Sociaal-economische impact

Klimaatverandering wordt toegevoegd aan het lijstje van de vele andere factoren (demografie, inkomensniveau, technologieën, levenswijze, regelgeving…) die de verschillende economische activiteitensectoren beïnvloeden. Hun impact op energiebronnen en technologieën verschilt naargelang van de hulpbronnen (waterdebiet, wind, zonlicht), het technologisch procedé of de lokalisatie (kustregio’s, uiterwaarden).

De wereldwijde economische gevolgen van klimaatverandering zijn moeilijk te ramen; de beschikbare ramingen verschillen immers naargelang van de economische sector en zijn afhankelijk van een aantal niet geheel betrouwbare hypotheses (vele houden geen rekening met abrupte veranderingen of andere factoren).

Die onvolledige ramingen wijzen bij een opwarming van 2°C op een mondiaal economisch verlies tussen 0,2 en 2,0 % van de inkomsten. Dat verlies stijgt naarmate de opwarming toeneemt, maar voor een opwarming met 3°C of meer zijn maar weinig ramingen beschikbaar. De totale cijfers kunnen bovendien grote verschillen tussen (en binnen) landen verbergen.

Volgens verschillende studies zal de klimaatverandering leiden tot:

  • vertragingen van de economische groei en de armoedebestrijding
  • erosie van de voedselzekerheid
  • een grotere behoefte aan water voor consumptie en een kleiner debiet van de waterlopen (gevoed door de gletsjers) door de toegenomen verdamping van het oppervlaktewater. In het zuiden kan de afgenomen watertoevoer, gecombineerd met de kleinere oogst op termijn zeer ernstige sociale gevolgen veroorzaken: armoede en honger zullen ongetwijfeld tot migraties leiden, evenals tot conflicten om de controle over het water en de landbouwgrond.
  • politieke conflicten tussen de industrielanden, die verantwoordelijk zijn voor de meeste broeikasgasemissies, en degenen die onder die emissies gebukt gaan. Die Noord-Zuidproblematiek staat al jarenlang op de agenda van de jaarlijkse wereldklimaattop, en elk jaar wordt dit thema belangrijker.
  • meer volksverhuizingen in de 21ste eeuw (hoewel het verschijnsel moeilijk te kwantificeren valt gezien de uiteenlopende oorzaken die aan migratieverschijnselen ten grondslag liggen).
  • verstoorde werking van de elektriciteitscentrales, door het zwakkere debiet van de waterlopen die deze centrales gebruiken om hun installaties te koelen of hun turbines te laten draaien. Tijdens de zomer van 2003 leidde het watertekort bv. tot ernstige problemen in de energieproductie, vooral in Frankrijk en Italië.
  • schade als gevolg van frequentere of intensere extreme meteorologische gebeurtenissen, waardoor de verliezen in bepaalde regio’s en sectoren nog toenemen en die een enorme uitdaging vormt voor de verzekeringssystemen.
  • impact op de bedrijven, hetzij direct via de productieprocessen (water- en warmtestress in de zomer, enz.) en/of materiële schade (overstromingen, windschade, ...), hetzij indirect (toevoerproblemen, schaarste, enz.).

Dergelijke effecten kunnen sterk regiogebonden zijn. Bepaalde regio’s kunnen ook positieve gevolgen ondervinden van de klimaatverandering, zoals een verhoogde landbouwopbrengst, een verlenging van het bouwseizoen of een verlaging van de nood (en kosten) aan verwarming in de winter.

 

In Europa

In Europa oefent de klimaatverandering een invloed uit op vele sectoren. De grootste risico’s hebben betrekking op:

  • meer economische schade en meer slachtoffers als gevolg van overstromingen in hydrografische bekkens en kustgebieden
  • grotere waterrestricties als gevolg van de toegenomen vraag (grotere irrigatiebehoeften en grotere vraag uit andere sectoren), gecombineerd met een beperkt debiet; ook kunnen we een daling van de waterkrachtproductie verwachten (behalve in Scandinavië)
  • meer economische schade en meer slachtoffers als gevolg van extreme warmte (impact op gezondheid, sterftecijfer, arbeidsproductiviteit, landbouwproductie, luchtkwaliteit), en dan vooral in het zuiden van Europa