Het Protocol van Kyoto

Na jaren van onderhandelingen zijn de Partijen van het VN-Klimaatverdrag in 1997 in Kyoto (Japan) tot een akkoord gekomen over een concrete invulling van dit verdrag: het intussen bekende Protocol van Kyoto (PDF).

Voor het eerst in de geschiedenis zijn er nu voor de industrielanden concrete - en bindende ! - reductiedoelstellingen voor zes broeikasgassen (zie hieronder), wordt een handhavingssysteem (met rapportering en sancties) uitgewerkt, en voorziet het protocol een systeem voor een wereldwijde markt voor emissierechten.

Deze overeengekomen reductiedoelstellingen geven heel nauwkeurig aan welke uitstoot aan broeikasgassen elke partij van het Klimaatverdrag nog mag hebben in de eerste verbintenisperiode, nl. de periode 2008-2012, vergeleken met het basisjaar 1990. De geïndustrialiseerde landen krijgen met andere woorden een hoeveelheid uitstootrechten voor broeikasgassen (een “emissieplafond”) voor die periode toegekend.

Alle Partijen samen moeten hun uitstoot aan broeikasgassen met minstens 5 % tot onder het niveau van 1990 terugschroeven, maar de individuele verplichtingen verschillen van land tot land.

Het Protocol geeft een aantal suggesties van mogelijke beleidsmaatregelen, zoals het verhogen van de energie-efficiëntie, het terugdringen van het wegvervoer, een duurzaam landgebruik en de bescherming van bossen (die CO2 opslaan). Deze lijst van maatregelen is echter slechts indicatief.
 

 

 

Bij de onderhandelingen voor het protocol drongen vooral de VS er sterk op aan de reductie van de uitstoot te vergemakkelijken door het gebruik van marktgeoriënteerde mechanismen, die de onvermijdelijke kosten voor het realiseren van deze reductie zouden drukken. Daarom voorzag het Protocol ook 3 flexibiliteitsmechanismen, die de landen moeten toelaten hun reductiedoelstelling op een economisch efficiëntere manier te realiseren:

  • de emissiehandel
  • de gezamenlijke uitvoering
  • het mechanisme voor schone ontwikkeling

Ondanks het feit dat het Protocol het levenslicht zag in 1997, heeft de houding van de Verenigde Staten en de late ratificatie door Rusland ervoor gezorgd dat het nog tot 16 februari 2005 duurde vooraleer het protocol ook effectief in werking trad.

Betrokken broeikasgassen

De reductiedoelstelling heeft betrekking op:

  • 3 gassen die verantwoordelijk zijn voor het leeuwendeel van de uitstoot:
    • koolstofdioxide (CO2)
    • methaan (CH4)
    • lachgas (N2O)
  • 3 groepen van gefluoreerde, bijzonder krachtige broeikasgassen:
    • fluorkoolwaterstoffen (HFK's)
    • perfluorkoolwaterstoffen (PFK's) 
    • zwavelhexafluoride (SF6)

Meer info over deze broeikasgassen