De klimaattop in Bonn : een stap verder in de implementatie van de Overeenkomst van Parijs

COP23_plenary_950px.jpg 

De internationale klimaattop COP23, die van 6 tot 17 november 2017 doorging in Bonn onder voorzitterschap van de Fiji-eilanden, was de tweede conferentie van de Partijen sinds de Overeenkomst van Parijs, die eind 2015 afgesloten werd. COP23 startte onder niet al te beste omstandigheden, na de aankondiging van de VS om zich uit de Overeenkomst van Parijs terug te trekken, na extreme weersomstandigheden die zowel industrie- als ontwikkelingslanden fel hebben getroffen.

COP23 in Bonn is slechts een tussenstap in een moeizaam proces dat de ambities van de Overeenkomst van Parijs (COP21) moet vertalen in een gedetailleerde handleiding voor technische toepassing. Deze uitwerkingsfase moet tegen eind 2018 – COP 24 in Polen – afgerond zijn.

De top in Bonn heeft op de volgende terreinen een zekere vooruitgang geboekt:

 

 1.       Het operationaliseren van de Overeenkomst van Parijs

Er werd vooruitgang geboekt om het ‘Paris rulebook’, dat de regels en de technische processen verbonden aan de Overeenkomst van Parijs vastlegt, in 2018 op COP24 in Katowice (Polen) te finaliseren. In Bonn hebben de partijen alle facetten besproken: mitigatie (het reduceren van de uitstoot), adaptatie aan de klimaatverandering, het versterkte transparantiesysteem voor actie en ondersteuning, het ambitiemechanisme (de ‘Global Stocktake’), het mechanisme voor het bevorderen van naleving en implementatie, de marktmechanismen… Vooruitgang werd er eerder geboekt op het vlak van het ambitieniveau en het nalevingsmechanisme, maar minder op het vlak van mitigatie. De resultaten voor alle discussies werden opgenomen in informele nota’s van de facilitatoren, die de basis zullen vormen voor de verdere onderhandelingen in 2018.

 

2.       Het finaliseren van de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de ‘Talanoa dialogue’

Ook de modaliteiten van deze ‘facilitative dialogue’ - die herdoopt werd tot ‘Talanoa Dialogue’, verwijzend naar de traditionele verzoeningsrituelen in de dorpen van Fiji – werden in Bonn gefinaliseerd. Deze dialoog zal in 2018 plaats vinden en beoogt een balans op te maken van de klimaatactie (met betrekking tot de 2°C- en de 1,5°C-doelstelling). Deze belangrijke oefening is de start van de eerste vijfjaarlijkse cyclus voor de verhoging van de ambitie, en moet een input geven aan de nationale klimaatplannen (de NDCs - nationally determined contributions, voorzien voor 2020) en hun ambitieniveau doen verhogen.

Concreet gezien zullen we ons dus de vraag moeten stellen : “Waar zijn we?”, “Wat willen we bereiken?” en “Hoe zullen we dat doen?”, waarbij we ons baseren op de best beschikbare wetenschap (met in het bijzonder het IPCC-rapport over de 1,5°C, dat tegen oktober 2018 verwachtr wordt), en op de interventies van de pertinente stakeholders.

 

 COP23_indigenous-people_450px.jpg3.     Operationele beslissingen

Er werden tijdens deze twee weken onderhandelingen ook verschillende belangrijke operationele beslissingen genomen, zoals de realisatie van een gender-actieplan, de operationalisering van het platform voor de lokale gemeenschappen en de autochtone bevolkingen, en de uitwerking van een technische dialoog over de rol van de landbouw in de klimaatverandering.

 

 4.     De financiering

Tijdens de internationale klimaatconferenties is de klimaatfinanciering steeds een gepolitiseerd en gevoelig onderwerp. Op vraag van de ontwikkelingslanden heeft de COP23 herbevestigd dat het Adaptatiefonds – na het nemen van bepaalde nodige beslissingen eind 2018 - onder de Overeenkomst van Parijs zal vallen.  De partijen zijn ook overeengekomen om een diepgaander debat te gaan voeren over het engagement van de ontwikkelde landen om alle 2 jaar kwantitatieve en kwalitatieve informatie met indicatief karakter te communiceren over de bedragen die de overheden voorzien voor de ontwikkelingslanden.

In Bonn heeft België voor 2017 een bijdrage van 18 miljoen euro aan het Fonds voor de Minst Ontwikkelde Landen en 4 miljoen euro aan het Adaptatiefonds, en voor 2018 al respectievelijk 11 miljoen en 4 miljoen voor deze twee fondsen, als een belangrijk signaal voor een grotere financieringsinspanning.

 

 COP23_coal-allliance_350px.jpg5.     De ‘Powering Past Coal’-alliantie

Tot slot is het ook belangrijk te noteren dat een groep van meer dan 25 landen organisaties (waaronder België) van de COP gebruik heeft gemaakt om de ‘Powering Past Coal’-alliantie in het leven te roepen. Deze alliantie wil aan de burgers, aan de investeerders en aan de overheden het signaal geven dat het tijdperk van de steenkool voorbij is.

Dit is een belangrijke politieke boodschap, vooral omwille van de impact van deze energiebron op de opwarming van onze planeet en in het licht van de standpunten die de Trump-administratie heeft ingenomen.

Voor ons land betekent de ondertekening van deze declaratie dat er geen weg terug mogelijk is op het vlak van de (in ons land al bereikte) uitstap uit steenkool, noch op nationaal vlak, noch in de investeringen in andere landen.

 

Meer informatie:

- Officiële website (UNFCCC) 

- Foto’s en een gedetailleerde rapportering