De Nationale inventaris van broeikasgassen

De inventarissen van broeikasgassen zijn een raming van de uitstoot (en de absorptie) van broeikasgassen. Ze moeten minstens informatie bevatten over volgende broeikasgassen:

  • kookstofdioxide (CO2)
  • methaan (CH4)
  • distikstofoxide of lachgas (N2O)
  • perfluorkoolwaterstoffen (PFK’s)
  • fluorkoolwaterstoffen (HFK’s)
  • zwavelhexafluoride (SF6)

Vanaf 2015 zal ook informatie over stikstoftrifluoride (NF3) verplicht zijn.

De Partijen van Bijlage I (de geïndustrialiseerde landen) moesten ook gegevens verstrekken over volgende indirecte broeikasgassen:

  • koolmonoxide (CO)
  • stikstofoxiden (NOx)
  • vluchtige organische stoffen met uitzondering van methaan (NMVOS)
  • zwaveldioxide (SOx)

Deze inventarissen worden jaarlijks opgemaakt en meegedeeld. In België behoort de uitstoot in de atmosfeer tot de bevoegdheid van de Gewesten. Het zijn dus de Gewesten die de emissies van broeikasgassen van dichtbij volgen. De voorbereiding van de nationale inventaris wordt in de werkgroep "Emissies" van het CCIM gecoördineerd. De Interregionale Cel Leefmilieu (IRCEL) is belast met het bijeenbrengen van de gegevens die door de Gewesten ter beschikking zijn gesteld, waarna de Nationale Klimaatcommissie ze officieel goedkeurt. De inventarissen worden elk jaar op 15 april aan het secretariaat van het UNFCCC genotificeerd.

Raadpleeg hier de Belgische cijfers !