Om de strijd aan te kunnen gaan tegen de klimaatverandering en tegen de uitstoot van broeikasgassen die er de oorzaak van is, werd in 2003 binnen het DG Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een nieuwe « Dienst Klimaatverandering » opgericht. Van een kleine cel van 3 personen is deze intussen uitgegroeid tot een team van meer dan 20 mensen.
Deze dienst vervult een aantal belangrijke coördinerende en operationele functies :
De Dienst speelt een belangrijke rol in de coördinatie van de Belgische standpunten ter voorbereiding van de Europese en internationale klimaatonderhandelingen. Zij voert deze taak uit via het voorzitterschap van de “Coördinatiewerkgroep broeikaseffect” binnen het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM)., waarin ook de gewesten en van andere federale departementen vertegenwoordigd zijn. De dossiers die nu momenteel behandeld worden, betreffen vooral – op Europees niveau – de verschillende elementen van het energie/klimaat-pakket en – op internationaal vlak – de discussies voor het bereiken van een akkoord “post 2012”. In deze context verzekert de Dienst tevens de coördinatie van de van de Belgische delegatie tijdens de internationale onderhandelingen. Cruciaal is het actief betrekken van stakeholders (de milieubeweging, de vakbeweging en de werkgevers) bij dit proces. Daarom organiseert de Dienst geregeld workshops voor hen. De Dienst speelt eveneens de rol van “nationaal knooppunt” ten opzichte van het UNFCCC en heeft dus een belangrijke relaisfunctie tussen de verschillende Belgische politieke en administratieve niveaus en de betrokken Europese en internationale instellingen.
De federale overheid onderneemt acties die de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen beogen en die complementair zijn aan de maatregelen de gewesten nemen in het kader van hun respectieve klimaatplannen. Het federale luik van het Nationale Klimaatplan werd daarvoor uitgewerkt. Dit federale luik vindt grotendeels zijn vertaling in maatregelen die werden genomen op de ministerraad van Oostende (20 maart 2004) en Leuven (18 maart 2007). De Dienst coördineert de opvolging en evaluatie van deze maatregelen, in overleg met de verschillende federale departementen die belast zijn met hun uitvoering. Hij draagt tevens actief bij tot de werkzaamheden van de in 2002 opgerichte Nationale Klimaatcommissie, die vertegenwoordigers van de drie gewesten en de federale overheid omvat. Deze commissie verzekert onder meer de coherentie van het door de verschillende overheden gevoerde beleid, en ontwikkelt de nodige synergieën. De Dienst speelt er een actieve rol, vooral via zijn bijdrage aan de taken van diens permanent secretariaat. Het is ook in deze context dat een akkoord over een “lastenverdeling” onderhandeld werd, die de reductiedoelstellingen voor de gewesten vastlegt en het kader schept voor de federale bijdrage aan de nationale reductie-inspanning, en voor de opeenvolgende versies van het “nationaal toewijzingsplan“, dat de plafonds vastlegt voor de emissies die toegekend worden aan de grote verbrandingsinstallaties die CO2 uitstoten.
Het Protocol van Kyoto voorziet 3 flexibiliteitsmechanismen, die de lidstaten moeten toelaten hun reductiedoelstellingen op een economisch zo voordelig mogelijke wijze te halen. De emissiehandel is zo’n mechanisme. Sinds 2005 is binnen de Europese unie reeds de uitwisseling van emissierechten tussen bedrijven mogelijk, en eind 2008 zal de emissiehandel over de ganse wereld mogelijk worden, zowel tussen bedrijven als tussen de Partijen van het Protocol van Kyoto. Om die handel mogelijk te maken, heeft de Dienst Klimaatverandering een nationaal register (een soort “bank” met emissierechten op tegoedrekeningen) ontwikkeld, die tevens toelaat de uitgifte, de registratie, het beheer en de inlevering van koolstofkredieten correct uit te voeren volgens de regels vastgesteld in de Europese Richtlijn Emissiehandel en de uitvoeringsmodaliteiten van het Kyotoprotocol.
Volgens het Kyotoprotocol moet de uitstoot van broeikasgassen in België in de periode 2008-2012 7,5 % lager zijn dan in 1990. Naast de reductie van emissies in eigen land, bestaat aanvullend ook de mogelijkheid emissierechten aan te kopen uit ‘schone’ projecten in het buitenland, die lokaal de uitstoot van broeikasgassen verminderen, of bij een land dat minder uitstoot dan toegestaan. De federale regering heeft er zich in 2004 ten overstaan van de Gewesten toe geëngageerd om voor 12,3 miljoen ton aan emissierechten te verwerven over het periode 2008-2012.
Daarom lanceerde de Dienst klimaatverandering reeds tweemaal een oproep voor projectvoorstellen, ondersteund door een website, brochures en folders (zelfs in het Spaans, het Russisch en het Chinees !), workshops en presentaties in binnen- en buitenland, enz. De vele ingediende projectvoorstellen hebben intussen geleid tot enkele belangrijke contracten met projecten, o.m. voor de uitbreiding met nieuwe technologie van een geothermische centrale in El Salvador, de bouw van de eerste windmolenparken van Cyprus en een biomassa-cogeneratieproject in India. Meer info
De dienst neemt deel aan de voorbereiding van een reeks verplichte rapporten voor Europese en internationale instellingen. Het betreft de communicatie over essentiële informatie zoals: de raming van de huidige en toekomstige uitstoot van broeikasgassen (de nationale emissie-inventaris en de projecties van de emissies van broeikasgassen die door de gewesten zijn voorbereid in samenwerking met het federaal niveau), de inhoud van nationale programma’s die in voege zijn, of het effect van het beleid en van genomen maatregelen, de acties die België ondernomen heeft op het vlak van financiële en technologische transfers, enz. De voorbereiding en redactie van deze rapporten gebeuren door de themagroepen van de Nationale Klimaatcommissie en van het CCIM, die zorgen voor de harmonisatie van methoden die door de gewesten zijn gebruikt, het ontwikkelen van relevante indicatoren en de naleving van de uitwisselingen. Een aantal rapporten – zoals de Vijfde Nationale Mededeling en het Rapport over aantoonbare vooruitgang - worden integraal vertaald en ter beschikking van het publiek gesteld (in brochurevorm of elektronisch). Andere rapporten worden voor het grote publiek toegankelijker gemaakt en ter beschikking gesteld via een publicatie (Broeikasgasemissies in België – 2007) of via internet (de Nationale inventaris).
De dienst coördineert ook het nationale beleid en de rapportering op het vlak van stoffen die de ozonlaag aantasten en zorgt voor afstemming met het Europese en internationale beleid. In de praktijk gaat het om de implementatie van het Protocol van Montreal en van de Europese Verordening betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (2037/2000), van de Verordening inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (842/2006), en van de Richtlijn betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen (2006/40), betrekking hebbend op gefluoreerde gassen die onder het protocol van Kyoto vallen. De Dienst staat ook bedrijven bij in het nemen van de noodzakelijke maatregelen.
Naast de ondersteuning van de experten in hun communicaties (publikaties, workshops, specifieke websites…), verstrekt de Dienst algemene informatie naar het grote publiek (o.m. via deze klimaatwebsite) en werden ook een aantal praktische tools ontwikkeld, waaronder de rekenmodule energievreters (waarvoor ook een succesvolle campagne gevoerd wordt), een educatief dossier voor scholen, subsidies voor lokale sensibilisatie-initiatieven, enz.
![]() |