Rapporten m.b.t. 'het beleid en de maatregelen' en de projecties van de uitstoot van broeikasgassen

In opvolging van Verordening nr. 525/2013 ("Monitoring Mechanism"), delen de Lidstaten elke twee jaar (op 15 maart) aan de Europese Commissie de informatie mee met betrekking tot:

  • de nationale beleidslijnen en maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken
  • de nationale prognoses voor de uitstoot van broeikasgassen voor de komende 20 jaar

Ook andere informatie wordt in deze rapporten geïntegreerd:

  • het "nationaal systeem" voor het beleid en de maatregelen
  • de "strategie voor een koolstofarme ontwikkeling"
  • het gebruik van de "flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto (koolstofmarkt)

In België wordt deze verplichte rapportering gecoördineerd en goedgekeurd door de Nationale Klimaatcommissie.

De laatst beschikbare rapporten werden op 27/3/2017 officieel overgemaakt. 

 

Beleid en maatregelen (PAMs) en Projecties

De grafiek hieronder geeft een overzicht van de evolutie van de totale uitstoot van broeikasgassen sinds 1990 en de verwachtingen tot 2035.

 

projecties-2017-BKG.jpg

 

In het kader van het Europese Klimaat/Energie-pakket werd op Europees niveau een reductiedoelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen van 20% tegen 2020 voorzien. België kreeg een reductiedoelstelling van 15% (t.o.v. 2005) tegen 2020 toegewezen voor de "niet ETS"-sectoren (voornamelijk de sectoren gebouwen en transport). 

Bovendien heeft Europa zichzelf een nieuwe reductiedoelstelling voor 2030 gesteld: -30% voor de niet-ETS-sectoren (t.o.v. 2005). Volgens het voorstel van verordening van de Europese Commissie voor de jaarlijkse reducties van de uitstoot van broeikasgassen door de Lidstaten tussen 2021 en 2030, zal België waarschijnlijk een reductiedoelstelling van -35% toegewezen krijgen (deze doelstellingen en de modaliteiten voor de berekening van de uitstoottrajecten naar deze doelstelling toe, worden op Europees niveau onderhandeld).

In zijn rapport heeft België een scenario meegedeeld "met bestaande maatregelen" (with existing measures - WEM) voor de maatregelen die al beslist en in uitvoering gebracht werden, en een scenario met bijkomende maatregelen (with additional measures - WAM) dat twee bijkomende maatregelen in overweging neemt.

 

projecties-2017-niet-ETS.jpg

 

Zoals de grafiek hierboven aangeeft zal de reductiedoelstelling van 15% in 2020 niet gehaald worden. Het tekort (ongeveer 3 miljoen ton CO2) zal niet aangevuld worden door de 'bijkomende maatregelen'. Bovendien toon de grafiek hieronder, die het budget voor de ganse periode 2013-2020 weergeeft, dat de doelstelling van België voor de ganse periode dankzij het boekhoudkundig systeem dat door de Europese 'effort sharing decision' ingevoerd wordt, gerespecteerd zal kunnen worden (het tekort op het einde van de periode zal gecompenseerd worden door de overschrijding van de doelstelling in het begin van de periode). Voor de ganse periode voorziet het WEM-scenario een overschot van 7,7 miljoen AEA's (8,5 miljoen voor het WAM-scenario).

 

projections2017_budget2013-2020.jpg

 

Maar het is duidelijk dat België na 2020 niet op koers is: de projecties geven aan dat er een belangrijke afwijking is ten opzichte van de voorziene doelstellingen voor de volgende periode (2021-2030). Er zullen dus belangrijke inspanningen nodig zijn om België op het pad van de op lange termijn vereiste uitstootverlaging te krijgen en zo de opwarming te beperken tot maximum 2°C boven het pre-industriëel tijdperk, en de gevoerde actie verder te zetten om de opwarming te beperken tot 1,5°C. 

 
 

Uitstoot (in kt CO2-eq.) in het jaar: 

 

2020

2025

2030

2035

Projecties 2015

71.646

70.375

69.790

69.828

Projecties 2017

71.039

69.694

69.154

69.220

Doelstellingen ESD  en ESR **

67.677

 

51.753 *

 

(*) De 2030-doelstelling (-35% t.o.v. 2005) is berekend op basis van het voorstel van 20 juli 2016 van de Europese Commissie COM/2016/482, dat een bindende verdeling van de jaarlijkse vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door de Lidstaten in de niet-ETS-sector vastlegt (nog steeds in onderhandeling). De referentie 2005 die hier gebruikt is, werd herberekend om overeen te stemmen met deze van de 2020-doelstelling (-15% t.o.v. 2005).

(**) 'Effort Sharing Decision' en 'Effort Sharing Regulation'


Dat betekent dat nieuwe maatregelen zullen moeten genomen worden om de post-2020-doelstellingen te halen. 

Het gebruik van een alternatief macro-economisch (Hermes-)model om de projecties uit te voeren, toont een gedrag dat verschilt naargelang de beschouwde sector. In de niet-ETS-sector is het model perfect in fase met de bottom-up-projecties, terwijl dat in de niet-ETS-sector niet het geval is. Dit verschil is vooral te wijten aan het gedrag van het model, dat veel gevoeliger is voor prijzen dan een technisch-economisch model, maar ook aan verschillende hypotheses.

 

projecties-2017-ETS.jpg

 

Ter herinnering: de ETS-sector is onderworpen aan een gezamenlijke Europese doelstelling. De gegevens op Belgisch vlak maken dus niet het onderwerp van een nationale doelstelling uit. 

Het beleid en de maatregelen die de basis vormen voor deze projecties zijn afkomstig van het Nationaal Klimaatplan 2009-2012, aangevuld met maatregelen genomen in het kader van de gewestelijk plannen voor 2013-2020.

Nieuwe maatregelen moeten uitgewerkt worden in het kader van het "Nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030, waartoe de Nationale klimaatcommissie zich geëngageerd heeft in zijn beslissing van 1/2/2017 en in het kader van 'low carbon'-strategie die België tegen 2020 moet uitwerken.

 

Flexibiliteitsmechanismen

Uit de bovenstaande figuren blijkt dat België voor de periode 2013-2020 het waarschijnlijk kan stellen zonder gebruik te maken van koolstofkredieten uit projecten buiten de EU of aan emissierechten van andere EU-lidstaten.

De zogenaamde "Effort Sharing Beschikking" legt de regels voor de inzet van flexibiliteitsmechanismen door de lidstaten vast. Zo mag België jaarlijks voor maximaal 4% van de niet-ETS-uitstoot in 2005 koolstofkredieten uit projecten buiten de EU inzetten. Eén vierde hiervan moet komen uit 'minst ontwikkelde landen'.

Daarnaast mag België een onbeperkte hoeveelheid emissierechten van andere EU-lidstaten aankopen. Het samenwerkingsakkoord over de interne verdeling van de Belgische doelstelling, waarvan de goedkeuringsprocedures lopende zijn, legt de modaliteiten vast voor de toegang tot de flexibiliteitsmechanismen.

Voor de volgende periode (post 2020) lopen er op Europees vlak discussies om nieuwe regels uit te werken voor het intern gebruik van de flexibiliteitsmechanismen. 

 

Strategie voor een koolstofarme ontwikkeling

Momenteel beschikt België nog niet over een dergelijke strategie, maar bereidt zich wel voor via verschillende studies en de ontwikkeling van een scenario voor 2050. In het kader van de Overeenkomst van Parijs en het voorstel van de Europese Commissie voor een "Governance"-verordening [1] wordt deze strategie ten laatste tegen 1 januari 2020 verwacht.



[1] COM(2016) 482 final – Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on binding annual greenhouse gas emission reductions by Member States from 2021 to 2030 for a resilient Energy Union and to meet commitments under the Paris Agreement and amending Regulation No 525/2013 of the European Parliament and the Council on a mechanism for monitoring and reporting greenhouse gas emissions and other information relevant to climate change