Klimaatonderhandelingen in 2018

Van Bonn tot Katowice

 

Onderhandelingssessie in Bonn, van 8 april tot 10 mei 2018

Van 30 april tot 10 mei onderhandelden de Partijen aan het Klimaatverdrag in Bonn tijdens de 48ste sessie van de Hulporganen van het Klimaatverdrag (SB48), die samenviel met de vijfde heropende sessie over het Parijs Werkpgrogramma (APA 1.5).

Zoals elk jaar stonden er veel punten op de agenda van beide sessies, maar de politieke aandacht ging vooral naar:

  • de uitvoeringsregels van de Overeenkomst van Parijs : The Paris Rulebook
  • de start van het proces om het globale ambitieniveau op te krikken : The Talanoa Dialogue
  • de klimaatfinanciering die deel zal uitmaken van het politieke pakket, waarover in de volgende klimaattop (Cop24, eind 2018 in het Poolse Katowice) een akkoord moet bereikt worden.

 

The Paris Rulebook – de uitvoeringsregels voor de Overeenkomst van Parijs

Het ‘handboek’ van de Overeenkomst van Parijs vormt een uitgebreide set van technisch complexe en politiek gevoelige uitvoeringsregels, die onderhandeld worden onder het Parijs-werkprogramma. De besprekingen in Bonn verliepen in een constructieve sfeer. Alle voorstellen zijn nu samengevat in ‘informele nota’s’ van de co-facilitatoren van de thematische onderhandelingen.

Bovendien kregen de voorzitters een mandaat om op basis van deze teksten een reflectienota en ‘hulpteksten’ voor te stellen, die tijdens een extra onderhandelsessie (3-8 september in Bangkok) de basis van de onderhandelingen zullen vormen.

Belangrijke punten van divergentie zijn gerelateerd aan :

  • de ‘scope’ van bepaalde instrumenten en processen, nl. op het vlak van :
    • de nationale klimaatplannen : de ontwikkelde landen menen dat de NDCs (Nationally Determined Contributions) moeten focussen op het verminderen van de uitstoot, terwijl de ontwikkelingslanden voorstander zijn van een bredere benadering, zodat NDCs ook engagementen met betrekking tot aanpassing en financiering kunnen bevatten. 
    • de ambitiecyclus: ontwikkelde landen willen het mandaat in de Overeenkomst van Parijs strikt interpreteren  en beperken tot de ‘stocktake’ van mitigatie, adaptatie en financiering, waar de ontwikkelingslanden hierbinnen ook controversiële thema’s zoals ‘Loss and Damage’ (verlies en schade) en ‘Impact of Response measures’ (gevolgen van klimaatbeleid) aan bod willen laten komen.
  • een differentiatie tussen landen: een groep landen, de ‘Like Minded Developing Countries’, blijft aandringen op een systematische binaire opdeling, wat zowel voor de ontwikkelde landen als voor een aantal ontwikkelingslanden niet langer de juiste aanpak lijkt.

Het finaal ontwarren of doorhakken van deze knopen wordt wellicht iets voor de laatste uren en dagen van de klimaatconferentie in Katowice.

 

The ‘Talanoa Dialogue’ -  een eerste stap in het “ambitiemechanisme”

De huidige NDCs leveren slechts een derde van de inspanning, die nodig is om de wereld op het uitstoottraject in lijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te zetten. Daarom werd al  in Parijs afgesproken om in de loop van 2018 een facilitatieve dialoog te houden over het globale ambitieniveau, met als een van de belangrijkste inputs een Speciaal Rapport van het IPCC over “1,5°C”, dat in oktober 2018 gepubliceerd wordt.

Op COP 23 (november 2017 in Bonn) werd deze dialoog omgedoopt naarTalanoa Dialogue’ – een traditionele conflicthanteringsmethodiek in Fiji - en werden de modaliteiten (een technische fase gevolgd door een politieke fase) vastgelegd.

Een belangrijke etappe van deze technische fase waren de 7 parallelle ‘Talanoa Roundtables’, met deelname van landen en stakeholders, die plaatsvonden op zondag 6 mei. Van deze groepsgesprekken zal een verslag gemaakt worden, dat samen met het Speciale 1,5°C Rapport van het IPCC een belangrijke input zal geven in de politieke fase van de Talanoa Dialogue.

De uitkomst van deze politieke fase moet het politieke momentum creëren om landen ertoe aan te zetten om in hun nieuwe of ge-update NDCs - die ze in 2020 zullen indienen - meer ambitie aan de dag te leggen en zo bij te dragen tot het sluiten van de ambitiekloof. Op Europees niveau zal de Europese Commissie op vraag van de Europese Raad nog voor COP 24 een voorstel voor een langetermijnstrategie, die in lijn is met de doelstellingen van Parijs, voorstellen.

 

Klimaatfinanciering

Moeilijke discussies over klimaatfinanciering zijn een constante in de multilaterale klimaatonderhandelingen en politieke pakketten - zoals er ook in Katowice een zal moeten samengesteld worden - hebben steevast een financiële component.

Volgende elementen maken nu al deel uit van het debat in de aanloop naar COP 24 :

  • een ex ante communicatie (Overeenkomst van Parijs, artikel 9.5): om een klimaatbeleid te kunnen plannen, vragen ontwikkelingslanden meer duidelijkheid over de toekomstige klimaatfinanciering, terwijl donoren aanhalen dat ze geen voorafname kunnen doen op nationale begrotingscycli.
  • de bepaling van een nieuwe collectieve doelstelling: vanaf 2020 tot 2025 is de collectieve doelstelling voor klimaatfinanciering 100 miljard dollar/jaar, en de ontwikkelingslanden dringen er op aan de discussie over een doelstelling voor de periode na 2025 nu al op te starten.
  • de toekomst van het Adaptatiefonds : de ontwikkelingslanden verwachten dat dit fonds, opgericht onder het Kyoto Protocol, ook onder de Overeenkomst van Parijs zal blijven functioneren.

 

Meer informatie: