Publieksenquête over klimaatverandering :

 85% van de Belgen beschouwt klimaatverandering als 
een probleem dat dringend aangepakt moet worden !


Op 9/12/2017 maakte de Dienst Klimaatverandering van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu de resultaten bekend van de 4de nationale klimaatenquête (na eerdere edities in 2005, 2009 en 2013). Daaruit blijkt onder meer dat steeds meer Belgen - beduidend meer dan in 2013 - klimaatverandering als een probleem zien dat een dringende aanpak vereist, te vinden zijn voor een geleidelijke omschakeling naar een koolstofarme economie en maatschappij en grotere inspanningen van de overheid verwachten om klimaatverandering tegen te gaan.

Met deze enquête bij 1500 Belgen wilde de dienst Klimaatverandering een beter inzicht krijgen in de kennis en houding van het grote publiek over de klimaatproblematiek, de bereidheid er zelf iets aan te doen en de verwachtingen ten aanzien van het beleid.

 

klimaatenquete_2017.PNG

 

De belangrijkste vaststellingen zijn:

  • Het milieu blijft de voornaamste bezorgdheid van een grote meerderheid (81 %), meer nog dan terrorisme, gezondheidsproblemen, armoede of sociale uitsluiting, mensenrechten, werkgelegenheid...  78% van de respondenten maakt zich zorgen over klimaatverandering, beduidend meer dan in 2013.
  • 85% (5% meer dan in 2013) vindt dat klimaatverandering een probleem is dat dringend moet worden aangepakt. Slechts 7% denkt dat er geen klimaatverandering is, of dat het om een louter natuurlijk verschijnsel gaat (8%).
  • De respondenten leggen de verantwoordelijkheid nog steeds meer bij anderen dan bij zichzelf en wijzen daarbij vooral naar de industrie (91%), het vrachtvervoer (83%) en het personenvervoer (64%). Slechts 41% stelt dat de gezinnen ook thuis hun steentje moeten bijdragen. Hoewel de gezinnen hun rol dus nog steeds onderschatten, zien we wel een geleidelijke verbetering sinds 2005.
  • De burger kent wel bijzonder goed de impact op het klimaat van menselijke activiteiten met een visueel waarneembare uitstoot (industrie, ontbossing, transport,…), maar ziet minder het verband met activiteiten met een indirecte of ‘minder zichtbare’ impact (zoals woningverwarming, elektriciteitsverbruik of voeding).
  • De Belg schrijft zichzelf een vrij milieuvriendelijk (klimaatsparend) gedrag toe op het vlak van zijn mobiliteit, huishouden, woning en aankopen, maar hij boekt op dit vlak kennelijk geen verdere vooruitgang meer. De meeste respondenten blijven de intentie hebben om meer te doen dan ze in het verleden hebben gedaan. Deze intentie is algemeen aanwezig, maar valt vooral op wanneer wordt gesproken over verwarming en isolatie, groene stroom en zonne-energie. Opmerkelijk daarbij is dat waar de respondenten aangeven dat hun gedrag het grootste verschil kan maken, ze het minste (willen) doen.  Zo meent bv. 53 % dat het gebruik van zonne-energie een verschil kan maken, terwijl slechts 22% daar al gebruik van maakt en waar 80 % zijn woning beter wil isoleren, slechts 37% meent dat dat een verschil maakt.
  • Het gebruik dat wordt gemaakt van overheidssteun voor energiebesparende investeringen blijft op het niveau van 2013 en schommelt tussen 18% (voor condensatieketels) en 28% (voor woningisolatie).
  • Slechts 42% van de Belgen is tevreden (en slechts 5% zeer of uiterst tevreden) over de inspanningen van de overheid om klimaatverandering tegen te gaan (het aantal ontevreden Belgen stijgt met 7 %).
  • Bijna de helft (47%, tegenover 38% in 2013) stelt bij de volgende verkiezingen “zeker rekening te zullen houden” met klimaatstandpunten.
  • 70% vindt dat Europa een voortrekkersrol op het vlak van het klimaatbeleid moet spelen, zelfs als alle andere landen weinig ondernemen. Slechts 11 % is gekant tegen zo’n rol voor Europa. 
  • Het aantal respondenten dat van België een voortrekkersrol verwacht op het Europese vlak, is gestegen van 38 % in 2013 naar 46 % in 2017, terwijl het aantal tegenstanders daalt van 23 naar 18 %.
  • Hoewel de potentieel positieve gevolgen van de omschakeling naar een koolstofarme maatschappij voor de werkgelegenheid en de economie in het algemeen niet heel goed gekend lijken, vindt 61% (5% meer dan in 2013) dat België daarvoor dringend een langetermijnvisie moet ontwikkelen, waarin volgens 62% de energieopwekking volledig door hernieuwbare bronnen (wind/zon) moet gebeuren. Het aantal respondenten dat daarbij geen rol ziet weggelegd voor kernenergie (54%) of steenkool (55%), is de kaap van de 50% voorbijgestoken; slechts een kleine minderheid (resp. 15% en 9%) wil nog wel dat meer kernenergie en steenkool worden gebruikt.
  • Een steeds groter aantal respondenten is gewonnen voor :
    • een versterking van de coördinerende rol van de federale overheid (51 % in 2013, 57% in 2017)
    • een betere samenwerking tussen de overheden (lokaal, regionaal, federaal) (63% in 2013, 70% in 2017)
    • een klimaatwet, waarin de doelstellingen, het kader en de instrumenten van het klimaatbeleid worden vastgelegd (van 45% in 2013 naar 51% in 2017)
  •  In het lijstje met mogelijke overheidsmaatregelen krijgt de financiële steun voor klimaatvriendelijke producten (68%) de grootste voorkeur, gevolgd door een verbod op klimaatonvriendelijke producten (62%), het verstrekken van informatie (55%), het verstrengen van de wetgeving (52%) en het heffen van belastingen (44%).  19 % van de respondenten vindt dat de overheid zich niet moet inmengen.
  •  Maatregelen die een extra financiële inspanning van de burger vragen (een taks op benzine/diesel, elektriciteit, gas of vliegtuigtickets) kennen nog steeds relatief weinig bijval (tussen 34 en 41%). Niettemin valt een grote stijging van het aantal voorstanders op te merken: 36% is nu bereid om meer te betalen voor elektriciteit, gas, stookolie en steenkool, tegenover slechts 21 % in 2013; het aantal voorstanders van een prijsverhoging voor diesel en benzine stijgt van 19 naar 34 %. Het aantal tegenstanders van een verhoging van de energieprijs daalt nu onder de 50%-grens, waar in 2013 nog ongeveer 2/3 tegen was.
  • Een fiscale hervorming, die de lasten op arbeid verschuift naar een taks op de uitstoot van broeikasgassen kent relatief meer voor- dan tegenstanders (39% vs. 26%) en ook een CO2-taks kan op meer voor- dan tegenstanders rekenen (39% resp. 33%).
  • Er lijkt een toenemend draagvlak voor internationale klimaatsolidariteit te zijn: het aantal respondenten dat vraagt dat de industrielanden de ontwikkelingslanden financieel ondersteunen stijgt van 36 naar 43%, terwijl het aantal uitgesproken tegenstanders een stuk lager ligt en daalt van 23 naar 20%.  Een taks op vliegtuigtickets voor de financiering daarvan kent nu meer voor- dan tegenstanders (41% vs. 38%, terwijl in 2013 nog 49 % tegen was en slechts 30% voor). Een heffing op financiële transacties kan op iets minder steun rekenen (34% is voor, 40% is tegen), maar ook daar stijgt het aantal voorstanders en daalt het aantal tegenstanders.
  • 60% wil door de federale overheid over klimaatverandering geïnformeerd worden. Ook andere overheden, onafhankelijke wetenschappers en de onderwijssector scoren hoog. Het belang van de sociale media voor het ontvangen van informatie, en van websites voor het opzoeken van informatie is sterk toegenomen.

 

Meer info:



Resultaten van voorgaande enquêtes : 

Grote meerderheid van de Belgen wil dringende aanpak van klimaatverandering

Op 16 mei 2014 maakte de dienst Klimaatverandering de resultaten bekend van de derde nationale klimaatenquête (na edities in 2005 en 2009). Daaruit blijkt onder meer dat de meeste Belgen klimaatverandering als een probleem zien dat een dringende aanpak vereist, steeds meer gebruik maken van overheidssteun voor energiebesparende maatregelenklimaatenquete-2013-cover.jpg, te vinden zijn voor een geleidelijke omschakeling naar een koolstofarme economie en maatschappij, en grotere inspanningen van de overheid verwachten om klimaatverandering tegen te gaan.

Met deze enquête bij 1500 Belgen wil de dienst Klimaatverandering een beter inzicht krijgen in de kennis en houding van het grote publiek over de klimaatproblematiek, de bereidheid er zelf iets aan te doen en de verwachtingen ten aanzien van het beleid.


Enkele vaststellingen:

  • Het milieu blijft de voornaamste bezorgdheid van een grote meerderheid (75 %), meer nog dan gezondheidsproblemen, onveiligheid, werkloosheid en armoede of sociale uitsluiting.  70% van de respondenten maakt zich zorgen over klimaatverandering.
  • 80% vindt dat klimaatverandering een probleem is dat dringend moet worden aangepakt.  Slechts 8 % denkt dat er geen klimaatverandering is, of dat het om een louter natuurlijk verschijnsel gaat (12%). De grootste inspanningen worden verwacht in de industrie (91%) en het vrachtvervoer (77%), maar ook in het personenvervoer (58%).  Slechts 39 % stelt dat de gezinnen thuis ook hun steentje moeten bijdragen.
  • De Belg schrijft zichzelf een steeds milieuvriendelijker (klimaatsparend) gedrag toe op het vlak van zijn mobiliteit, huishouden, woning en aankopen. Hij slaagt er grotendeels in zijn intenties van 2009 in daden om te zetten.
  • Het gebruik van overheidssteun voor energiebesparende investeringen kent een spectaculaire toename ten opzichte van 2005 en 2009 (met een factor 2 tot 7 naargelang de soort ingreep).
  • Slechts de helft van de Belgen is tevreden (en slechts 5% zeer of uiterst tevreden) over de inspanningen van de overheid om klimaatverandering tegen te gaan. 38% stelt bij de verkiezingen “zeker rekening te zullen houden” met klimaatstandpunten.
  • 56% vindt dat België dringend een langetermijnvisie moet ontwikkelen over de omschakeling naar een koolstofarme maatschappij, waarin volgens 59% de energieopwekking volledig door hernieuwbare bronnen (wind/zon) moet gebeuren; 48% wil daarvoor geen kernenergie of steenkool(slechts 15% wil dat wel).
  • 63% vindt dat Europa een voortrekkersrol op het vlak van het klimaatbeleid moet spelen, zelfs als alle andere landen weinig ondernemen.
  • Op het vlak van het Belgisch klimaatbeleid is een groot aantal respondenten gewonnen voor :
    • een versterking van de coördinerende rol van de federale overheid (51%)
    • een betere samenwerking tussen de verschillende overheden (lokaal, regionaal, federaal) (63%)
    • de vastlegging van doelstellingen, een kader en instrumenten voor het beleid in een klimaatwet (45%)
    • steun voor klimaatvriendelijke producten (73%) / een verbod op klimaatonvriendelijke producten (63%)
  • Maatregelen die een extra financiële inspanning van de burger vragen, kennen relatief weinig bijval. Wél wil een meerderheid (53%) dat de inkomsten van het veilen van emissierechten aangewend worden voor het klimaatbeleid.
  • Het verschuiven van lasten op arbeid naar een taks op de uitstoot van broeikasgassen kent relatief meer voor- dan tegenstanders (37% vs. 30%).
  • 64% wil door de federale overheid over klimaatverandering geïnformeerd worden. Ook andere overheden en de onderwijssector scoren hoog. De burger kent wel goed de impact van menselijke activiteiten met een visueel waarneembare uitstoot op het klimaat, maar dient beter geïnformeerd te worden over de activiteiten met een indirecte of ‘minder zichtbare’ impact (verwarming, elektriciteitsverbruik, voeding).

De resultaten van de enquête zijn beschikbaar onder de vorm van:

  • het volledige rapport (120-tal pagina’s, pdf 3,1 Mb)
  • de besluiten (15 pagina’s, pdf 2,9 Mb)
  • de grafieken met algemene besluiten (57 slides, pdf 1,2 Mb)
  • de resultaten per deelaspect:
  besluiten deelrapport
attitude pdf pdf 
kennis pdf pdf
gedrag pdf pdf
beleid pdf pdf
informatie pdf pdf

Resultaten van de klimaatenquête van 2009

Resultaten van de klimaatenquête 2005