrijkste fysische processen in de klimaatmodellen (in het bijzonder de watercyclus)
  • Cordex.be (COmbining Regional Downscaling EXpertise in Belgium: CORDEX and beyond) : wil  de Belgische onderzoeksactiviteiten op het vlak van de klimaatmodelvorming verenigen om een coherente wetenschappelijke basis te creëren voor het leveren van klimatologische diensten in België

Verschillende klimatologische projecten worden gefinancierd in het kader van het programma STEREOIII (programma voor de observatie van de aarde per satelliet), zoals ADASCIS (project gericht op de ontwikkeling van een informatie- en evaluatiesysteem voor landbouwschade) of FLOODMOIST (project dat bestudeert hoe de radarobservaties van de bodemvochtigheid en de uitgestrektheid van overstromingen kunnen worden geïntegreerd in de voorspellingssystemen voor overstromingen).

De federale wetenschappelijke instellingen voeren bovendien wetenschappelijk onderzoek uit en voorzien daarnaast in andere diensten zoals gegevensverstrekking en het verschaffen van producten:

  • het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) beschikt over een enorme knowhow op het vlak van meteorologie en klimatologie (observaties, voorspellingen, statistische analyse enz.), en ontwikkelt samen met de KULeuven, de UCL en het VITO een regionaal model en klimaatscenario’s voor België
  • de Operationele Directie Natuur van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN): verzamelt talrijke gegevens, in het bijzonder m.b.t. de ecologische koolstofbalans en de zuurtegraad van de zeewateren
  • het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie voert onderzoek op het vlak van ruimte-aeronomie, observeert essentiële klimaatvariabelen (broeikasgassen, aerosolen) en ontwikkelt modellen m.b.t. de samenstelling en de chemie van de atmosfeer
  • het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) is belast met de diagnose, het verzamelen van gegevens en het wetenschappelijk onderzoek inzake nieuwe besmettelijke ziektes
  • het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) neemt deel aan kweekprogramma’s om het verdwijnen van soorten te voorkomen en beschikt over kennis i.v.m. de impact van klimaatverandering op de biodiversiteit
  • het Koninklijk Hoger Instituut voor Defensie (Studiecentrum voor Veiligheid en Defensie) voert trendanalyses uit in alle domeinen die een impact kunnen hebben op conflicten met een militaire dimensie
  • het Energieobservatorium voert onder meer prospectieve studies uit om de veranderingen en de verdeling van de elektriciteitsvraag te analyseren
  • de Koninklijke Sterrenwacht van België bestudeert onder meer de zonneactiviteit

 

 

De klimaatverandering is vanaf 2008 uitdrukkelijk als prioriteit in het Belgische beleid voor ontwikkelingssamenwerking opgenomen. De nieuwe wet op ontwikkelingssamenwerking (gepubliceerd op 19 maart 2013) voorziet in de transversale integratie van de bescherming van het leefmilieu en de natuurlijke hulpbronnen in alle interventies, met inbegrip van de strijd tegen klimaatverandering, droogte en wereldwijde ontbossing.

Om de integratie van de klimaatverandering te vergemakkelijken, werd een onderzoeksplatform (‘KLIMOS’) gecreëerd in 2009. Dat platform, een consortium van verschillende Belgische universiteiten die samenwerken met een netwerk van universiteiten in het Zuiden, helpt de capaciteit van de Belgische ontwikkelingssamenwerking en haar partners uit het Zuiden op het vlak van klimaatverandering verder uit te bouwen, zowel wat mitigatie als wat adaptatie betreft. In 2014 werd het onderzoeksplatform herdoopt tot het Academic Research Group for Policy Support (ACROPOLIS) en uitgebreid. Dit nieuw platform is beoogt de wetenschappelijke ondersteuning voor de ontwikkeling van het beleid en van know-how in 4 domeinen:

  1. Duurzaam beheer van Natuurlijke Rijkdommen
  2. Duurzame energie en infrastructuur
  3. Goed bestuur voor het leefmilieu en duurzaamheid
  4. Opvolging en evaluatie van milieuduurzaamheid

KLIMOS heeft zich onder andere toegelegd op de uitwerking van een toolkit om de integratie van het milieu in de activiteiten van de Belgische ontwikkelingssamenwerking te bevorderen. Dit instrument zal geëvalueerd en aangepast worden en het gebruik ervan zal gestimuleerd worden.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking voert verschillende acties voor capaciteitsopbouw over klimaatadaptatie en ontwikkeling et werkt met verschillende actoren on klimaatadaptatie te integreren in ontwikkelingssamenwerking. DGD werkt samen met verschillende actoren om klimaataanpassing te integreren in de Belgische samenwerking. 

 

Bilaterale samenwerking

 De prioritaire sectoren van de Belgische bilaterale samenwerking -waarin klimaatverandering geïntegreerd moet worden- zijn bij wet vastgelegd: landbouw, infrastructuur, opleiding en vorming, en gezondheidszorg. Zo steunt België bijvoorbeeld, in samenwerking met Denemarken, een programma om de landbouw in Oeganda op te waarderen. Daarin wordt klimaatverandering specifiek geïdentificeerd als een risico waar rekening mee moet worden gehouden. Op soortgelijke wijze bevordert de Belgische ontwikkelingssamenwerking de uitvoering van het Nationaal Adaptatie Actieplan van Burundi door de ondersteuning van inspanningen van het Instituut voor Agronomische Wetenschappen van Burundi inzake de versterking van de kwaliteit en kwantiteit van de nationale landbouwproductie.

 

Multilaterale samenwerking 

België levert – vooral via bijdragen aan de algemene budgetten (core funding) - steun aan talrijke multilaterale partnerorganisaties die de strijd tegen de klimaatverandering als een van hun prioriteiten beschouwen. Zo steunt België bijvoorbeeld het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP). Ons land levert ook belangrijke steun aan het Global Environment Facility (GEF), en dit niet alleen via de verplichte bijdrage aan het algemene fonds daarvan maar ook door bij te dragen aan de fondsen die specifiek aan de klimaatverandering zijn gewijd.

Daarnaast speelt de federale overheid ook een belangrijke rol in het kader van de Belgische doelstellingen inzake klimaatfinanciering. Haar bijdragen waren namelijk goed voor het leeuwendeel van de doelstellingen van ‘Fast Start’-financiering (2010-2012) en van de internationale klimaatfinanciering na 2012 van België. Zo heeft de federale overheid van 2010 tot 2012 78 miljoen euro financiële steun gegeven aan de strijd tegen de klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Een belangrijk deel van die som werd specifiek gebruikt voor de financieren van adaptatieactiviteiten. Deze steun wordt sindsdien verdergezet. 


Indirecte hulp

Door niet-gouvernementele organisaties en wetenschappelijke instellingen te steunen, zowel in het Noorden als in het Zuiden, draagt België bij aan verschillende projecten en programma’s rond onder meer de adaptatie aan de klimaatverandering. Ons land steunt bijvoorbeeld het Rode Kruis bij programma’s rond capaciteitsopbouw in Burkina Faso, Burundi, DR Congo en Rwanda. 

 

Het behoud van een goed werkend gezondheidssysteem en de ondersteuning van kwetsbare personen en mensen die in hachelijke omstandigheden verkeren (efficiënte thuisdiensten voor isolementbestrijding, noodopvang in het ziekenhuis, toegang tot zorgverlening, toegang tot schuilplaatsen zoals groenvoorzieningen, bos enz.) verhogen de weerstand van de sector tegen de klimaatverandering.

Bovendien dragen verschillende specifieke maatregelen bij tot de adaptatie aan de klimaatverandering, namelijk:

  • om de hittegolven en de eraan verbonden risico’s voor het volledige Belgische grondgebied tegen te gaan, heeft de federale overheid samen met de gewesten en de gemeenschappen ‘een hittegolf- en ozonpiekenplan’ uitgewerkt in het kader van het nationale actieplan voor milieu en gezondheid (NEHAP). Door de zesde staatshervorming zijn de regionale overheden bevoegd voor het ozon- en hitteplan. In de alarmfase neemt de federale overheid nog een coördinerende rol op (meer info).
  • de selectie van indicatoren die moeten toelaten de mogelijke effecten van klimaatverandering op de gezondheid van mens en dier op te volgen (studie van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV)“Climate change and health, set-up of monitoring of potential effects of climate change on human health and on the health of animals in belgium”, 2009)
  • versterking van de veiligheid van de voedselketen: onderzoek (CODA/CERVA) en controles (AFSCA)
  • identificatie van en toezicht op de gezondheidsrisicofactoren die beïnvloed worden door de klimaatverandering:
  • Belgisch aerobiologisch surveillancenetwerk (monitoring van pollen en schimmelsporen) (WIV)
  • verplichte verklaring door dokters in het geval van nieuwe besmettelijke en vectoriële ziektes
  • MODIRISK-programma (2007-2011) dat streeft naar de inventarisering van endemische en exotische muggen in België. In navolging op dit project werd een pilootproject voor toezicht op exotische muggen in België opgestart in 2012 (dat pilootproject ligt in de lijn van een initiatief van het Europees centrum voor ziektepreventie en -bestrijding). Een groep ‘gezondheid / muggen’ werd opgericht om het luik ‘menselijke gezondheid’ van het ‘controle’-plan op touw te zetten: monitoring en controle.
  • uitroeiing van de nieuwe vectorziektes: het MODIRISK-programma bracht aan het licht dat er in België twee soorten exotische muggen aanwezig zijn (waaronder de Aedes japonicus, een exotische muggensoort die tropische ziektes kan overbrengen, zoals het West-Nijlvirus en andere soorten van virale hersenontsteking). Na die bevestiging zorgde de FOD Volksgezondheid mee voor de financiering van de uitroeiing van de Aedes japonicus.

Meer informatie over de gevolgen van de klimaatverandering op de gezondheid

 

Noodplanning en crisisbeheer

Verschillende bestaande maatregelen en procedures dragen bij tot een beleid dat is aangepast aan de klimaatverandering, zoals:

  • het crisiscentrum beheert de noodhulp op federaal niveau, evenals het opstarten van de federale noodplannen
  • informatiebeheer tussen de verschillende partijen betrokken bij de noodplanning en het crisisbeheer, zowel op gemeentelijk, provinciaal als op nationaal en gewestelijk niveau
  • het algemene systeem van noodplanning treedt in werking op gemeentelijk, provinciaal of federaal niveau zodra zich een ramp voordoet
  • er bestaan noodplannen en specifieke actieplannen voor bosbranden, overstromingen
  • BE-Alert : waarschuwingskanalen voor de bevolking in geval van crisis
  • het systematisch verzamelen van gegevens over natuurrampen (bv. EM-DAT database in geval van rampen, opgesteld door het Centrum voor Onderzoek van de Epidemiologie bij Rampen)
  • het verzamelen van informatie/ervaringen na interventies/incidenten

 

Defensie

Defensie is actief op het vlak van het nationaal crisisbeheer tijdens natuurrampen als de civiele capaciteiten opgebruikt of niet beschikbaar zijn.

België beschikt reeds over B-FAST (Belgian First Aid & Support Team, dat deels ondersteund wordt door Defensie) voor snelle dringende hulpverlening in geval van een humanitaire crisis of ramp in het bui

 

Voor meer informatie :