Eind 2005 moesten volgens het Protocol van Kyoto de besprekingen opgestart worden over realistische maar ambitieuze doelstellingen die de geïndustrialiseerde landen tijdens de tweede verbintenisperiode onder het Protocol (de periode na 2012) op zich zullen nemen. Eind 2007 werden deze onderhandelingen verder opengetrokken naar een uitstootvermindering door alle landen en naar meer internationale samenwerking op het vlak van mondiaal klimaatbeleid.
Op Europees niveau beslisten staats- en regeringsleiders in 2007 dat Europa de broeikasgasuitstoot in elk geval met minstens 20% zou terugdringen in 2020 (t.o.v. 1990), en met 30% in geval een internationaal akkoord wordt bereikt. Bovendien moet tegen dat jaar ook 20% van de verbruikte energie van hernieuwbare bronnen afkomstig zijn. De Europese Commissie vertaalde deze doelstellingen begin 2008 in het klimaat/energiepakket, waarover momenteel onderhandeld wordt.
Voorbereidingen in eigen land
Het spreekt voor zich dat ook België zich reeds geruime tijd voorbereidt. De Belgische standpunten in dit internationale ‘post-2012’-debat worden voorbereid door de vertegenwoordigers van de federale en gewestelijke overheden in de Coördinatiewerkgroep Broeikaseffect.
![]() |