Wie zat er rond de onderhandelingstafel ?

De 196 Partijen onder het VN-Klimaatverdrag zijn georganiseerd in min of meer afgelijnde, maar ook wel gedeeltelijk overlappende onderhandelingsgroepen.

De opdeling tussen de zogenaamde ‘Annex1-landen’ (opgenomen in Bijlage 1 van het Klimaatverdrag) en de ‘non-Annex1-landen’ in het Klimaatverdrag staat symbool voor de vaak optredende polarisering tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden, die tot op vandaag nog doorwerkt in de klimaatonderhandelingen. Strikt genomen vormen beide grote groepen echter geen formele onderhandelingsgroepen.

negotiating-groups.jpg

Aan de kant van de ontwikkelde landen zien we 2 onderhandelingsgroepen:

  • de Europese Unie en haar 28 lidstaten vormen samen het meest hechte onderhandelingsblok en spreken steeds met één stem.
  • de Umbrella Group omvat de meeste ontwikkelde landen, met uitzondering van de EU: een groep Angelsaksische landen (VS, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië), enkele voormalige Oostbloklanden (Russische federatie, Oekraïne, Wit-Rusland), Japan en Noorwegen.

De G77 + China is een groep ontwikkelingslanden die nagenoeg - maar niet volledig - overeenkomt met de non-Annex1-landen en die de gezamenlijke belangen van deze landen verdedigt. Gezien de zeer heterogene samenstelling is het niet verwonderlijk dat subgroepen van de G77 zeer uiteenlopende posities hebben rond specifieke onderhandelingsthema’s:

  • Kleine eilandstaten (OASIS) en Minst Ontwikkelde Landen (LDCs): landen die het meest kwetsbaar zijn voor de klimaatverandering en een ambitieus beleid voorstaan
  • BASIC-groep (Brazilië, Zuid-Afrika, China en India): deze verdedigt de belangen van de opkomende economieën en weegt nadrukkelijk op het standpunt van de G77
  • AILAC: een groep Latijns-Amerikaanse landen, die vaak probeert de gepolariseerde tweedeling gebaseerd op de bijlagen te overbruggen en een belangrijke partner voor de EU is
  • LMDC of ‘Like Minded Developing Countries’(China, India, OPEC-landen en ALBA-landen): voor deze landen moet de tweedeling tussen ‘ontwikkelde landen’ en ‘ontwikkelingslanden’ de basis blijven van het klimaatregime. Subgroepen zijn:
    • de Arabische landen: deze verdedigen - onder leiding van Saoedi-Arabië - de belangen van de olieproducerende landen
    • de ALBA landen: De Bolivariaanse Alliantie (Venezuela, Ecuador, Bolivia, Nicaragua en Cuba)
  • Africa Groep: het Afrikaanse continent met evenzeer een heterogene samenstelling, nl. olieproducerende landen, groeilanden (bv. Zuid-Afrika), maar ook een grote groep behorend tot de minst ontwikkelde landen, waaronder de door verwoestijning bedreigde Sahellanden of landen met regenwouden gelegen in het Congo-bekken

Tenslotte is er de EIG (Environmental Integrity Group), die als enige onderhandelingsgroep zowel Annex1-landen (Zwitserland, Liechtenstein, Monaco) en niet-Annex 1 landen (Mexico, Zuid-Korea) telt.