HET EUROPESE EMISSIEHANDELSsYSTEEM (EU-ETS)

Sinds 1 januari 2005 heeft de Europese Unie een systeem van emissiehandel (het European Emissions Trading System of EU-ETS) voor industriële installaties. Het systeem is van toepassing op grote installaties (met een thermische input van meer dan 20 MW), o.a. actief in de industrie, de elektriciteitsproductie en de luchtvaart. Het ETS beslaat meer dan 11.000 installaties en zo’n 45 % van de Europese CO2-uitstoot!

 

 

Het principe is relatief eenvoudig:

  • Bij emissiehandel onder een absoluut emissieplafond ("cap-and-trade") wordt voor een aantal sectoren en installaties een jaarlijks emissieplafond vastgelegd. Door een absolute grens te stellen aan de emissies en hieraan emissierechten te verbinden, wordt er een schaars goed gecreëerd dat ook een economische waarde heeft. Een emissierecht vertegenwoordigt in het EU-ETS het recht om één ton aan CO2 uit te stoten. Het verhandelen van emissierechten moet er toe leiden dat de emissiereducties worden gerealiseerd met zo min mogelijk kosten voor het bedrijfsleven. Het idee is om emissiereducties te laten plaatsvinden daar waar zij het goedkoopst zijn en via handel de totaalprijs van het klimaatbeleid te minimaliseren.
  • Een deel van de emissierechten wordt rechtstreeks aan de operatoren van de installaties toegewezen en een deel wordt geveild. Sinds 2013 worden er geharmoniseerde toewijzingsregels voor de ganse EU toegepast (voor 2013 verliep de toewijzing nog via de lidstaten). De elektriciteitsproducenten moeten hun rechten op de markt of via veiling kopen want die sector ontvangt in regel geen gratis toegewezen emissierechten.
  • Daarnaast wordt een toewijzingsreserve vastgesteld voor nieuwkomers (en voor de uitbreiding van bestaande installaties).
  • Jaarlijks worden de emissierapporten per installatie geverifieerd, eerst door onafhankelijke verificateurs en vervolgens door de bevoegde Belgische autoriteiten.
  • Er is geen sprake van een maximum aantal emissies per installatie. De exploitanten moeten jaarlijks evenveel rechten inleveren als ze werkelijk uitgestoten hebben, op straffe van een boete.

De emissierechten en de transacties met die rechten worden geregistreerd in het Europees register voor broeikasgassen.

 

Een markt met vraag en aanbod

Ondernemingen hebben de keuze:

  • ofwel slagen ze erin hun uitstoot terug te dringen, waarna ze misschien een overschot aan emissierechten kunnen opbouwen, die ze vervolgens kunnen doorverkopen.
  • ofwel kunnen ze hun uitstoot niet voldoende terugschroeven en hebben ze niet genoeg emissierechten. Ze kunnen die dan op de markt of de veiling kopen.

De rentabiliteit van de investeringen in de installaties en de kostprijs van de emissierechten zullen bepalen welke strategie een bedrijf in de praktijk zal toepassen: het zal zijn uitstoot terugdringen als dit goedkoper is dan emissierechten kopen. 

 

Een realisatie in fasen

Het systeem, dat gebaseerd is op de ‘Richtlijn handel in broeikasgasemissierechten’ (Richtlijn 2003/87/EG - geconsolideerde versie), kwam geleidelijk tot stand:

- een testfase (2005-2007)
- een implementatiefase (2008-2012)
- een derde fase (2013-2020)
- een vierde fase  (2021-2030)


De huidige derde fase gaat gepaard met enkele noodzakelijke wijzigingen om het systeem ten opzichte van de twee voorgaande fasen te versterken. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • de opname van de luchtvaart voor vluchten binnen Europa 
  • de consolidering van de Europese registers voor broeikasgassen 
  • één vast emissieplafond voor alle installaties samen, op het niveau van de EU en niet langer op het niveau van elk land 
  • de toewijzingsregels worden voortaan voor de hele EU bepaald 
  • de drempels zijn gebaseerd op de prestaties van de beste installaties (benchmarks), en dus ambitieuzer 
  • het veilingmechanisme wordt het basisprincipe voor het verlenen van emissierechten 
  • de hoeveelheid gratis toegewezen emissierechten zal elk jaar verder afnemen 
  • om niettemin het concurrentievermogen van de ondernemingen te beschermen en ‘koolstoflekkage’ te voorkomen, wordt een groot deel van de emissierechten toch nog kosteloos toegewezen

 

Overschotten op de markt

De emissiehandel functioneert nu net als alle andere volwassen markten maar kampt met een groot overschot aan rechten ten opzichte van de vraag.

Hierdoor is de prijs van de emissierechten gedaald. De financiële crisis heeft tot een grote daling van de productie en dus van de uitstoot geleid, waardoor er een overschot aan ongebruikte rechten in het systeem aanwezig is. Daarnaast was er een instroom van emissiekredieten afkomstig van JI- en CDM-projecten. In de sectoren die niet onder het ETS vallen en in derde landen kunnen projecten eveneens kredieten genereren, die vervolgens massaal werden ingevoerd in het ETS. Dat enorme geaccumuleerde overschot van emissierechten op de markt zal nog lang na de periode 2013-2020 deel van het systeem blijven uitmaken.

In een poging om het overschotprobleem op te lossen heeft de Europese Unie een ‘Market Stability Reserve’ in het leven geroepen die op lange termijn een deel van het overschot zou moeten absorberen en de prijs op een steviger peil zou moeten brengen. 

 

De eigenlijke handel in emissierechten vormt de basis voor het ETS en gebeurt in de Europese registers voor broeikasgassen.

Luchtvaartmaatschappijen die vliegen van of naar Europa moeten vanaf 2012 aan het Europese emissiehandelssysteem deelnemen.

In de derde handelsperiode van het ETS zal het merendeel van de sectoren elk jaar minder emissierechten krijgen. Het restant zal worden geveild

De financiering van projecten met de opbrengst van maximaal 300 miljoen te veilen emissierechten uit de zgn. nieuwkomersreserve

Meer info: