De klimaattop in Durban: belangrijke stappen vooruit in het multilaterale klimaatregime

Van 28 november tot zondag 11 december 2011 ’s morgens – 36 uren na het voorziene einde, ging in de Zuidafrikaanse stad Durban de jaarlijkse VN-klimaatconferentie door. Of de conferentie zou slagen bleef tot op het einde onzeker, maar het liep uiteindelijk goed af, met de goedkeuring van een omvangrijk pakket beslissingen.


De belangrijkste elementen uit dit pakket

De principiële goedkeuring van de voortzetting van het Kyotoprotocol na 2012

Met de politieke beslissing om tijdens de klimaatconferentie in Doha (Qatar) volgend jaar formeel een zgn. tweede verbintenissenperiode onder het Kyotoprotocol te onderschrijven, wordt perspectief geboden op het vrijwaren van het regelgevend kader van Kyoto en werd de baan vrij gemaakt voor de aanvaarding van een onderhandelingstraject voor een globaal bindend akkoord voor alle landen.

Het Durban Platform - routeplan voor een nieuw internationaal bindend akkoord

Met de goedkeuring van het ’Durban Platform for Enhanced Action’ werd formeel ingestemd met de onmiddellijke start van onderhandelingen over een globaal bindend akkoord dat van toepassing zal zijn op alle landen. Die onderhandelingen moeten eind 2015 afgerond zijn. Tegelijkertijd zal er werk van gemaakt worden om het ambitieniveau, dat momenteel niet toelaat de 2°C-doelstelling te halen (1), op te krikken.

Het aanvaarden van dit routeplan lag bijzonder moeilijk voor China en met name ook voor de Verenigde Staten en India. Dankzij een grote coalitie tussen de EU en de meest kwetsbare ontwikkelingslanden (de minst ontwikkelde landen - waarvan vele in Afrika - en de kleine eilandstaten) slaagde men er niettemin in om dit onderhandelingstraject unaniem te laten aanvaarden.

De uitvoering van de akkoorden van Cancún

Minder spectaculair, maar daarom niet minder noodzakelijk waren het verder uitwerken van nadere regels voor de mechanismen en instellingen die tijdens de VN-Klimaatconferentie van Cancún in 2010 werden opgericht en die het internationale klimaatregime vervolledigen. Zo werden de regels over transparantie en rapportering van beleidsacties en emissies of MRV (2) verder uitgewerkt, en werden het ‘Adaptation Committee’, het ‘Technology Mechanism’ en het register voor NAMA’s (3) operationeel gemaakt. Ook over het REDD+ mechanisme voor het vermijden van ontbossing in ontwikkelingslanden (4) en over het gebruik van marktmechanismen werden beslissingen genomen.

De oprichting van het Groene Klimaatfonds en van het ‘Standing Committee’

Op basis van het gedurende 2011 geleverde voorbereidende werk van het ‘Transitional Committee’ werd het Groene Klimaatfonds operationeel gemaakt. Tegelijkertijd werden beslissingen genomen over de samenstelling en de taken van het ‘Standing Committee’, dat moet waken over de samenhang in de internationale klimaatfinanciering.

Nog een lange weg te gaan

Ondanks deze belangrijke stappen voorwaarts, blijven de uitdagingen voor de toekomst enorm. Enkele voorbeelden :

- Het gezamenlijke ambitieniveau van de huidige beleidsvoorstellen blijft ver onder het peil dat vereist is om de 2°C-doelstelling binnen bereik te houden. Het moet een prioriteit blijven om een akkoord te vinden over doelstellingen en maatregelen die de zgn. ’ambition gap’ kunnen dichten, niet alleen op internationaal niveau, maar ook binnen de EU, waar dringend werk zal moeten worden gemaakt van een opstap naar de 30%-emissiereductiedoelstelling.

- Om de tweede verbintenissenperiode onder het Kyoto Protocol echt hard te maken, moeten nog een aantal belangrijke politieke knopen worden doorgehakt : wat met de surplus AAUs (5) ?, hoe lang wordt de tweede verbintenissenperiode ?, zal binnen de EU overeenstemming worden gevonden om een 30%-doelstelling in te schrijven?

- Ook inzake internationale klimaatfinanciering blijft de uitdaging aanzienlijk. Het werkprogramma over langetermijnfinanciering zal tot verdere beslissingen moeten leiden om de tijdens de conferentie van Cancún overeengekomen doelstelling (100 miljard dollar in 2020) ook daadwerkelijk te kunnen realiseren.

- De nadere invulling van principes als ‘equity’ en ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectievelijke capaciteiten’ heeft de conferentie tot op de laatste momenten beheerst. Het onderliggende – en onopgeloste - vraagstuk van een correcte verdeling van de inspanningen voor het beperken van de wereldwijde uitstoot zal in de toekomst nog meer dan voorheen de onderhandelingen domineren, nu de onderhandelingen over een wettelijk bindend akkoord dat alle landen moet afdekkenn van start zullen gaan.

Meer info:

Beslissingen van Durben (In het Engels)
Een uitgebreide verslaggeving (Engels / Frans) en sfeerbeelden

 

(1) Dit wordt treffend geïllustreerd in de update van het UNEP gap-rapport, gepubliceerd aan de vooravond van de klimaatconferentie in Durban

(2) Measuring, Reporting, Verifying

(3) Nationally Appropriate Mitigation Actions: maatregelen voor de beperking of reductie van emissies door ontwikkelingslanden

(4) Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation + Conservation, sustainable management of forests and enhancement of forest carbon stocks

(5) Surplus Assigned Amount Units: Het overschot aan emissierechten dat een aantal landen tijdens de periode 2008-2012 hebben opgebouwd en dat ze zonder bijkomende beslissingen zouden kunnen gebruiken om hun doelstellingen na 2012 te halen, waardoor het werkelijke inspanningsniveau drastisch zou kunnen dalen.