Europese Adaptatiestrategie

De doelstelling van het adaptatiekader van de Europese Unie (EU) bestaat erin de EU beter in staat te stellen met de gevolgen van de klimaatverandering om te gaan. Dat kader kwam geleidelijk tot stand:

Fase 1 (2009-2012) startte met de publicatie van het Witboek - Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader (2009). Het Witboek moedigt de EU en de lidstaten aan “strategieën te bevorderen die de gezondheid, de materiële bezittingen en de productieve functies van het land beter tegen klimaatveranderingen bestand maken, onder meer door het beheer van waterreserves en ecosystemen te verbeteren”.

Tijdens die 1ste fase werd de basis gelegd voor de ontwikkeling van een alomvattende EU-aanpassingsstrategie, rond vier thema’s:

  • een solide kennisbestand opbouwen over de effecten en gevolgen van de klimaatverandering voor de EU
  • het thema aanpassing in cruciale EU-beleidsgebieden integreren
  • een combinatie van beleidsinstrumenten gebruiken (op de markt gebaseerde instrumenten, richtsnoeren, publiek-private partnerschappen) om het aanpassingsproces doeltreffend te laten verlopen
  • de internationale samenwerking rond aanpassing versterken

Tijdens fase 2, die in 2013 van start ging met de publicatie van de "Europese strategie inzake de aanpassing aan de klimaatverandering", zal die strategie uitgevoerd worden.

De strategie is gebaseerd op 8 acties:

  1. alle lidstaten aanmoedigen om globale aanpassingsstrategieën te ontwikkelen (eind 2017 beschikten 25 lidstaten - waaronder België – over een nationale adaptatiestrategie en 15 over een nationaal adaptatieplan)
  2. fondsen bijdragen voor de capaciteitsopbouw en de realisatie van aanpassingsacties in Europa
  3. aanpassing op het niveau van steden aanmoedigen, op basis van het model van het Burgemeestersconvenant
  4. het gebrek aan kennis verhelpen
  5. het portaal Climate-ADAPT ontwikkelen als “uniek loket” in Europa
  6. beter rekening houden met het toekomstig klimaat in het cohesiebeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid
  7. infrastructuren met meer weerstand ontwikkelen
  8. het promoten van verzekerings- en andere financiële producten voor meer bestendige investeringen en handelsactiviteiten

De strategie moedigt de lidstaten onder meer aan om aanpassingsmaatregelen te nemen en om de aanpassingen in de meest kwetsbare sectoren beter in rekening te brengen ('climate proofing').

In 2016 heeft de Europese Commissie een evaluatieproces voor de uitvoering van haar adaptatiestrategie gelanceerd. Deze evaluatie, afgerond in november 2018, heeft zich over 5 criteria gebogen: doeltreffendheid, efficiëntie, pertinentie, coherentie en toegevoegde waarde voor de EU. Ze heeft zich in het bijzonder gebaseerd op de resultaten van een studie ('Study to support the evaluation of the EU Adaptation Strategy') van december 2017, een publieksenquête, interviews, workshops, case studies, een analyse van de rapporten, enz. De evaluatie bekeek onder meer de evolutie van de noden waarop de strategie een antwoord moet bieden, vooral in het kader van de Overeenkomst van Parijs die in artikel 7 een wereldwijde adaptatiedoelstelling heeft opgenomen, de geboekte vooruitgang, de lessen die daaruit getrokken zijn, en de pistes voor de toekomst. De evaluatie geeft aan dat de strategie haar doelen heeft bereikt. Er werd vooruitgang geboekt op elk actieterrein (zoals het Burgemeesterconvenant voor klimaat en energie, de ontwikkeling van het online platform Climate-ADAPT en de integratie van adaptatie in de belangrijkste Europese beleidslijnen). Het rapport geeft echter aan dat Europa erg kwetsbaar blijft voor de impact van klimaatverandering.

Zoals in de strategie voorzien was, werd ook een evaluatie van de uitvoering van de nationale adaptatiestrategieën van de lidstaten gemaakt op basis van een scorebord. Er werden fiches opgemaakt voor elke Lidstaat om hun niveau van voorbereiding voor de adapattie aan klimaatverandering te evalueren. Het scorebord voor de 28 EU-lidstaten geeft aan dat de meeste lidstaten (waaronder België) een goede vooruitgang geboekt hebben in de eerste drie stappen van het adaptatieproces (de voorbereiding van het terrein voor adaptatie, de evaluatie van de risico's en kwetsbaarheden, en de identificatie van de adaptatie-opties) maar dat er nog werk is iaan de 2 laatste stappen (de uitvoering en de opvolging en rapportering).

Bovendien voorziet de Europese Verordening 525/2013 (betreffende het bewakingssysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en systeem voor de aangifte van andere informatie die betrekking heeft op de klimaatverandering) dat de lidstaten aan de Europese Commissie informatie over de nationale adaptatiestrategieën rapporteren door de maatregelen te vermelden die ze hebben geïmplementeerd om de aanpassing aan de klimaatverandering te vergemakkelijken. Het eerste rapport van België is op 15 maart 2015 overhandigd. De volgend erapporten worden afgestemd op de UNFCCC-rapportering (2018, 2022,…).

Met haar initiatief ‘Burgemeestersconvenant voor klimaat en energie' moedigt de Europese Commissie steden aan om zich te engageren tot het nemen van maatregelen voor de aanpassing aan de klimaatverandering. Eind 2018 hebben 337 Belgische steden en gemeenten het convenant officieel ondertekend, waarvan 121 zich geëngageerd hebben op het adaptatievlak. 

De EU financiert tenslotte adaptatie doorheen verschillende instrumenten zoals de 5 structuur- en investeringsfondsen (zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling – EFRO, het Europees Sociaal Fonds – ESF, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling - ELFPO), het Life-instrument en het solidariteitsfonds van de EU voor natuurrampen.

 

Meer info: