Institutionele hervorming

De zesde staatshervorming van 2011 heeft geen grote veranderingen opgeleverd in de coördinatie en samenwerking tussen de federale autoriteit en de gefedereerde entiteiten op het gebied van klimaatverandering. Toch zijn in elk geval drie elementen doorgevoerd die moeten verzekeren dat de verschillende overheidsniveaus ten aanzien van de Europese en internationale instanties de best mogelijke maatregelen nemen om de klimaatverandering te bestrijden:

1. Klimaatresponsabiliseringsmechanisme

Dit bonus/malus-mechanisme moet de gewesten aanmoedigen positieve acties te ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in de bouwsector. Het is gebaseerd op een referentietraject voor de periode 2015 tot 2030, in de vorm van een jaarlijkse doelstelling voor elk gewest. Afhankelijk van de vraag of het betrokken gewest de doelstelling voor het jaar bereikt heeft, ontvangt het een bonus of betaalt het een malus. De financiering van de bonussen komt van dat deel van de opbrengst van de veiling van broeikasgasemissierechten die de federale staat ontvangt, en de ontvangen malussen mogen uitsluitend gebruikt worden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.

Het mechanisme wordt ingesteld bij artikel 68 van de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, en de uitvoeringsregels worden vastgelegd in de gewone wet van 6 januari 2014 met betrekking tot het klimaatresponsabiliseringsmechanisme. 

2. Recht van indeplaatstreding

Uit hoofde van het Belgische nationale recht is het de taak van de gemeenschappen en gewesten om alle internationale en supranationale verplichtingen na te leven inzake die kwesties waarvoor zij de exclusieve materiële en territoriale bevoegdheid hebben. Artikel 27 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht is echter duidelijk: “Een partij mag zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een verdrag te rechtvaardigen”. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie vloeit bovendien voort dat een lidstaat zich niet op bepalingen, praktijken of situaties van zijn interne rechtsorde kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen.

Zo bepaalt artikel 169 van de Grondwet dat, “om de naleving van internationale of supranationale verplichtingen te verzekeren”, de federale wetgevende en uitvoerende machten in de plaats kunnen treden van de parlementen en regeringen van de drie gemeenschappen en de drie gewesten. Al naargelang het geval gebeurt de indeplaatstreding door de federale wetgevende of uitvoerende macht. De federale staat is dus verantwoordelijk voor de internationale of Europese wettelijke verplichtingen van de gefedereerde entiteiten. Artikel 16, § 3 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen vermeldt de uitvoeringsregels voor dit recht van indeplaatstreding.

De zesde staatshervorming preciseerde de uitvoeringsregels voor het recht van indeplaatstreding in geval van het niet nakomen, door een gemeenschap of gewest, van een verplichting uit hoofde van het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (UNFCCC) of één van diens protocollen, dan wel een Europese verplichting tot beperking van de uitstoot van broeikasgassen in het kader van het UNFCCC of één van diens protocollen, ook als die Europese verplichtingen strikter zijn dan de internationale verplichtingen. Deze wijziging werd ingevoerd door middel van de toevoeging van een §4 bij artikel 16 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980.

3. Hervorming van de Nationale Klimaatcommissie (NKC)

Het institutioneel akkoord over de zesde staatshervorming bepaalt: “De werking van de Nationale Klimaatcommissie wordt geoptimaliseerd en haar rol wordt versterkt. De nadere uitvoeringsregels van die hervormingen zullen het voorwerp uitmaken van technische besprekingen”. De hervormingselementen worden in het algemeen genoemd (werking en rol), maar hun aard en bereik worden niet gepreciseerd.

Tot nu toe is er nog geen initiatief genomen om dat aspect van de hervorming uit te voeren; een analyse van de rol en werking van de NKC is echter wel beschikbaar.