Volgens het IPCC-rapport van 2007 neemt het noordelijk pakijs af met 2,7% per decennium, en in de zomer zelfs met 7,4%. Er wordt verwacht dat dit pakijs zowel in het noordpool- als in het zuidpoolgebied zal krimpen, en sommige voorspellingen geven zelfs aan dat op de noordpool het pakijs in de zomer bijna volledig zal verdwijnen.
Merkwaardig zijn ook de cijfers van Professor Boggild van de Noorse Svalbard Universiteit, die tot de bevinding is gekomen dat de ijslaag op Groenland in de periode 1997-2003 jaarlijks zo’n 80 km² (of 80 miljard m² !) per jaar verloor, wat leidt tot een belangrijke verdunning van de ijslaag en tot het terugtrekken van de rand ervan.
Gletsjers op bergen zijn bijzonder gevoelig voor temperatuurwijzigingen omdat hun oppervlaktetemperatuur dicht tegen het vries- en smeltpunt ligt. Daarom zijn veranderingen in de tijd van hun dikte, hun oppervlakte, hun lengte,… de duidelijkste signalen die de natuur ons over klimaatwijzigingen kan bieden. Gletsjers hebben voor wetenschappers dan ook een belangrijke “signaalfunctie”: ze leveren de eerste tekenen van algemene opwarming.
Vergelijkend onderzoek tussen historische gegevens over gletsjers en satellietbeelden van de NASA heeft een belangrijke inkrimping van de berggletsjers in zowel de Andes, de Himalaya, de Alpen als de Pyreneeën gedurende het laatste decennium aangetoond.
Een andere studie van meer dan 2100 gletsjers wereldwijd berekende dat de oppervlakte aan gletsjers in 30 jaar tijd (de periode 1961-1990) met 6 à 8.000 km² afgenomen is.
In Europa zijn de gletsjers in 8 van de 9 gletsjergebieden aan het inkrimpen. Tussen 1850 en 1980 hebben de gletsjers in de Alpen ongeveer 1/3 van hun oppervlakte en de helft van hun massa verloren. Sinds 1980 is nog eens zo’n 20 à 30% van de overblijvende ijsmassa verloren gegaan. Vooral de droge hete zomer van 2003 heeft een enorme impact gehad.
De huidige terugtrekking van de gletsjers gebeurt aan een snelheid die hoger ligt dan de laatste 5.000 jaar kon waargenomen worden.
Die terugtrekking van gletsjers is niet te wijten aan een verminderde sneeuwval in de winter, maar is volledig toe te schrijven aan de warmere zomers (in het hooggebergte is de temperatuurstijging bovendien groter dan gemiddeld op aarde, nl. 1 tot 2°C).
Het smelten van de gletsjers in Groenland en in het Arctisch schiereiland hebben volgens het IPCC-rapport van 2007 zeer waarschijnlijk bijgedragen tot de stijging van het zeeniveau in het afgelopen decennium.
De verregaande ontdooiing van berggletsjers zorgt op korte termijn tevens voor vallend ijs, doorbrekende gletsjermeren, onstabiele ondergronden en grondverschuivingen, scheuren in rotsen, modderstromen bij regenval… en zelfs een verhoogd risico op overstromingen bij regenval. De rivieren zijn sowieso al meer gevuld door het vele smeltwater, en bovendien gaat de regen sneller van de gletsjer afvloeien door het ontbreken van een absorberende sneeuwlaag op de ijsgletsjer.
Het afsmelten van gletsjers kan op langere termijn bovendien tot droogte leiden: veel rivieren hangen immers voor hun bevoorrading af van gletsjers in de bergen. Denk maar aan de Coloradorivier in California die in de Rocky Mountains onspringt, of de Nijl die haar water betrekt vanuit het Ethiopisch plateau. Het afsmelten kan dus leiden tot tekorten aan drinkwater voor honderden miljoenen mensen wereldwijd, aan koelwater voor kerncentrales, aan irrigatiewater voor de landbouw,… En dan spreken we nog niet over de mogelijke impact op het toerisme.
Het is erg waarschijnlijk dat het afsmelten van de gletsjers zich zal verderzetten. Tegen 2050 zal waarschijnlijk 75% van de gletsjers in de Zwitserse Alpen verdwenen zijn.
De meeste klimaatmodellen van het IPCC tonen aan dat een opwarming van 1,9 tot 4,6°C er op lange termijn voor zou zorgen dat de gletsjer van Groenland bijna volledig wegsmelt, wat zou resulteren in een stijging van de zeespiegel met 7m.
Meer info:
![]() |