Biomassa en biobrandstoffen

Energievoorziening is wereldwijd een belangrijke uitdaging: het toenemende bevolkingsaantal en de stijgende levensstandaard vergen immers steeds meer energie, terwijl de klassieke (fossiele) brandstofbronnen schaarser worden. Inmiddels heeft biomassa als energiebron al een aanzienlijk aandeel in onze energievoorziening ingenomen, en dat aandeel zal nog verder toenemen.

Biomassa is een bron van hernieuwbare energie die ingezet kan worden in het streven naar een reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Zo wordt biomassa toegepast voor verwarmingsdoeleinden, voor de opwekking van elektriciteit en - in de vorm van biobrandstoffen - als voertuigbrandstof.

Hoewel biomassa nagroeibaar is en dus een grondstof is voor de productie van hernieuwbare energie, is het niet zo dat bio-energie op basis van biomassa per definitie koolstofneutraal is. De omvang van de broeikasgasemissies van bio-energie zijn afhankelijk van allerlei factoren zoals:

  • de aard van de biomassa die als grondstof gebruikt wordt
  • de teeltwijze van die biomassa
  • de wijze van verwerking van de biomassa tot biobrandstof
  • de locatie waar de biomassa geteeld wordt

Om te garanderen dat het gebruik van biobrandstoffen op basis van biomassa – als substituent van fossiele brandstoffen – effectief leidt tot een lagere uitstoot van broeikasgassen, zijn een aantal duurzaamheidscriteria gedefinieerd waaraan deze biobrandstoffen en de biomassa op basis waarvan zij geproduceerd werden, moeten voldoen.

Het proces van implementatie van deze duurzaamheidscriteria is volop aan de gang.

Ook wordt momenteel bestudeerd op welke wijze de indirecte wijzigingen in landgebruik (indirect land use change of ILUC) in rekening gebracht moeten worden bij de beoordeling van de biobrandstoffen.

Deze duurzaamheidscriteria en het ILUC-aspect zijn zeer relevante thema’s bij het uittekenen van het beleid terzake. De Dienst Klimaatverandering volgt deze ontwikkelingen dan ook op de voet op en participeert actief aan het debat.