nl | fr
Home
agenda
« Juni 2013 »
M D W D V Z Z
27 28 29 30 31 1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
 
impressionmail
De klimaatonderhandelingen in Tianjin (China)

Van 4 tot 9 oktober 2010 is China het gastland voor een tussentijdse klimaatsessie die de moeilijke klimaatonderhandelingen extra vooruitgang moet doen boeken. Hoofddoel van deze bijkomende klimaatsessie is om minstens op een aantal vlakken een degelijke vooruitgang in de onderhandelingen te boeken, die op de eerstvolgende klimaatsessie van Cancún (Mexico) in december tot akkoorden moet leiden. Ons land, dat van juli tot en met december 2010 voorzitter is van de Europese Raad, zet op deze sessie alle hens aan dek om dit einddoel mee te helpen bereiken.

U kan hier tevens de "statements" raadplegen die België en de Europese Commissie tijdens de twee plenaire vergaderingen (aan het begin en het einde van de conferentie) voor de twee onderhandelingssporen (het ‘Kyoto-spoor’ - AWG KP en het ‘Verdragsspoor’ - AWG LCA) brachten in naam van de Europese Unie en diens lidstaten.


De uitdagingen zijn groot

De vorige klimaattop in Kopenhagen (december 2009) werd in de pers als een grote mislukking afgeschilderd, en dat is ook het beeld dat bij het grote publiek is blijven hangen. Intussen is het duidelijk geworden dat ook op de klimaattop van Cancún (Mexico) van december 2010 waarschijnlijk geen grote doorbraak te verwachten valt. Dat neemt echter niet weg dat dit jaar bijzonder intensief onderhandeld wordt om in Cancún toch tenminste enkele belangrijke akkoorden in de wacht te slepen.

Dat is ook de reden waarom in oktober in de Noord-Chinese havenstad Tianjin – in een splinternieuw congrescentrum - een week lang een extra onderhandelingsronde werd ingelast, die bijkomende ruimte voor onderhandelingen creëert en garant moet staan voor een betere voorbereiding van de nakende top. De tijd die nog rest is immers bijzonder kort.

JPG - 717 kB

Dat was ook de kernboodschap van de plenaire openingsvergadering, waarbij de sprekers opriepen tot efficiënt onderhandelen. Christiana Figueres – secretaris-generaal van UNFCCC – benadrukte dat de conferentie de laatste onderhandelingsronde van Cancún is, en riep de onderhandelaars op om hun zoektocht naar “common ground” te versnellen en moedigde de lidstaten aan om duidelijk te verwoorden wat een haalbare en politiek gebalanceerde set van beslissingen zou inhouden. En ze voegde eraan toe: "Zoek gemeenschappelijke standpunten en zet verschillen aan de kant, om zo een evenwichtig resultaat te bekomen, dat misschien niet volledig zal zijn op het vlak van de details, maar dat allesomvattend is qua inhoud”.

JPG - 478.1 kB

Dezelfde bezorgdheid klonk ook de dag daarop tijdens een druk bijgewoonde persbriefing van het Belgisch voorzitterschap en de Europese Commissie. “Er bestaat een brede eensgezindheid over hetgeen in Cancún bereikt kan worden. We moeten ons op deze vlakken focussen en resultaten boeken. Alle onderhandelaars zijn zich terdege bewust van het feit dat – als er in Cancún geen deftig resultaat geboekt wordt – het klimaatbeleid in de ogen van de de wereld wel eens als totaal irrelevant zou kunnen beschouwd worden.”, zo vatte Arthur Runge-Metzger van de Europese Commissie de uitdaging van deze conferentie samen.

Het Belgisch voorzitterschap: een dag in Tianjin

Van begin juli tot eind december 2010 is België voorzitter van de Europese Raad. Zo’n voorzitterschap is eigenlijk een periode van 6 maanden gedurende dewelke één van de EU-lidstaten een coördinerende rol (binnen de EU) toebedeeld krijgt. Voor elk thema is het dan die lidstaat die de agenda bepaalt, de vergaderingen en onderhandelingen voorzit, de commuinicatie voorbereidt, enz. Ook voor de klimaatonderhandelingen is dit het geval.

JPG - 633 kB

In Tianjin is een Belgische ploeg van zo’n 35 personen aanwezig: de delegatieleider, experten van zowel het federal niveau als van de gewesten die elk in hun vakgebied de onderhandelingen leiden of opvolgen, wetenschappers van universiteiten en instellingen, en een ondersteunend team voor de logistiek.

Deelnemen aan dergelijke klimaatonderhandelingen is een intensieve bezigheid met lange werkdagen. Een gemiddelde dag ziet er volgt uit:

  • 7u15 - Belgische coördinatievergadering: de delegatieleider en de experten van de Belgische ploeg geven feedback over de moeilijkheden en resultaten van de onderhandelingen van de vorige dag, waarna de prioriteiten voor de nieuwe dag besproken worden
  • 8u30 - Europese coördinatievergadering: een analoge vergadering waarbij de delegatieleiders en vertegenwoordigers van de verschillende EU-lidstaten betrokken zijn.
  • 10u - ??u: onderhandelingen in diverse thematische werkgroepen, bilaterale vergaderingen tussen landen en verder side events waarop lidstaten, wetenschappers, NGO’s… nieuwe rapporten voorstellen, oproepen lanceren, debatten lanceren, enz.
  • 19 – 20u - ‘troika’-vergadering: een EU-overleg met de toponderhandelaars van de behandelde thema’s, de Europese Commissie en het team dat Europees voorzitter is. Hierop worden de vorderingen en problemen in kleine groep besproken, strategieên uitgewerkt en de agenda van de Europese coördinatievergadering van de volgende ochtend besproken.

Op het einde van de dag – en vaak tot in de late (vroege) uurtjes - worden door het voorzitterschap ook korte verslagen met de stand van zaken en de bereikte resultaten voorbereid, die de ochtend daarop op de Europese coördinatievergadering uitgedeeld worden om een maximale informatiedoorstroming mogelijk te maken.

Hoe blijven we onder een globale temperatuurstoename van 2°C ?

In Tianjin (China), waar van 4 tot 9 oktober 2010 een intersessionele VN-klimaatconferentie doorgaat, werd door de EU Climate Change Expert Group ‘Science’ (een groep wetenschappers uit verschillende EU-landen) een bondig en boeiend rapport onder de titel “Scientific Perspectives after Copenhagen” voorgesteld dat een aantal aspecten onder de loep neemt van de internationale inspanningen om de 2°C-doelstellingen te halen en een evaluatie maakt van de totale emissiereductie-beloften onder het Kopenhagen Akkoord.

GIF - 2 MB

Dit Kopenhagen Akkoord – één van de belangrijkste resultaten van de klimaattop van Kopenhagen van december 2009 - stelt zich tot doel de globale opwarming van het klimaat te beperken tot maximum 2°C om “gevaarlijke menselijke interferentie” met het klimaatsysteem te vermijden. Het riep de Partijen bovendien op hun engagementen (“beloften”) voor een emissiereductie tegen het jaar 2020 voor te leggen opdat deze 2°C-doelstelling zou kunnen gerealiseerd worden.

De wetenschappers hebben zich gebaseerd op de meest relevante studies, waaronder het vierde evaluatierapport van IPCC, en identificeerden een reeks voorwaarden die een redelijke kans [1] zouden kunnen bieden om de 2°C-doelstelling te halen:

  • Een plafond in de globale uitstoot dient tegen ongeveer 2015 bereikt te worden. Hoe later dit plafond bereikt wordt, hoe sterker de benodigde uitstootreductie zal zijn in de daaropvolgende decennia, wat mogelijk niet meer haalbaar zal zijn en de kost van reductiemaatregelen zal doen toenemen.
  • Tegen 2050 is een globale reductie in de uitstoot van 50-70% in vergelijking met de uitstoot in 1990 vereist. Ook na 2050 zullen er nog bijkomende emissiereducties nodig zijn.
  • De reductie in de uitstoot van langlevende broeikasgassen zoals CO2 is essentieel, maar daarnaast kunnen ook reducties van kortlevende broeikasgassen, zwarte aerosolen, troposferische ozon en door luchtvaart geïnduceerde condensatiesporen een belangrijke bijdrage leveren.

Niettemin geeft zelfs de meest optimistische interpretatie van de huidige reductie-engagementen aan dat bijkomende engagementen nodig zouden zijn om ervoor te zorgen dat de 2°C-doelstelling (met een redelijke kans) haalbaar blijft. Zonder zulke bijkomende actie nu, zullen de reductiepercentages na 2020 mogelijk onhaalbaar worden.

Om dergelijke emissiereducties te bereiken, zullen er geloofwaardige, efficiënte en rechtvaardige beleidsinstrumenten nodig zijn, die zoveel mogelijk bronnen van uitstoot aanpakken.

JPG - 224.9 kB

Het nieuwe referentiedocument versterkt het bewijs geleverd door het vierde evaluatierapport van IPCC: het beperken van de opwarming tot minder dan 2°C boven het pre-industriële niveau beperkt in sterke mate het risico op het uitlokken van versnelde en onomkeerbare veranderingen in het klimaatsysteem en van grootschalige negatieve gevolgen.

De wetenschappelijke resultaten suggereren heel duidelijk dat een ambitieuze politieke overeenkomst nodig is aangezien de tijd om te handelen en een gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen, bijna voorbij is.

Meer informatie
Het referentiedocument “Scientific Perspectives after Copenhagen” werd geïnitieerd onder het Spaans voorzitterschap en afgewerkt tijdens het Belgisch voorzitterschap. Voor een gedrukt exemplaar: secretariat_ssd@belspo.be.



[1] “redelijke kans “: betekent dat er met het gegeven emissietraject (waarvan we niet de waarschijnlijkheid dat dit zal gebeuren beoordelen), minstens 66% kans is dat de opwarming beneden het aangegeven peil blijft, rekening houdend met onzekerheden in de reactie van het klimaatsysteem.

 
 
Laatste update : 27/10/2010