nl | fr
Home
agenda
« Mei 2013 »
M D W D V Z Z
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31 1 2
 
impressionmail
De reductiedoelstellingen

De algemene doelstelling van het Klimaatverdrag wordt door het Protocol van Kyoto vertaald in een verplichting voor de industrielanden om hun uitstoot van broeikasgassen te beperken of terug te schroeven. De industrielanden krijgen m.a.w. een verbod om een bepaald “quotum” van emissierechten niet te overschrijden. Of positief uitgedrukt: het recht om een welbepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten.

Dit quotum, ook wel “toegewezen hoeveelheid” genoemd, heeft betrekking op de eerste verbintenisperiode, met name de periode 2008-2012 (5 jaar). Deze toegewezen hoeveelheid wordt uitgedrukt als een percentage van de uitstoot in het referentiejaar 1990 (bv. 97%). Voor de industriële broeikasgassen mogen de betrokken Partijen echter ook het jaar 1995 kiezen.

Praktisch gezien bedraagt de toegewezen hoeveelheid dus het product van dit percentage met 5 keer de uitstoot in het basisjaar:

Le contenu de cette page nécessite une version plus récente d’Adobe Flash Player.

Obtenir le lecteur Adobe Flash

In het Protocol is afgesproken dat de industrielanden hun globale uitstoot van 6 broeikasgassen tegen de periode 2008 tot 2012 met gemiddeld 5,2 % verminderen ten opzichte van het niveau van uitstoot in 1990.

Concrete reductiedoelstellingen voor elk land

Deze reductie met 5,2% wordt niet gelijk verdeeld over alle landen. Zo zullen de Europese Unie, Zwitserland en enkele Oost-Europese landen hun uitstoot met 8% moeten verminderen, de Verenigde Staten met 7% en Japan met 6%.

Het Protocol staat de Partijen toe hun verplichtingen gezamenlijk te vervullen, of dat ze m.a.w. hun verplichtingen onderling kunenn herverdelen zolang de gezamenlijke reductiedoelstelling maar gehaald wordt.

Van deze mogelijkheid heeft alleen de Europese Unie (EU-15) gebruik gemaakt. Binnen de EU hebben alle lidstaten een eigen (verschillende) reductiedoelstelling. Zo moet België bv. zijn uitstoot met 7,5% verminderen.

Landen zoals Rusland en Oekraďne, maar ook Nieuw-Zeeland, dienen zich aan een stabilisatie te houden. Noorwegen (+1%), maar vooral Australië (+8%) en IJsland (+10%) mogen hun emissies zelfs nog verhogen tegenover het niveau van 1990.

Toegelaten uitstoot in 2008-2012 [1]

Reductie tegen 2008-2012 [1]

Partij

92 %

- 8 %

Bulgarije, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Liechtenstein, Monaco, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Zwitserland, de Europese Unie (15 lidstaten)
92,5 %

- 7,5 %

België
93 %

- 7 %

Verenigde Staten van Amerika [2]
94 %

- 6 %

Canada, Hongarije, Japan, Polen
95 %

- 5 %

Kroatië
100 %

0 %

Nieuw-Zeeland, Oekraďne, Rusland
101 %

+ 1 %

Noorwegen
108 %

+ 8 %

Australië [2]
110 %

+ 10 %

IJsland

[1] t.o.v. het basisjaar 1990 (voor de gefluoreerde koolwaterstoffen - HFK’s en PFK’s - en SF6 kan ook 1995 als basisjaar gekozen worden)

[2] deze reductiedoelstelling is niet bindend aangezien dit land het Protocol van Kyoto niet heeft geratificeerd

Het Protocol voorzag een tussentijdse doelstelling: de industrielanden moesten tegen 2005 een “aantoonbare vooruitgang” hebben geboekt op het vlak van hun verplichtingen, en moesten daarover tegen 1 januari 2006 een voortgangsrapport voorleggen, waarin deze vooruitgang aangetoond werd.

Deze reductiedoelstellingen zijn bindend. Er zijn dan ook sancties voorzien voor Partijen die de vooropgestelde doelstelling niet halen: ze zullen verplicht worden om het tekort in een volgende verbintenissenperiode (na 2012) aan te zuiveren, met daarbovenop een boetetarief van 30%.

De ontwikkelingslanden krijgen van het Protocol geen reductieverplichtingen, hoewel een aantal onder hen (bv. China, Brazilië, India) in volle economische ontwikkeling zijn, en zeker in de toekomst een aanzienlijk deel van de emissies van broeikasgassen voor hun rekening zullen nemen.

 
 
Laatste update : 9/06/2011