Op 1 maart 2010 organiseerde de Dienst Klimaatverandering van de federale overheid in samenwerking met Climate Focus [1] en CDC Climat [2] een Rondetafel over Domestic Offset.
Domestic Offset is een nieuw mechanisme, vermeld in de herziening van de Europese Emissiehandelrichtlijn (EU Emission Trading Scheme of ETS) van 2009. Het laat EU- lidstaten toe om in eigen land, projecten die de uitstoot van broeikasgassen verminderen buiten de ETS-sectoren [3], te belonen met koolstofkredieten. Deze kunnen dan eventueel verkocht worden aan andere bedrijven met een ETS-doelstelling of aan overheden.
Tijdens de Rondetafel heeft de Europese Commissie haar visie en intenties over Domestic Offset verduidelijkt. Twee adviesbureaus hebben dan het potentieel van dit nieuwe mechanisme toegelicht. Vervolgens hebben enkele EU-lidstaten hun ervaringen met Domestic Offset onder de vorm van Joint Implementation (JI [4]) gepresenteerd.
Vertegenwoordigers van 14 EU-lidstaten namen deel aan de rondetafeldiscussie. Daaruit bleek dat meerdere lidstaten een JI-programma in eigen land hebben of er momenteel een ontwikkelen. Aangezien er nog veel onduidelijkheden bestaan over Domestic Offset, wordt dit mechanisme hoofdzakelijk gezien als garantie voor het voortbestaan van JI-projecten en dit in afwachting van een internationaal post-2012-akkoord.
Meer info:
De presentaties:
[1] Climate Focus is een adviesbureau voor de ontwikkeling van projecten en beleidsmaatregels voor de vermindering van uitstoot van broeikasgassen.
[2] CDC Climat is een dochteronderneming van Caisse des Dépots, belast met onderzoek, ontwikkeling en investering in de koolstofmarkt.
[3] Onder ETS-sectoren verstaan we de “grote CO2-uitstoters” op de markt (met een verbrandingscapaciteit van minimum 20 Megawatt), die reeds vanaf het begin (in 2005) in het europees emissiehandelsysteem warn opgenomen: installaties actief op het vlak van de energieproductie, de productie en verwerking van ferrometalen, de delfstoffenindustrie of de papier- en pulpvervaardiging.
[4] Joint Implementation (JI, of Gezamenlijke Uitvoering) is één van de zogenaamde flexibiliteitsmechanismen van het Kyoto-protocol. Via JI werken twee industrielanden samen om de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken. Het donorland investeert daarbij in projecten voor emissievermindering in het gastland, in ruil voor de ‘emissiekredieten’ die deze projecten opleveren. Deze kredieten mag het donorland dan optellen bij zijn eigen emissierechten, terwijl deze bij het gastland afgetrokken worden. Zo’n samenwerkingssysteem heeft zin als het voor de investeerder goedkoper is om in het gastland emissiereducties te realiseren dan in eigen land.
![]() |