Impact op de landbouw

Planten - en dus ook landbouwgewassen - hangen voor hun groei in hoge mate af van factoren als de temperatuur, de neerslag, de zon en de CO2-concentratie. Ze nemen immers via hun bladeren CO2 op, dat ze - samen met het door de wortels opgenomen water - in het proces van de fotosynthese onder invloed van zonlicht omzetten in suikers. Deze scheikundige reactie is temperatuurgebonden.

Hoewel een hogere concentratie van CO2 in de atmosfeer de plantengroei zou kunnen bevorderen, moet dit voordeel ook niet worden overschat, want de beschikbaarheid van water is een uiterst limiterende factor. Bovendien wordt de kwaliteit van bepaalde voedingsmiddelen beïnvloed door de hogere CO2-concentratie, die de absorptie van stikstof remt.

“Extreme” gebeurtenissen (hittegolven, droogtes) gecombineerd met wijzigingen in temperaturen en neerslagregimes hebben een enorme invloed op de landbouw:

  • warmtestress: aanhoudende periodes met extreem hoge temperaturen kunnen zowel bij planten als bij dieren warmtestress veroorzaken en tot rendementsverlies leiden.
  • risico’s in verband met waterstress: een vermindering van de hoeveelheid en de kwaliteit van de zoetwaterbronnen (zowel het oppervlaktewater als het grondwater)
  • verstoringen van de ecosystemen die de productie kunnen beïnvloeden: de ontwikkeling van pathogenen, de verspreiding van invasieve soorten, de verstoring van het evenwicht tussen plagen en natuurlijke vijanden, verschillen tussen de levenscycli van planten en de bijbehorende bestuivers, enz.
  • een directe en indirecte impact op de gezondheid en het welzijn van dieren: de temperatuurstijging, de toegenomen risico’s op overstromingen en droogtes hebben een directe impact. De verminderde beschikbaarheid van water en voeder en de verspreiding van door vectoren overgedragen besmettelijke ziekten die sterk afhankelijk zijn van klimatologische omstandigheden oefenen een indirecte impact uit.

De gevolgen van klimatologische veranderingen voor de landbouwproductie zijn nu al zichtbaar. De effecten op de landbouwopbrengsten sinds 1960 verschillen sterk per regio, met een eerder positieve invloed op de hogere breedtegraden en een negatieve invloed elders. Op wereldvlak zien we meer verlies dan winst.

 

De Europese landbouw wordt eveneens getroffen

De klimaatverandering wordt genoemd als een van de factoren die hebben bijgedragen tot de recente stagnatie van de tarweopbrengst in enkele delen van Europa, ondanks de aanhoudende vooruitgang op het vlak van de plantenselectie.

De laatste decennia loopt de opbrengst van landbouwgewassen steeds vaker uiteen, als gevolg van extreme klimatologische omstandigheden zoals hittegolven en droogtes, waardoor de opbrengst van bepaalde gewassen sterk terugloopt.

In Europa is het gemiddelde groeiseizoen tussen 1992 en 2008 met ongeveer 11,4 dagen toegenomen.

Veranderingen in de fenologie van de gewassen worden eveneens waargenomen, zoals bv. het vervroegde bloei- en oogstseizoen van granen. De opbrengst van verscheidene gewassen (zoals tarwe) stagneert, en bij andere gewassen (zoals maïs in Noord-Europa) neemt ze juist toe. Dat wordt gedeeltelijk toegeschreven aan de waargenomen klimaatopwarming.

 

De toekomst

In de toekomst verwachten we onder invloed van klimaatverandering: 

  • een impact op de oogst: tot 2050 zal de landbouwproductie bij een temperatuurstijging van 2°C of meer (ten opzichte van het niveau op het einde van de 20ste eeuw) teruglopen, hoewel er op lokaal niveau ook positieve gevolgen kunnen zijn. Na 2050 neemt het risico op grotere gevolgen voor de opbrengst toe, afhankelijk van de mate van opwarming. Dit risico zal des te groter zijn in Afrika en Azië. Een wereldwijde opwarming met 4°C of meer, gecombineerd met een grotere vraag naar voedsel, zou op mondiale en regionale schaal grote risico’s voor de voedselveiligheid inhouden.
  • een verlies van vele landbouwgronden in kustregio’s als gevolg van de stijging van de zeespiegel en de verzilting van de bodem.

In Europa maakt de landbouwsector zich op voor:

  • een toenemende variabiliteit van de gewasproductiviteit in de hele EU, vanwege de grotere frequentie en ernst van extreme klimatologische gebeurtenissen en andere factoren zoals plagen en ziekten
  • grote opbrengstverliezen in het zuiden (-25 % tot 2080 bij een opwarming van 5,4 °C) vanwege de verwachte neerslagdaling en de verminderde beschikbaarheid van water, evenals de extreme hitteperiodes. Op termijn zal de teelt van bepaalde gewassen waarschijnlijk moeten worden stopgezet
  • een lichte daling van de gewasopbrengsten in Centraal-Europa, vanwege warmere en drogere omstandigheden tot 2050
  • aanzienlijke opbrengstverliezen voor tarwe in West-Europa, vanwege de verhoogde warmtestress
  • een vervroeging van de zaaidatum voor tal van gewassen
  • een verhoging van de prijzen en van de vluchtigheid van de markten voor landbouwproducten: prijsverhogingen van 37% (rijst), 55% (maïs) et 11% (graan) worden voorzien voor 2050 ten gevolge van klimaatverandering

In Noord-Europa lopen de meningen over de gevolgen voor de toekomst uiteen: klimatologische veranderingen zullen hier zowel positieve effecten (de invoering van nieuwe gewasvariëteiten, de uitbreiding van het akkerland, hogere opbrengsten door het langere groeiseizoen en verminderde koudegolven) als negatieve effecten hebben (de toename van plagen en ziekten, de uitloging van de voedingsstoffen en de vermindering van organische stoffen in de bodem).

 

Meer info: