De opwarming van de aarde

De gemiddelde temperatuur van het aard- en oceaanoppervlak is volgens de wetenschappers van het ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ (IPCC) tussen 1880 en 2012 gestegen met 0,85 °C. Klimatologisch gezien is zo’n temperatuurstijging met 0,85 °C over de periode 1880-2012 een snelle en belangrijke wijziging.

 IPCC-temperature-trend.jpg

Evolutie van de oppervlaktetemperatuur tussen 1901 en 2012

De wetenschappers hebben het ruimschoots bewezen en het lijdt dus geen enkele twijfel meer: bijna overal op aarde is de temperatuur tussen 1901 en 2012 sterk gestegen. (Bron: 5de evaluatierapport van het IPCC, 2013)

 

Om een idee te geven: tijdens de koudste periode van de laatste ijstijd - ongeveer 18.000 jaar geleden - lag de gemiddelde temperatuur maar 4 graden lager dan vandaag, en in die tijd bedekte een dikke laag ijs nog een flink deel van Europa en Noord-Amerika.

Enkele opmerkelijke waarnemingen:

  • elk van de laatste drie decennia was telkens warmer dan alle decennia daarvoor sinds 1850
  • op het noordelijk halfrond vormden de jaren tussen 1983 en 2012 waarschijnlijk de warmste 30-jarige periode van de laatste 1400 jaar
  • in 2014 braken de maanden mei en juni alle records: nooit eerder was de gemiddelde wereldtemperatuur (op aarde én in de oceaan) hoger dan in die 2 maanden

 

In Europa

  • Europa heeft in de afgelopen eeuw een sterke temperatuurstijging doorgemaakt. De gemiddelde temperatuur van het aardoppervlak in Europa lag de laatste tien jaar (2002-2011) 1,3 °C hoger dan in het pre-industriële tijdperk, waarmee dit het warmste decennium is dat ooit gemeten werd. 
  • Periodes van extreme koude zijn minder frequent geworden en periodes met hittegolven komen daarentegen steeds vaker voor. Bovendien duren ze steeds langer. 

Die veranderingen zullen zich in de 21ste eeuw waarschijnlijk in een nog sneller tempo voortzetten. De grootste temperatuurstijgingen worden in de 21ste eeuw verwacht in de Noord- en Oost-Europese winter en de Zuid-Europese zomer.

 

In België

  • Sinds het einde van de 19de eeuw is de jaarlijkse gemiddelde temperatuur sterk gestegen. De afgelopen jaren steeg de temperatuur voortdurend met 0,4 °C per decennium. De gemiddelde temperatuur ligt op het ogenblik 2,3 °C boven die van het pre-industriële tijdperk. 2011 was het warmste jaar sinds 1833.
  • Elke tien jaar hebben we 3 extra zomerdagen extra (Tmax ≥ 25 °C) en elke twintig jaar één zeer warme dag (Tmax ≥ 30 °C) extra. Wat het aantal winterdagen (Tmax < 0 °C) en het aantal dagen vorst (Tmin < 0 °C) betreft, vertonen alle metingen een neerwaartse trend.

 

Het wordt nog warmer!

De voorspellingen omtrent de gemiddelde wereldwijde opwarming tegen 2100 zijn sterk afhankelijk van de emissiescenario’s die men hanteert. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat de Verenigde Naties bijstaat op wetenschappelijk vlak, verwacht tot 2100 ten opzichte van de periode 1986-2005 een gemiddelde temperatuurstijging op aarde van 0,3 tot 1,7 °C (bij de meest ambitieuze scenario’s voor emissieverlaging) en 2,6 tot 4,8 °C (bij de minder ambitieuze scenario’s). NB: Om 1850-1900 als referentieperiode te gebruiken, moet nog eens 0,6 °C toegevoegd worden.

Om een gemiddelde temperatuur te vinden die 2 °C boven de huidige ligt, moeten we 2 miljoen jaar teruggaan. De gemiddelde stijging zoals voorzien door het IPCC (ongeacht het emissiescenario) zal dus ongetwijfeld gevolgen hebben voor onze planeet en voor de mensheid.

surface-temperature-scenarios_LR.jpg  

Wereldwijde gemiddelde temperatuurverandering van het aardoppervlak 
(historiek + verschillende scenario's, met de gemiddelde waarde voor de periode 2081-2100 uiterst rechts)

Het IPCC heeft hier gebruikgemaakt van een nieuwe reeks scenario’s, de ‘Representatieve Concentratiepaden’ (RCP’s); die scenario’s bevatten meestal economische, demografische, energetische en eenvoudige klimaatelementen. De scenario’s variëren van een "sterke mitigatie" (RCP 2,6) tot een scenario van aanhoudende toename van de uitstoot (RCP 8,5: ‘business as usual’). De temperatuurstijging wordt geraamd ten opzichte van de periode 1986-2005.

 

De temperatuurverandering van het aardoppervlak zal niet overal gelijk zijn, maar alle scenario’s gaan ervan uit dat het noordpoolgebied sneller zal opwarmen dan de rest van de aarde en dat de gemiddelde opwarming groter zal zijn aan het oppervlak van de continenten dan aan het oceaanoppervlak.

Het is wel bijna zeker dat de meeste regio’s meer extreem warme temperaturen zullen vertonen en minder extreem koude temperaturen. Bovendien zullen er zeer waarschijnlijk meer en langere hittegolven komen, maar dat sluit niet uit dat we af en toe ook buitengewoon strenge winters zullen meemaken.

 

surface-temperature-extreme_scenarios.jpg

Verandering in gemiddelde oppervlaktetemperatuur (1986-2005 tot 2081-2100)

Deze grafiek toont voor 2 extreme scenario’s van het IPCC (het meest ambitieuze - RCP 2,6 – en het minst ambitieuze - RCP 8,5 – op het vlak van de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen) de opwarming van het aardoppervlak aan het einde van deze eeuw, ten opzichte van de periode 1986 – 2005. De kleurenschaal geeft duidelijk de regionale verschillen aan: een hogere opwarming op het noordelijk halfrond en een bijzonder sterke opwarming aan de Noordpool. Ook illustreert ze het feit dat de aardopwarming op langere termijn hoger zal zijn dan de oceaanopwarming.

 

RCP 2,6 is het enige scenario waarmee de wereldwijde opwarming onder de 2°C kan worden gehouden, maar daarvoor is op relatief korte termijn wel een aanzienlijke verlaging van de antropogene uitstoot van broeikasgassen nodig:

  • in 2050: 40 tot 70 % minder uitstoot dan in 2010
  • in 2100: uitstoot gelijk aan nul

 

MEER INFO: