Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat de Verenigde Naties bijstaat op wetenschappelijk vlak, vermoedt dat deze gemiddelde temperatuur tijdens de volgende twee decennia met 0,2 °C zal stijgen, een waarde die overeenstemt met de opwarming die momenteel wordt waargenomen.
De verwachtingen omtrent de gemiddelde wereldwijde opwarming tegen 2100 zijn sterk afhankelijk van de emissiescenario’s die men bekijkt. Vergeleken met de periode 1980-1999 verwacht men een opwarming van 1.1°C tot 6,4°C, afhankelijk van het scenario. Maar de “beste schatting” voor elk scenario geeft een opwarming aan tussen 1,8 en 4,0 °C.
De gemiddelde wereldwijde opwarming “in evenwicht ” die verwacht wordt bij een verdubbeling van de CO2-concentraties, ligt vermoedelijk tussen 2 en 4,5°C, met een beste inschatting van 3°C.
Het is zeer onwaarschijnlijk dat de temperatuurstijging onder 1,5°C zal liggen. Anderzijds is een temperatuurstijging ver boven 4,5°C niet uitgesloten.
Legende : De grafiek geeft de mogelijke opwarming aan in functie van verschillende scenario’s. Ze geeft de evolutie van de gemiddelde jaartemperatuur tussen 1000 en 2000, en prognoses voor de periode 2000-2100.
We spreken hier echter over een gemiddelde wereldwijde opwarming, Dat houdt echter niet in dat de temperatuur overal hetzelfde zal zijn. In de praktijk zullen er belangrijke regionale verschillen optreden: zo zal de verwachte opwarming groter zijn op het vasteland en in de poolstreken van het noordelijk halfrond.
Legende : Deze grafiek toont – voor één van de IPCC-scenario’s – de opwarming van het aardoppervlak tijdens het laatste decennium van deze eeuw (2090-2099). De kleurenschaal geeft duidelijk de verwachte regionale verschillen aan, met een hogere opwarming in het noordelijk halfrond en een bijzonder sterke toename aan de Noordpool. (Bron : het IPPC-rapport van 2007)
![]() |