De klimaattop in Marrakech : eerste stappen in de implementatie van de Overeenkomst van Parijs

COP22-Marrakech.jpg

De vorige klimaattop (COP21, december 2015) in Parijs leidde tot een bindend akkoord (de Overeenkomst van Parijs), dat voor elk van zijn thema’s (mitigatie, adaptatie, capaciteitsopbouw en financiering) een hoge ambitie nastreeft en een dynamiek van geregelde opwaartse bijstelling van de ambities voorziet.

De 22ste conferentie van de Partijen van het VN-Klimaatverdrag (COP.22), die van 7 tot 18 november 2016 in Marrakech doorging, moest dan ook in de eerste plaats leiden tot implementatie en tot onmiddellijke actie.

 

Drie uitdagingen bepaalden dan ook de inhoud van deze top:

  1. De operationalisering van de Overeenkomst van Parijs en de uitwerking van een “rulebook” : 
    De Overeenkomst van Parijs mandateert de verdere uitwerking van regels voor de verschillende onderdelen van het akkoord. Het gaat hierbij onder meer om de modaliteiten voor de nationale doelstellingen (NDCs), regels voor transparantie van actie en steun, aanrekenbaarheid, het regime inzake naleving en het bevorderen van implementatie, het toekomstige marktmechanisme, het mechanisme inzake capaciteitsopbouw, adaptatie-informatie en de 5 jaarlijkse opwaartse bijstelling van de ambities (global stocktake). Dit werk werd gemandateerd aan een specifieke Ad Hoc Werkgroep inzake de Paris Agreement (APA) maar ook aan de bestaande subsidiaire organen van het Klimaatverdrag (SBI en SBSTA) en aan de specifieke organen zoals gecreëerd voor adaptatie, technologie en financiering.
     
  2. Een snelle inwerkingtreding van de overeenkomst : 
    Doordat er in 2016, o.m. dankzij President Obama en VN-Secretaris-generaal Ban Ki Moon, een bijzonder sterk momentum ontstond rond de ondertekening en snelle ratificatie van het akkoord, was de Overeenkomst van Parijs al voor deze COP officieel in werking getreden (zie news). Hierdoor dienden er ook afspraken gemaakt te worden die een inclusieve besluitvorming garanderen bij de opmaak van het “rulebook”: landen die nog in het ratificatieproces zitten, dienen volwaardig betrokken te blijven in de besluitvorming tot op het moment van de mogelijke afronding van het rulebook in 2018.
     
  3. De agenda voor actie tussen nu en 2020 : 
    In Parijs was ook overeengekomen om het actieplan voor het verhogen van de ambitie in de periode voorafgaand aan 2020 verder te zetten. Inhoudelijk werd dit actieplan ook verbreed met adaptatie en financiering. Met de Global Climate Action Agenda, die onder impuls van Frankrijk en Peru tot stand kwam, werden ook alle niet-gouvernementele actoren in een brede actie-agenda betrokken. Het Marokkaans Voorzitterschap had voor COP 22 al beklemtoond nadruk te willen leggen op de uitdagingen voor Afrika, concrete korte-termijninitiatieven op het vlak van landbouw, adaptatie, water en financiering, een versterking van de capaciteitsopbouw, en duidelijkheid over de wijze waarop de doelstelling van de klimaatfinanciering (100 miljard US $ tegen 2020) door ontwikkelde landen nageleefd wordt.

 

Resultaten

1. Verdere stappen inzake het rulebook

Omdat deze werkzaamheden zich nog in een beginfase bevonden, ging het er vooral om de inhoudelijke discussies in de eerste week van de conferentie op te starten en duidelijkheid te creëren voor volgende stappen.

Onder APA werden er 2 facilitatoren ingezet voor elk van de 5 grote thema’s: mitigatie, adaptatie, rapportering, de vijfjaarlijkse ambitiecyclus (global stocktake) en het mechanisme inzake het faciliteren van implementatie en het bevorderen van naleving. De discussies en het werk van de facilitatoren leverden voorlopig non-papers op die vooral een inventaris zijn van de noden en die een compilatie bevatten van de geformuleerde standpunten. De conclusies van Marrakesh organiseren de volgende stappen door voor elk van deze thema’s een aantal specifieke elementen op te lijsten die in een volgende stap moeten uitgeklaard worden, en door werkafspraken te maken voor de volgende sessies.

De andere subsidiaire organen complementeren dit werk op het vlak van het rulebook voor aspecten zoals het nieuwe marktmechanisme, capaciteitsopbouw, Loss & Damage en technologie.

Belangrijk is ook dat onder de agenda van de Conferentie van de Partijen en van de Conferentie van de Partijen bij het Kyoto Protocol gelijkaardige discussies plaatsvonden en uitkomsten werden bekomen inzake klimaatfinanciering. Het meest in het oog springende hierbij was de discussie over het adaptatiefonds, waarbij er sterke steun was om te Marrakesh al bevestiging te geven dat dit fonds ook onder de Overeenkomst van Parijs zal aangewend worden en nu in overgang vaak gevoed wordt met financiering vanwege de EU (met een opvallende grote bijdrage vanwege Belgische overheden).

Marrakesh er in geslaagd om het werk te versnellen en om duidelijke oriëntatie te geven aan de volgende stappen. Er was een constructieve sfeer van samenwerking die ook in Parijs al de boventoon haalde, en op geen enkel moment was er voor een van de thema’s sprake van een echte polarisatie.


2. Inwerkingtreding en afspraken over de finalisatie van het rulebook

De besprekingen in de tweede week over de aanpak met betrekking tot de eerste vergadering van de Partijen bij de Overeenkomst van Parijs (CMA1) en de timing inzake de uitwerking van het rulebook, verliepen een stuk moeilijker.

De potentiële oplossing van twee problemen (de nood aan meer tijd voor afronding van het rulebook en de kwestie van inclusieve besluitvorming), die een rechtstreeks gevolg waren van de vroegtijdige inwerkingtreding, lag in het verlenen van een bijkomend mandaat aan de COP (alle Partijen bij UNFCCC, het Kaderverdrag uit 1992) om een supervisie te blijven houden op de werkzaamheden over het rulebook. Ook betekent dit dat de werkzaamheden van CMA1 na Marrakesh worden opgeschort om volgende jaren in een voortgezette eerste zitting de resultaten aan te nemen. Over deze verlengde supervisie door de COP was er algemene overeenstemming, maar over de termijn die hiervoor zou gelden (en dus onrechtstreeks ook over de urgentie in de afronding van het rulebook) was er wel onenigheid.

Een op termijn erg belangrijke kwestie, was de vraag om in de beslissing ook een mandaat te definiëren voor het huidig COP-voorzitterschap (Marokko) en het inkomende voorzitterschap (de FIJI-eilanden) om de Faciliterende Dialoog van 2018 voor te bereiden. Deze dialoog is het eerste moment waarop de kloof tussen de nationale doelstellingen (NDCs) en de globale temperatuurdoelstelling van de Overeenkomst van Parijs (ruim beneden 2°C en liefst beneden 1,5°C) zal beoordeeld worden. Eilandstaten waren hier vragende partij voor een erg omschrijvend mandaat, terwijl vele andere landen dit liever vrij flexibel geformuleerd zagen. De uitkomst is een tussenweg die voorziet in consultaties door het COP-voorzitterschap met rapportering zowel in mei 2017 als op de volgende COP.


3. De agenda voor ‘global climate action’ tussen nu en 2020                                

Naast de feitelijke onderhandelingen kwamen in Marrakesh veel initiatieven aan bod die geen onderhandelingen kenden maar allerhande acties en steunmaatregelen in de verf zetten (vaak initiatieven van niet-gouvernementele actoren zoals het bedrijfsleven, steden, ngo’s,…), maar ook tal van initiatieven en High Level events waarop het bilan werd gemaakt van de mate waarop eerdere engagementen inzake financiering en de reductie van de uitstoot van broeikasgassen in de periode voor 2020 werd ingevuld.

Belangrijk hierbij was ook de roadmap inzake klimaatfinanciering. Dit is een analyse die gezamenlijk door de donorlanden werd ondernomen over de realisatie van het engagement (van Kopenhagen in 2009) om tegen 2020 jaarlijks te voorzien in klimaatfinanciering naar ontwikkelingslanden in de grootorde van 100 miljard US $. Het beeld dat deze analyse geeft over de realisatie van deze doelstelling is erg positief. De publieke financiering vanwege ontwikkelde landen stijgt van 41 miljard in de periode 2013-14 naar een geschatte 67 miljard US $ tegen 2020. Wanneer hierbij de gemobiliseerde private financiering wordt gevoegd, zou dit als resultaat geven dat de 100 miljard in 2020 zeker overschreden wordt. In het domein van capaciteitsopbouw werden enkele belangrijke operationele beslissingen genomen, en werd ook het NDC-Partnership opgericht.

Ook waren er als opvolging van eerdere beslissingen te Cancun (2010), zogenaamde multilateral assessments waarbij de prestaties van individuele landen tegen het licht werd gehouden. Ook België gaf hier bij een presentatie van zijn performantie op het vlak van klimaatbeleid. (zie news)

België organiseerde ook in samenwerking met Chili, Costa Rica en Luxemburg en met co-sponsorschap van de zogenaamde ‘Geneva-pledge’ landen die een sterkere integratie van klimaatbeleid en mensenrechten voorstaan, een side-event over de noodzaak van een sterke synergie tussen beide domeinen. (zie news)

Tenslotte kwam er op initiatief van het COP-voorzitterschap ook een “Marrakesh Action Proclamation” tot stand, een niet-onderhandelde uitkomst die evenwel door alle landen werd goedgekeurd. Deze proclamatie bevat geen nieuwe elementen maar is een belangrijke politieke bevestiging van de gehele internationale gemeenschap dat zij vastberaden is om de transitie naar een lage koolstofmaatschappij verder te zetten. Met de uitslag van de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten is het duidelijk naar wie dit signaal gericht is.