Het VN-Klimaatverdrag : van Rio tot Kyoto

UNCEDIn juni 1992 werd in Rio de Janeiro, tijdens de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling (United Nations Conference on Environment and Development, kortweg “UNCED” en ook wel de Top van Rio, de Rio-Conferentie of de Top van de Aarde genoemd), het Klimaatverdrag afgesloten. Dit “Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering”, zoals het voluit heet (in het Engels UNFCCC: United Nations Framework Convention on Climate Change), bindt de strijd aan tegen de klimaatverandering, die wordt veroorzaakt door het door de mens versterkte broeikaseffect.

Tijdens deze conferentie in Rio ondertekenden in totaal 154 landen, waaronder België en de toenmalige Europese Economische Gemeenschap (nu Europese Unie), het Verdrag waaraan sinds december 1990 gesleuteld was. Het verdrag trad officieel in werking op 21 maart 1994, 90 dagen nadat het door de eerste 50 Partijen ook was geratificeerd (omgezet in nationale wetgeving). België ratificeerde het Verdrag op 16 januari 1996 (meer details over de uitvoering van het klimaatverdrag door België).

 

Een eerste algemeen kader…

Het uiteindelijke doel van het Verdrag is de concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren op zo’n niveau dat er geen gevaarlijke wijzigingen in het klimaatsysteem optreden.

 

Doelstellingen van het Klimaatverdrag (artikel 2):

“Het uiteindelijke doel van dit Verdrag en alle daarmee verband houdende rechtskracht hebbende akten die de Conferentie van de Partijen aanneemt, is het bewerkstelligen, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van het Verdrag, van een stabilisering van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer op een niveau waarop gevaarlijke antropogene verstoring van het klimaatsysteem wordt voorkomen. Dit niveau dient te worden bereikt binnen een tijdsbestek dat toereikend is om ecosystemen in staat te stellen zich op natuurlijke wijze aan te passen aan klimaatverandering, te verzekeren dat de voedselproductie niet in gevaar komt en de economische ontwikkeling op duurzame wijze te doen voortgaan.”

 

De Partijen van het Klimaatverdrag engageren zich om (zie artikel 3):

  • het klimaatsysteem te beschermen, op basis van billijkheid en in overeenstemming met hun verantwoordelijkheden en mogelijkheden. Ontwikkelde landen dienen met andere woorden meer inspanningen te leveren.
  • rekening te houden met ontwikkelingslanden die bijzonder kwetsbaar zijn voor klimaatverandering of die een onevenredig hoge last te dragen hebben;
  • voorzorgsmaatregelen te nemen tegen de oorzaken van klimaatverandering. Een duurzame economische ontwikkeling is essentieel voor het nemen van maatregelen tegen klimaatwijziging;
  • erover te waken dat de genomen maatregelen geen willekeurige of onrechtvaardige verstoring vormen voor de internationale handel.

Dit Klimaatverdrag biedt in de eerste plaats een algemeen kader dat een algemene verplichting voor de industrielanden inhoudt om hun emissies in 2000 tot het niveau van 1990 terug te brengen. Het preciseert echter niet hoe dat precies in zijn werk zou moeten gaan. Het is duidelijk dat dit verdrag op zich niet volstaat om de klimaatverandering tegen te gaan.

 

…dat echter al snel om opvolging vroeg

Daarom werd reeds tijdens de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen (“CoP”, het hoogste beslissingsorgaan van het Raamverdrag) die in 1995 in Berlijn doorging, beslist om een bijkomende overeenkomst af te sluiten, die nieuwe verplichtingen zou opleggen voor na het jaar 2000.

Na 2 jaar van zware onderhandelingen werd tijdens de derde zitting van de Conferentie van de Partijen van het Klimaatverdrag (COP.3 - Kyoto, 1997) uiteindelijk het Protocol van Kyoto goedgekeurd.

 

Meer info :