logocop19_-_Warsaw.jpglogocop20_-_Lima.jpg

 Klimaatonderhandelingen in 2014

Van Warschau tot Lima

 

 

Eerste sessie klimaatonderhandelingen 2014 (Bonn, 10 – 14 maart)

In maart werd in Bonn de eerste sessie van de klimaatonderhandelingen in 2014 georganiseerd. Deze bestond uitsluitend uit deel 4 van de tweede sessie van de Ad Hoc Working Group on the Durban Platform for Enhanced Action (ADP 2-4) en beoogde de start van de besprekingen over de inhoud en de elementen van het toekomstige akkoord  van 2015, de facilitering van de discussies over de binnenlandse voorbereiding voor de Intended Nationally Determined Contributions (INDCs), en de bespreking van de opportuniteiten om de pre-2020 ambitie op te drijven met het oog op de aanneming van beslissingen op de klimaattop in Lima, eind 2014. De discussies waren constructief en zorgden ervoor dat er belangrijke discussie-uitgangspunten werden geformuleerd en dat er een contactgroep tot stand kwam die meteen na de opening van de sessie van juni met zijn werkzaamheden van start zou gaan. Op basis van deze besprekingen bereidden de co-chairs van de ADP ook een synthesenota voor met de standpunten die waren uitgewisseld m.b.t. het akkoord van 2015, alsook een voorstel van beslissing over de informatie die bij de INDC’s moet worden gevoegd.

 

Tweede sessie klimaatonderhandelingen 2014 (Bonn, 4 - 15 juni)

In juni werden er opnieuw een klimaatonderhandelingssessie georganiseerd, die twee weken duurde. Als onderdeel hiervan vonden de 40ste sessie van de subsidiaire organen van het UNFCCC (SBSTA 40/SBI 40), en het 5de deel van de 2de sessie van de Ad Hoc Working Group on the Durban Platform for Enhanced Action (ADP 2-5) plaats. Er stonden ook twee ministeriële vergaderingen op het programma : één over de klimaatambitie in het kader van het Protocol van Kyoto, de andere over de pre-2020 actie en het toekomstige akkoord van Parijs. Over het algemeen verliepen deze vergaderingen in een constructieve sfeer, en werd er op een aantal punten concrete vooruitgang geboekt met het oog op de top van eind 2014 in Lima.

De politieke aandacht werd hoofdzakelijk toegespitst op de vier voornaamste onderwerpen :

  • De voorbereiding van een beslissing rond de precieze informatie die de partijen moeten aanreiken wanneer ze hun Intended Nationally Determined Contributions openbaar maken;
  • De definiëring van de elementen die deel zullen moeten uitmaken van het klimaatakkoord van 2015 ;
  • De initiatieven op korte termijn om de klimaatambitie te vergroten;
  • De besprekingen over de uitvoeringsagenda van de beslissingen. 

Bij de start van de ADP-sessie namen de co-voorzitters van dit subsidiaire orgaan (respectievelijk afkomstig uit de EU en uit Trinidad-Tobago) het initiatiefn om een voorstel van beslissing voor te leggen. De belangrijkste elementen daarvan waren:

  • de kalender die werd vastgelegd op de COP van Warschau wordt bevestigd;
  • alle Partijen van het Verdrag (ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden) moeten dezelfde soort informatie bij hun INDC voegen;
  • elke Partij moet bij het communiceren van haar INDC argumenteren waarom deze aansluit bij de 2° of 1,5°-doelstelling en op welke wijze ze ambitieus, rechtvaardig en billijk is ;
  • voorafgaand aan de Conferentie van Partijen in Parijs is er een evaluatiefase van de INDC’s voorzien;
  • het gekozen toepassingsgebied is maximalistisch : naast mitigatiedoelstellingen kunnen de INDC’s ook adaptatiedoelstellingen en financiële ondersteuningsdoelstellingen omvatten.

Dit voorstel werd niet onverdeeld op bijval onthaald door de verschillende landenblokken. De EU stond positief tegenover het feit dat er geen onderscheid werd gemaakt tussen de Partijen, maar verkoos het toepassingsgebied van de INDC’s te beperken tot mitigatie, en de adaptatiemaatregelen en de financiering in parallelle processen op te nemen. De groep van de Like-Minded Developing Countries (China, India, Filippijnen, Venezuela, etc.), deed van haar kant een tegenvoorstel waarin het onderscheid tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden essentieel blijft en waarin de INDC’s voor ontwikkelingslanden vrijwillig blijven, en afhankelijk worden gemaakt van financiële hulp. Gedurende de hele sessie deden ze ook hun best om het gezag van de co-voorzitters aan te vechten door de regelmatigheid van hun demarches in vraag te stellen. Algemeen beschouwd bleef deze bespreking beperkt tot het uitwisselen van heel algemene standpunten, wat het de co-voorzitters mogelijk maakt om hun voorstel van beslissing bij te stellen, zodat het in Lima als onderhandelingsbasis zou kunnen dienen om tot een eindbeslissing te komen.

De bespreking over de elementen van het toekomstige akkoord van 2015 lag sterk in de lijn van de bespreking over de INDC’s. Voorafgaand aan de sessie namen de covoorzitters van de ADP het initiatief om een synthesedocument te laten circuleren met de verschillende elementen uit de standpunten van alle Partijen. Naarmate de sessie vorderde probeerden zij ook de convergentie-elementen te beklemtonen en een procesmatige cyclische benadering voor te stellen ter voorbereiding van, alsook in de na het aflsuiten van het akkoord van 2015:

Graphe-de-Varsovie--Lima-6.jpg

Het betreft dus een dynamisch proces dat is gebaseerd op een regelmatige herziening van de engagementen. De Like-Minded Developing Countries waren de grootste tegenstanders van dit voorstel, en waren de eersten om te wijzen op procedureonregelmatigheden en om te herinneren aan hun visie volgens dewelke het toekomstige akkoord van 2015 zou steunen op aanzienlijke mitigatievoornemens in hoofde van de Annex I-landen en op inspanningen voor de niet-Annex I-landen, mits financiële en technische ondersteuning. Ook werd het belang van adaptatiemaatregelen en van de financiering onderstreept, onder andere door de Afrikaanse Groep, en over deze beide onderwerpen lijkt er een consensus tot stand te komen om de bestaande instellingen te gebruiken.

Tijdens de ADP-besprekingen werd ook het belang van de operationalisering van het Green Climate Fund (GCF) duidelijk voelbaar.  De initiële kapitaalvoorziening voor dit Fonds door de ontwikkelde landen zal in de tweede helft van het jaar een aanzienlijke uitdaging vormen.

Op basis van deze besprekingen zullen de co-voorzitters hun standpuntencompilatie actualiseren, die zou moeten evolueren naar een tekst met diverse elementen voor het akkoord van 2015.

Het opdrijven van de pre-2020 ambitie is een derde punt waarover er in 2014 een beslissing wordt verwacht. Naar aanleiding van deze sessie hebben er twee expertenmeetings plaatsgevonden, één over onder andere steden, ruimtelijke ordening en transport, de andere over de bijdrage van landbouw ,  wouden en bossen. De besprekingen kunnen globaal als positief worden bestempeld, maar de aandacht voor dit onderwerp wordt algemeen als onvoldoende ervaren en het ziet ernaar uit dat het niet makkelijk zal zijn om in Lima tot een belangrijk politiek resultaat te komen. De co-voorzitters hebben desondanks aangekondigd dat ze een voorstel van beslissing zouden uitwerken op basis van de besprekingen die op dit moment worden gevoerd. 

Er is ook interessante vooruitgang geboekt in het kader van de subsidiaire uitvoeringsorganen SBI en SBSTA, onder meer wat de expertendialoog over de evaluatie 2013-2015 van de globale doelstelling, de technologie en de landbouw betreft. Voor andere punten zoals de hervorming van het mechanisme voor schone ontwikkeling (CDM) en de invoering van het verlies- en schademechanisme (loss & Damage), kon er helaas geen enkel akkoord worden gevonden. 

Conclusies

Ondanks de aanzienlijke vooruitgang die in Bonn werd bereikt wordt het steeds duidelijker dat er nog heel veel werk te leveren valt : er resten nog maar 18 maanden tot aan het akkoord van Parijs, en dit zal niet worden gehaald als er in Lima geen belangrijke vorderingen worden gemaakt. Daartoe zullen de Partijen van het Verdrag naar Peru moeten gaan met de ambitie om beslissingen te nemen en dus een compromis te sluiten over alle aspecten van het mandaat van Durban. Om vertrouwen te scheppen en politieke actie te katalyseren, is het belang van de Klimaattop die in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde naties in september door Secretaris-generaal Ban-Ki Moon wordt georganiseerd, niet te onderschatten. 

Nuttige links: 

Samenvatting van de onderhandelingssessie van maart 2014 door IISD Reporting Services

Samenvatting van de onderhandelingssessie van juni 2014 door IISD Reporting Services