Rapporten m.b.t. 'het beleid en de maatregelen' en de projecties van de uitstoot van broeikasgassen

In opvolging van Verordening nr. 525/2013 ("Monitoring Mechanism"), delen de Lidstaten elke twee jaar (op 15 maart) aan de Europese Commissie de informatie mee met betrekking tot:

  • de nationale beleidslijnen en maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken
  • de nationale prognoses voor de uitstoot van broeikasgassen voor de komende 20 jaar

Ook andere informatie wordt in deze rapporten geïntegreerd:

  • het "nationaal systeem" voor het beleid en de maatregelen
  • de "strategie voor een koolstofarme ontwikkeling"
  • het gebruik van de "flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto (koolstofmarkt)

In België wordt deze verplichte rapportering gecoördineerd en goedgekeurd door de Nationale Klimaatcommissie.

De laatst twee beschikbare rapporten werden op 15/3/2019 officieel overgemaakt. De rapporten met betrekking tot 'het beleid en de maatregelen' en tot de 'strategie voor een koolstofarme ontwikkeling' zoudne spoedig moeten volgen.

 

Beleid en maatregelen (PAMs) en Projecties

De grafiek hieronder geeft een overzicht van de evolutie van de totale uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 en de verwachtingen tot 2035.

 

Totale uitstoot van broeikasgassen 

projecties-2019-BKG_750px.png

 

Niet-ETS sector

In het kader van het Europese Klimaat/Energie-pakket werd op Europees niveau een reductiedoelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen van 20% tegen 2020 voorzien. België kreeg een reductiedoelstelling van 15% (t.o.v. 2005) tegen 2020 toegewezen voor de "niet ETS"-sectoren (voornamelijk de sectoren gebouwen en transport). 

Bovendien heeft Europa zichzelf een nieuwe reductiedoelstelling voor 2030 gesteld: -30% voor de niet-ETS-sectoren (t.o.v. 2005). België kreeg volgens Verordening (EU) 2018/842 een reductiedoelstelling van -35% toegewezen.

In zijn rapport heeft België een scenario meegedeeld 'met bestaande maatregelen' (with existing measures - WEM) voor de maatregelen die al beslist en in uitvoering gebracht werden, en een scenario 'met bijkomende maatregelen' (with additional measures - WAM) dat bijkomende maatregelen in overweging neemt.

Het beleid en de maatregelen die aan de basis liggen van de projecties 'met bestaande maatregelen' (WEM), zijn afkomstig van de gewestelijke plannen voor 2013-2020 en de federale maatregelen, in werking gesteld of aangenomen tot eind 2017.

De projecties 'met bijkomende maatregelen' (WAM) steunen bovendien op de nieuwe maatregelen ontwikkeld in het kader van het ontwerp van 'Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030', dat op 31/12/2018 aan de europese Commissie werd overhandigd. 

 

Uitstoot van de niet-ETS-sectorprojecties-2019-niet-ETS_750px.png

 

Zoals de grafiek hierboven aangeeft zal de reductiedoelstelling van 15% in 2020 niet gehaald worden op basis van het scenario 'met bestaande maatregelen' WEM (tekort van ongeveer 3,6 miljoen ton CO2), maar mogelijk wel met 'bijkomende maatregelen'. Bovendien toon de grafiek hieronder, die het budget voor de ganse periode 2013-2020 weergeeft, dat de doelstelling van België voor de ganse periode dankzij het boekhoudkundig systeem dat door de Europese 'effort sharing decision' ingevoerd wordt, gerespecteerd zal kunnen worden (het tekort op het einde van de periode zal gecompenseerd worden door de overschrijding van de doelstelling in het begin van de periode).

Voor de ganse periode voorziet het WEM-scenario een overschot van 9,4 miljoen AEA's (17,5 miljoen voor het WAM-scenario).

 projections2019_budget2013-2020_750px.png
Waar het duidelijk is dat België met het WEM-scenario na 2020 niet op koersis, zal ons land wel in staat zijn om zijn doelstelling te halen als de maatergelen die voorzien zijn in het WAM-scenario worden uitgevoerd. Hoe dan ook zullen er belangrijke inspanningen nodig zijn om België op het pad van de op langere termijn vereiste uitstootverlaging te krijgen en zo de opwarming te beperken tot maximum 2°C boven het pre-industriëel tijdperk, en de gevoerde actie verder te zetten om de opwarming te beperken tot 1,5°C. 

 

 

Uitstoot (in kt CO2-eq.)

 

2020

2025

2030

2035

Projecties 2019 WEM

71 830

70 337

69 638

69 654

Projecties 2019 WAM

67 775

60 001

51 229

46 585

Doelstellingen ESD en ESR**

68 248

 

52 189*

 

* De 2030-doelstelling (-35% t.o.v. 2005) is berekend op basis van Verordening (EU) 2018/842, die een bindende verdeling van de jaarlijkse vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de Lidstaten in de niet-ETS-sector vastlegt. De referentie 2005 die hier gebruikt is, werd herberekend om overeen te stemmen met deze van de 2020-doelstelling (-15% t.o.v. 2005).

** ESD = Effort Sharing Decision en ESR = Effort Sharing Regulation

 

ETS-sector

Uitstoot van de ETS-sectorprojecties-2019-ETS_750px.png

Ter herinnering: de ETS-sector is onderworpen aan een gezamenlijke Europese doelstelling. De gegevens op Belgisch vlak maken dus niet het onderwerp van een nationale doelstelling uit. 

 

Flexibiliteitsmechanismen

Uit de bovenstaande figuren blijkt dat België voor de periode 2013-2020 het waarschijnlijk kan stellen zonder gebruik te maken van koolstofkredieten uit projecten buiten de EU of aan emissierechten van andere EU-lidstaten.

De zogenaamde "Effort Sharing Beschikking" legt de regels voor de inzet van flexibiliteitsmechanismen door de lidstaten vast. Zo mag België jaarlijks voor maximaal 4% van de niet-ETS-uitstoot in 2005 koolstofkredieten uit projecten buiten de EU inzetten. Eén vierde hiervan moet komen uit 'minst ontwikkelde landen'.

Daarnaast mag België een onbeperkte hoeveelheid emissierechten van andere EU-lidstaten aankopen. Het samenwerkingsakkoord over de interne verdeling van de Belgische doelstelling, waarvan de goedkeuringsprocedures lopende zijn, legt de modaliteiten vast voor de toegang tot de flexibiliteitsmechanismen.

Voor de volgende periode (post 2020) werden nieuwe regels voor het intern gebruik van de flexibiliteitsmechanismen opgenomen in de artikels 5 tot 7 van Verordening (EU) 2018/842. 

 

Strategie voor een koolstofarme ontwikkeling

Momenteel beschikt België nog niet over een dergelijke strategie, maar bereidt zich wel voor via verschillende studies en de ontwikkeling van een scenario voor 2050. In het kader van de Overeenkomst van Parijs en de verordening "Governance" van de Europese Commissie wordt deze strategie ten laatste tegen 1 januari 2020 verwacht.