De Overeenkomst van Parijs

COP21_goedkeuring_akkoord.jpg

Zaterdag 12 december 2015 zal in de annalen van het internationaal klimaatbeleid beschreven blijven als een historisch keerpunt : na jaren van moeizame onderhandelingen raakten liefst 195 landen het op het einde van de conferentie van de Partijen 'COP21' in Parijs, eens over een ambitieus, bindend en billijk mondiaal klimaatakkoord, dat de basis legt voor het internationale en nationale klimaatbeleid voor de komende decennia.

Dit akkoord is zonder enige twijfel ambitieus want het wil :

  • de temperatuurstijging ruim onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) houden en zelfs nastreven om deze temperatuurstijging te beperken tot 1,5°C.
  • de capaciteit van landen verhogen om zich aan te passen aan klimaatopwarming en klimaatweerbaarheid te verhogen (adaptatie)
  • de transitie maken naar een koolstofarme maatschappij : zo snel mogelijk de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen laten pieken en deze daarna snel laten afnemen om in de 2de helft van de eeuw een evenwicht te bereiken tussen de antropogene uitstoot en absorptie van broeikasgassen (koolstofneutraliteit)
  • de financiële stromen compatibel maken met de transitie naar deze koolstofarme en klimaatweerbare ontwikkeling

Dit akkoord is naar internationaal recht wettelijk bindend en vergt inspanningen van alle Partijen. Hierbij werd afgestapt van de ‘klassieke’ formule waarbij de inspanningen van de individuele landen worden onderhandeld en ingeschreven in het akkoord zelf, zoals bv. nog het geval was met het Protocol van Kyoto.

Volgens de Overeenkomst van Parijs bepalen alle partijen zelf hun ‘nationaal bepaalde bijdragen’ (Nationally Determined Contributions - NDCs) die elke 5 jaar opwaarts moeten worden herzien op basis van de periodieke analyse (op wereldschaal) van de kloof tot een 2°C- of 1,5°C-traject. Dit bindend karakter verhoogt het politieke gewicht van dit akkoord in grote mate.

Bovendien moeten alle Partijen er naar streven om ten laatste 2020 langetermijnstrategieën voor een koolstofarme ontwikkeling uit te werken en mee te delen.

Dit akkoord is universeel en billijk want voor het eerst in meer dan 25 jaar internationaal klimaatbeleid is een verdragstekst goedgekeurd, die van alle Partijen inspanningen vraagt en daarmee de oude tweedeling opheft tussen de ontwikkelde landen (die tot nog toe als enige de verplichting hadden hun uitstoot terug te dringen) en de ontwikkelingslanden en groeilanden (die tot nu toe geen dergelijke verplichting hadden).

De bepalingen van de Overeenkomst garanderen echter wel een gradatie van de inspanningen in functie van de verantwoordelijkheden en de capaciteiten, en een prioritaire ondersteuning van de Partijen die erg kwetsbaar zijn en/of een grote behoefte aan capaciteitsopbouw hebben.

 

Op weg naar een klimaatneutrale toekomst

De cyclus van opwaartse bijstelling van het ambitieniveau en de expliciete oproep aan alle Partijen om tegen 2020 langetermijnstrategieën te ontwikkelen, verankeren deze collectieve doelstellingen in het beleid.

Concreet betekent dit voor de landen van Europese Unie een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 met 80 tot 95% t.o.v. 1990, een doelstelling die voor ons land opgenomen is in de langetermijnvisie duurzame ontwikkeling die de federale regering tijdens de vorige legislatuur heeft aangenomen.

De transitie naar een klimaatneutrale toekomst is met de Overeenkomst van Parijs onafwendbaar ingezet. Het komt er nu op aan de dialoog met alle geledingen van de samenleving te organiseren en een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen om van de uitdaging van Parijs een nieuwe realiteit te maken.

 

Hollande-COP21-Belga-87958547-250px.jpg De Franse president François Hollande verwoordde het succes van COP21 als volgt (vrij vertaald):  

"In Parijs hebben we de laatste eeuwen heel wat revoluties gekend, maar vandaag voltrekt zich de mooiste en meest vreedzame: de revolutie van de klimaatverandering."


Een bijzonder snelle inwerkingtreding
 

Minder dan een jaar na het afsluiten van de Overeenkomst van Parijs en nauwelijks enkele maanden na de ondertekening ervan door meer dan 190 partijen, is op 5 oktober 2016 de dubbele drempel (minimum 55 landen die samen minstens 55% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen vertegenwoordigen) overschreden om de overeenkomst in werking te laten treden.

Er is een periode van 30 dagen voorzien tussen de neerlegging van ratificatie-instrumenten bij de VN en hun inwerkingtreding, wat maakt dat de Overeenkomst van Parijs officieel in werking is getreden op 4 november 2016, enkele dagen voor de start van de volgende klimaatconferentie (COP22 in Marrakesh)

Er was dus minder dan een jaar nodig om de Overeenkomst in werking te laten treden, wat een record vertegenwoordigt voor een internationaal verdrag met dergelijk belang. Dit is een belangrijk politiek signaal dat duidelijk aangeeft welke prioriteit gegeven wordt aan de strijd tegen de klimaatverandering.

Wat België betreft : ons land heeft zijn ratificatie-instrument bij de VN neergelegd op 6 april 2017 en werd zo het 142ste land dat de overeenkomst ratificeerde.

 

Meer informatie: