NEERSLAG

IN DE WERELD

Het IPCC-panel stelde vast dat het in Noord-Amerika en Europa steeds vaker erg hard regent. 

Tegelijkertijd krijgen het bekken van de Middellandse Zee en tropische en intertropische zones net meer af te rekenen met periodes van sterke droogte. In de loop van de 21ste eeuw zouden de verschillen in seizoensneerslag tussen droge en vochtige regio’s bijna overal in de wereld moeten toenemen, en hetzelfde geldt voor het contrast tussen droge en natte seizoenen.

Op de continenten van gematigde breedte (zoals Europa) en in de vochtige tropische regio’s zal waarschijnlijk meer en intensere neerslag vallen.

In veel droge subtropische regio’s en in gebieden van gematigde breedte (bv. het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika) zal de gemiddelde neerslag daarentegen naar verwachting afnemen.

change-in-precipitation-LR.jpg

RCP 2,6                                                                        RCP 8,5

 Verandering in gemiddelde neerslag

Deze grafiek toont voor 2 extreme scenario’s van het IPCC (het meest ambitieuze - RCP 2,6 – en het minst ambitieuze - RCP 8,5 – op het vlak van de uitstoot van broeikasgassen) de gemiddelde variatie in % van de gemiddelde jaarlijkse neerslag voor het einde van deze eeuw (2081-2100), in vergelijking met de periode 1986-2005. Uit de kleurenschaal blijkt dat op de hoge breedtegraden (de regio’s die dichter bij de polen liggen) en in het equatoriale deel van de Stille Oceaan zeer waarschijnlijk meer neerslag zal vallen. (Bron: 5de evaluatierapport van IPCC)

 

In Europa

  • Sinds de jaren ‘50 is de jaarlijkse neerslag in het grootste deel van Noord-Europa toegenomen, vooral in de winter, terwijl in bepaalde delen van Zuid-Europa juist een daling heeft plaatsgevonden.
  • Verwacht wordt dat die jaarlijkse neerslag in Noord-Europa nog zal toenemen (vooral in de winter) en dat die in Zuid-Europa voort zal afnemen (vooral in de zomer).
  • De periodes van zeer zware neerslag zullen in de meeste Europese regio’s vaker voorkomen, waardoor het risico op overstromingen uiteraard groter wordt. Bovendien zal de neerslag in de winter als gevolg van de hogere temperaturen vaker in de vorm van regen (en minder in de vorm van sneeuw) vallen, wat het overstromingsgevaar nog vergroot.

 

In België

Ons land kent een langzame maar significante toename van de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid neerslag. Die toename volgt een lineair profiel van 5 mm per decennium.

Ten opzichte van het begin van de jaren ‘50:

  • is het jaarlijks gemiddelde aantal dagen met zeer zware neerslag nagenoeg verdubbeld: in 60 jaar tijd is dat van 3 naar 6 gegaan. Die zeer zware neerslag valt meestal in de zomer, in de vorm van zware stortregens die slechts enkele uren duren.
  • wordt neerslag in de vorm van sneeuwval daarentegen duidelijk minder vaak waargenomen in Ukkel.

De klimaatprognoses voor het Belgisch grondgebied voorspellen...

  • een meer seizoensgebonden neerslag: in 2100 wordt in de zomer tot 25 % minder en in de winter tot 22 % meer neerslag verwacht
  • dat de periodes met zware regenval in de winter en zware onweders in de zomer steeds frequenter en intenser worden, waardoor het risico op overstromingen toeneemt
  • steeds vaker hittegolven in de zomer
  • in de zomer minder water in de rivieren (tegen het einde van de 21ste eeuw is dat ruim 50 % minder) vanwege het kleinere aantal zomerregens, gecombineerd met een sterkere verdamping. Het gevolg is een groter risico op watertekort

pluies-Belga-93859067-550px.jpg 

In 60 jaar tijd is het jaarlijks gemiddeld aantal dagen met zeer zware
neerslag in ons land verdubbeld (van 3 naar 6). (Bron: BelgaImage)


Meer info: