Overige rapporten

Het Rapport over aantoonbare vorderingen

 th_vorderingen.jpg Naast de 4e Nationale Mededeling dienden de Partijen bij het Protocol van Kyoto tegen 1 januari 2006 een Rapport over aantoonbare vorderingen voor te leggen dat als grondslag zal dienen voor het onderzoek door de Conferentie der Partijen van de elementen die de vooruitgang (aantoonbare vorderingen) in 2005 moeten aantonen.

 

Dit rapport moet het volgende bevatten:

  • een beschrijving van de nationale maatregelen getroffen ter voldoening aan de Kyoto-doelstellingen en van elk programma dat de bepalingen van het Protocol op het grondgebied wil doen naleven,
  • de trends en verwachtingen over de uitstoot van broeikasgassen,
  • een evaluatie van de manier waarop de interne maatregelen een bijdrage zullen leveren aan de uitvoering van de aangegane verbintenissen,
  • een beschrijving van de acties in verband met aanpassing, duurzame ontwikkeling, en de financiële, technologische en wetenschappelijke hulp aan ontwikkelingslanden.

De voorbereiding van dit rapport is eveneens in handen van een werkgroep van de Nationale Klimaatcommissie.

 

Het Rapport voor het berekenen van de toegewezen hoeveelheid

Om de haar toegewezen hoeveelheid (het toegestane uitstootniveau in de periode 2008-2012 berekend op basis van het emissieniveau van 1990 en van het percentage vastgesteld in Bijlage B bij het Protocol) gemakkelijker te kunnen berekenen, diende elke Partij aan het secretariaat van het UNFCCC uiterlijk op 1 januari 2007 een rapport te bezorgen waaruit bleek dat ze in staat was een boekhouding bij te houden van de uitstoot en van de haar toegewezen hoeveelheid.

Dit technisch rapport had o.m. betrekking op de keuze van het basisjaar voor de fluorhoudende gassen), op akkoorden die de Partij mogelijk heeft afgesloten om samen met andere Partijen aan de verplichtingen te voldoen (akkoord over de lastenverdeling op Europees vlak), 

het berekenen van de haar toegewezen hoeveelheid en bevatte gegevens over het nationaal inventarissysteem, het nationaal register en over de activiteiten met betrekking tot koolstofputten.

Ten laatste op 15 juni 2006 moesten de lidstaten de Commissie alle vereiste informatie verschaffen voor het berekenen van de hun toegewezen hoeveelheid en voor het voorbereiden van het Communautair Rapport voor het berekenen van de toegewezen hoeveelheid.