De Nationale Klimaatcommissie

Juridische basis

Het samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest betreffende het opstellen, het uitvoeren en het opvolgen van een Nationaal Klimaatplan, alsook het rapporteren, in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering en het Protocol van Kyoto.

Taken

1/ Coördinatie van het Nationaal Klimaatplan

  • de uitwerking van voorstellen qua structuur, de vereiste informatie, de impact, en de evaluatie
  • de inzameling van de vereiste informatie bij de betrokken overheden
  • de opmaak van het ontwerp van plan op basis van de federale en gewestelijke plannen
  • de bijdrage tot het uitwerken van een methode voor de monitoring en jaarlijkse evaluatie van de acties
  • het Plan jaarlijks evalueren, aanpassingen voorstellen en een vooruitgangsrapport opstellen

2/ Rapportering over het klimaatbeleid (Meer info)

Op internationaal vlak (naar het VN-Klimaatverdrag en het Kyotoprotocol) :

  • bijdragen tot de realisatie van de jaarlijkse inventarissen van de broeikasgasemissies
  • de coördinatie van de voorbereiding van rapporten (Nationale mededelingen, ‘Report on demonstrable progress’, ‘Report for the accounting of assigned amounts’)
  • de Belgische coördinatie van het onderzoeksproces van de rapporten
  • de coördinatie van en de Belgische deelname aan de onderzoekswerkzaamheden voor de nationale mededelingen en inventarissen

Op Europees vlak (volgens de richtlijnen van het Monitoring Mechanism) :

  • bijdragen tot de voorbereiding van jaarlijkse inventarissen broeikasgasemissies
  • de coördinatie van de rapportering over de nationale programma’s en verwachtingen
  • de coördinatie van het rapport over de “toegekende emissierechten”
  • de goedkeuring van de inventarissen over emissies van broeikasgassen opgesteld door de CCIM-werkgroep Emissies 

3/ “Focal Point” en “Designated National Authority”

  • “Designated National Autority” voor de goedkeuring van CDM-projecten
  • “Focal Point” (contactpunt) voor de goedkeuring van JI- projecten.

4/ Adviezen

  • de voorbereiding van de adviezen van de Nationale Klimaatcommissie voor het CCIM;
  • de voorbereiding van de adviezen van de Nationale Klimaatcommissie voor de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling (ICDO);
  • de opstart en opvolging van noodzakelijke beleidsondersteunende studies.

Beslissingsproces

Politique nationale

EU = Europese Unie / VN = Verenigde Naties /
ICL = Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu / WG = Werkgroep

Eenmaal het Nationaal Klimaatplan door de NKC op punt is gesteld, dient het nog goedgekeurd te worden door uitgebreide Interministeriële Conferentie voor het Leefmilieu.

 

Samenstelling

De Nationale Klimaatcommissie telt 16 leden en 16 plaatsvervangende leden, nl. telkens 4 namens:

  • de federale staat
  • het Vlaamse Gewest
  • het Waalse Gewest
  • het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Werking

Overeenkomstig het Samenwerkingsakkoord van 14 november 2002 wordt de Nationale Klimaatcommissie bijgestaan ​​door een permanent secretariaat samengesteld uit ambtenaren afkomstig van de administraties van de drie gewesten en de federale overheid.


Voor meer info, zie de website van de NKC