Om de klimaatopwarming doeltreffend te bestrijden, moeten wij bepaalde energieverslindende gedragingen veranderen of zelfs stoppen. Aangezien onze ontwikkeling in ruime mate gefundeerd is op het verbruik van fossiele energie (steenkool, aardolie, gas enz.), kunnen wij moeilijk zonder. Zo wordt geschat dat elke inwoner van België jaarlijks gemiddeld het equivalent van 12,4 ton CO2 uitstoot. Nochtans kunnen wij dit energieverbruik en de daaruit voortvloeiende CO2-emissies verminderen en investeren in schonere energie. Voor de emissies die niet vermeden kunnen worden, is vrijwillige compensatie van CO2 een andere oplossing die wij kunnen aangrijpen.
Vrijwillige compensatie van CO2 bestaat erin de broeikasgasemissies die veroorzaakt worden door bepaalde activiteiten (vervoer, verwarming enz.) te berekenen en in geldwaarde om te zetten en te investeren in projecten die de broeikasgasemissies voor een gelijkwaardig bedrag verminderen. Deze compensatie, die geheel of gedeeltelijk kan zijn, wordt vaak verwezenlijkt via een investering in projecten in ontwikkelingslanden, waardoor er op de manier een overdracht is van groene technologieën van Noord naar Zuid.
Het principe van compensatie is dat een hoeveelheid CO2 die op een bepaalde plaats wordt uitgestoten, « gecompenseerd » kan worden door een reductie op een andere plaats, aangezien de atmosfeer het verschil niet « ziet » en klimaatverandering een verschijnsel is dat in de hele wereld voorkomt. Dit principe van « geografische neutraliteit » ligt ook ten grondslag aan de flexibiliteitsmechanismen die het Protocol van Kyoto heeft ingevoerd.
Met andere woorden: het is een marktmechanisme waarbij een persoon (een natuurlijke persoon of een rechtspersoon) in een project investeert ter compensatie van de broeikasgasemissies die veroorzaakt worden door een van zijn activiteiten: vliegtuigreizen, dagelijks gebruik van de wagen, verwarming van bedrijfsgebouwen of (recenter) evenementen als concerten, festivals enz.
Er kunnen twee soorten van projecten worden onderscheiden, afhankelijk van wat ze beogen:
Toch mag niet uit het oog worden verloren dat de minst vervuilende energie nog altijd de energie is die je niet verbruikt!
Vliegen is verreweg de meest vervuilende vorm van vervoer. Hoe korter de afgelegde afstand, hoe groter de vervuiling: op een traject van 500 km verbruikt een vliegtuig 5 keer meer brandstof dan een trein terwijl voor een afstand van 1000 km het verbruik 2,8 keer zo groot is. Voor verplaatsingen over korte en middellange afstanden (tot 600 à 1000 km, afhankelijk van de mogelijkheden) is het dus beter om voor de trein te opteren aangezien de impact ervan op het milieu duidelijk geringer is.
Voor grotere afstanden is het echter onvermijdelijk om het vliegtuig te nemen. Compensatie is dus bijzonder interessant voor vliegreizen want het gaat om een (verplaatsings)activiteit waarvan de emissies aan de bron niet vermeden kunnen worden (behalve door zijn verplaatsingen zoveel mogelijk te optimaliseren). Zodra je in een vliegtuig stapt, is de CO2-factuur bijzonder gepeperd:
Met dit vervoermiddel moet dus zeer verstandig worden omgegaan, wat natuurlijk ingaat tegen hetgeen de sector ons biedt, en in het bijzonder de lagekostenmaatschappijen!
1. Berekening van de emissies van broeikasgassen (in het geval van het vliegtuig, op basis van de afgelegde afstand):
Verschillende internetsites bieden berekeningsmodules aan. Een simulatie van de CO2–emissies voor eenzelfde reis kan dus naargelang van de calculator aanzienlijk verschillende resultaten geven, met name afhankelijk van het feit of al dan niet rekening wordt gehouden met de « niet-CO2 »-impact van het vliegtuig. Sommige calculators zijn gebaseerd op gemiddelde ramingen, andere bieden een meer verfijnde berekening en houden rekening met het soort toestel, de klasse (economy of business), het gewicht van de bagage enz.
2. Omzetting van deze emissies in geldwaarde:
Dit gebeurt op basis van de geschatte hoeveelheid CO2 en de prijs per ton CO2; deze laatste kan sterk schommelen van aanbieder tot aanbieder want deze prijs hangt af van het soort reductieproject, van het feit of er al dan niet een link is met de « geïnstitutionaliseerde » koolstofmarkt (flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto, Europees systeem voor handel in emissierechten), met als gevolg dat voor eenzelfde vlucht de compensatiekost sterk kan variëren naargelang van de keuze van de aanbieder en de manier van berekenen.
3. Investering van het bedrag in een reductieproject:
De vergaarde sommen worden ofwel geïnvesteerd in reductieprojecten, ofwel gebruikt om « CO2-kredieten » op de koolstofmarkt (Kyoto of Europees systeem voor handel in emissierechten) aan te kopen en van de hand te doen. Naargelang van de programma’s zijn de reductieprojecten zeer verschillend, afhankelijk van het land waar het project ontwikkeld wordt (ontwikkeld land of ontwikkelingsland) en van het soort project (hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, koolstofputten in bossen enz.)
4. Het compensatieaanbod
Er zijn heel wat aanbieders van programma’s voor de compensatie van de CO2–uitstoot. Het is een ontluikende markt die nog zeer open is en relatief weinig gecontroleerd wordt. De kwaliteit van de programma’s kan dus sterk verschillen, naargelang van het soort project waarin het geld geïnvesteerd wordt, en van het deel van de fondsen die werkelijk geïnvesteerd worden in de reductieprojecten (want een deel van deze fondsen gaat ook naar de structuren en de eigen werking van de aanbieders).
Om de kwaliteit van deze programma’s te waarborgen en te verzekeren dat de CO2-reducties wel degelijk echt zijn, werden een aantal kwaliteitslabels of –standaards ontwikkeld waarmee heel wat compensatieaanbieders instemmen. De meeste aanbieders publiceren jaarverslagen waarin men dat soort van informatie kan terugvinden om zich een beeld te kunnen vormen van de projecten.
Er werd voor rekening van de bond IEW een vergelijkende analyse gemaakt van de kwaliteit van deze programma’s. Deze analyse is beschikbaar op de volgende website
In België zijn er meerdere aanbieders, met name:
Andere vaak aangehaalde websites zijn:
Er is ook een centrale website waarop u informatie vindt over de meeste compensatieprogramma’s van over de hele wereld: www.carboncatalog.org.
![]() |