Impact op ijskappen en gletsjers

In de wereld

Het in 2013 verschenen rapport van het IPCC bevestigt dat ijskappen en gletsjers bijna overal in de wereld hun massa verliezen:

  • in Groenland heeft de ijslaag de laatste 2 decennia een groot deel van zijn massa verloren (zo’n 215 miljard ton per jaar in de afgelopen tien jaar); hetzelfde geldt voor het oppervlak van het pakijs (met ijs bedekt water) in het noordpoolgebied: sinds 1979 wordt er een gemiddelde afname vastgesteld met 3,5 tot 4,1 % per decennium en zelfs met 9,4 tot 13,6 % per decennium in de zomer (zie animatie hiernaast)
  • de ijskap op het Antarctisch schiereiland is eveneens sterk aan het krimpen, in tegenstelling tot het pakijs in het zuidpoolgebied: hier werd in dezelfde periode juist een lichte toename vastgesteld (sinds 1979 gemiddeld met 1,2 tot 1,8 % per decennium), met grote regionale verschillen
GIFARTIQUE.jpg
(Klik op het beeld om de animatie te zien)

Op het noordelijk halfrond is de sneeuwlaag aan het smelten. En op de hoge breedtegraden en in de hooggebergten is zelfs het oppervlak en de dikte van de permafrost (gebied met permanent bevroren ondergrond) al sterk gekrompen.

Alaska

Gletsjers op bergen zijn bijzonder gevoelig voor temperatuurwijzigingen omdat hun oppervlaktetemperatuur dicht tegen het vries- en smeltpunt ligt. Daarom zijn veranderingen in de tijd van hun dikte, hun oppervlakte, hun lengte, … de duidelijkste signalen die de natuur ons over klimaatwijzigingen kan bieden. Gletsjers hebben voor wetenschappers dan ook een belangrijke “signaalfunctie”: ze leveren de eerste tekenen van algemene opwarming.

Gletsjers zijn vooral aan het verdwijnen in het Canadese noordpoolgebied en de Rocky Mountains, de Andes, in Patagonië, in de Europese Alpen, de Tiensjan en de tropische gebergten van Zuid-Amerika, maar ook in Afrika en Azië.

 

In Europa

  • de sneeuwlaag is gekrompen. Tussen 1982 en 2009 is de sneeuwmassa in Europa in maart met 7 % afgenomen.
  • het smelten van de ijskap in Groenland – de grootste ijsmassa op het noordelijk halfrond – verloopt sinds de jaren ‘90 aan een steeds sneller tempo. In de zomer van 2012 is een uitzonderlijke hoeveelheid afgesmolten.
  • de meeste Europese gletsjers zijn aan het smelten. Volgens het rapport "Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016" van het Europees Milieu Agentschap hebben de gletsjers in de Alpen sinds de jaren 1900 al ongeveer de helft van hun volume verloren, met een duidelijke versnelling sinds de jaren ‘80 van de 20ste eeuw. Die afname is niet te wijten aan minder sneeuwval in de winter, maar wel uitsluitend aan de warme zomers (de temperatuur stijgt in de bergen 1 tot 2°C meer dan op lagergelegen gebieden).
  • de permafrost (gebied met permanent bevroren ondergrond) vertoont de afgelopen 10 à 20 jaar een algemene trend tot opwarming, met name in de Svalbard-archipel en in Scandinavië.
  • de omvang en het volume van het noordelijk zee-ijs zijn sinds 1980 snel afgenomen, en dan vooral in de zomer. Het lijkt erop dat die achteruitgang sinds 1999 in een stroomversnelling zit. In september 2007, 2011 en 2012 werden records gevestigd, met een ijslaag die toen nog maar ongeveer de helft van het minimum in de jaren ‘80 uitmaakte. In de periode 1979-2012 verloor het noordpoolgebied in de winter gemiddeld 45.000 km2 zee-ijs per jaar en aan het einde van de zomer was dit zelfs 98.000 km2 per jaar.

 

DE GEVOLGEN

Het smelten van het ijs op land is één van de belangrijkste oorzaken van de huidige stijging van het zeeniveau. Men schat dat de recente afsmelting van de ijskap in Groenland heeft bijgedragen tot een wereldwijde stijging van het zeeniveau met 0,7 millimeter per jaar (ofwel ongeveer een kwart van de totale stijging van het zeeniveau).

Groenland-Belga-115874687-450px.jpg

De opwarming van de planeet is ook heel duidelijk zichtbaar in Groenland,
waar de ijslaag van jaar tot jaar in volume afneemt. (Bron: BelgaImage)

 

De verregaande ontdooiing van berggletsjers zorgt op korte termijn voor vallend ijs, doorbrekende gletsjermeren, onstabiele ondergronden en grondverschuivingen, scheuren in rotsen, modderstromen bij regenval… en zelfs een verhoogd risico op overstromingen bij regenval. De rivieren zijn sowieso al meer gevuld door het vele smeltwater, en bovendien vloeit de regen sneller van de gletsjer af door het ontbreken van een absorberende sneeuwlaag op de ijsgletsjer.

Het afsmelten van gletsjers kan op langere termijn bovendien tot droogte leiden: veel rivieren hangen immers voor hun bevoorrading af van gletsjers in de bergen. Denk maar aan de Coloradorivier in Californië die in de Rocky Mountains ontspringt, of de Nijl die haar water betrekt vanuit het Ethiopisch plateau. Het afsmelten kan dus leiden tot tekorten aan drinkwater voor honderden miljoenen mensen wereldwijd, aan koelwater voor kerncentrales, aan irrigatiewater voor de landbouw, …

De ontdooiing van de gletsjers heeft dus gevolgen voor het afvloeiend hemelwater en de waterbronnen stroomafwaarts, maar tevens voor de riviernavigatie, de irrigatie en de elektriciteitsproductie.

De afgenomen sneeuwlaag is van invloed op de albedo (het reflectievermogen van het aardoppervlak), de watervoorraad, de biodiversiteit, de land- en bosbouw, het toerisme en de elektriciteitsproductie.

Door de opwarming en ontdooiing van de permafrost zal het risico op grondverschuivingen, bodemverzakkingen en plotselinge overstromingen toenemen. Ook de biodiversiteit wordt erdoor beïnvloed en de klimaatverandering kan erdoor worden versneld, als gevolg van het vrijkomen van broeikasgassen in de vorm van CO2 en methaan.

De ontdooiing van de permafrost heeft bovendien verregaande economische gevolgen: wegen, woningen, oliepijpleidingen… zijn alle gebouwd op een stabiele, permanent bevroren ondergrond. Het ontdooien ervan doet de stabiliteit van deze infrastructuren teniet, met risico’s op schade en ongevallen.

 

EN DE TOEKOMST?

Het is zeer waarschijnlijk dat de ijslaag in het noordpoolgebied zal blijven afnemen (met als mogelijk gevolg dat de Arctische Oceaan nog vóór de helft van de eeuw nagenoeg ijsvrij is in de maand september) en dat de sneeuwlaag op het noordelijk halfrond in de 21ste eeuw afneemt.

De gletsjers zullen aan volume verliezen. Die volumereductie zal tegen 2100, al naargelang de reductiescenario’s van broeikasgasemissies, schommelen tussen 15 en 55 % en 35 en 85 %.

Het is zo goed als zeker dat de omvang van de permafrost op de hoge noordelijke breedte zal afnemen (met 37 tot 81 % tegen 2100).

 

Meer info: