logocop21-Paris-150px.jpg

logocop22-Marrakech-150px.jpg

 Klimaatonderhandelingen in 2016

Van Parijs tot Marrakech

 

 

 Onderhandelingssessie in Bonn, van 16 tot 26 mei 2016

Bonn-session-05-2016_400px.jpgHet Akkoord van Parijs dat tijdens de klimaattop van eind 2015 (COP21) bereikt werd, biedt het  nieuwe kader voor het internationaal klimaatbeleid. De eerste onderhandelingsronde na deze klimaattop, die van 16 tot 26 mei 2016 in Bonn doorging, had dan ook als voornaamste doelstelling om de mandaten voor operationalisering van het akkoord te ‘vertalen’ in agenda’s en werkprogramma’s voor de verschillende instellingen onder het VN-Klimaatverdrag.

De onderhandelingen in Bonn startten onder een goed gesternte: COP21 leidde immers in een uitzonderlijk constructieve sfeer tot een breed akkoord, dat in elk van zijn onderdelen ambitie nastreefde. Dit zorgde voor wat de ‘spirit of Paris’ genoemd wordt: onder alle Partijen heerste een grote loyaliteit, zowel voor het akkoord in zijn geheel als voor bepaalde onderdelen die in de eerste plaats de verzuchtingen van bepaalde groepen vertegenwoordigden.

 

Uitdagingen voor de Bonn-meeting

Tussen de klimaattop van Durban (2011) en die van Parijs (2015) werd slechts in één enkel onderhandelingsorgaan (het Durban Platform for Enhanced Action - ADP) over het Akkoord onderhandeld, terwijl  in opvolging van Parijs mandaten gegeven zijn aan tal van organen en dus een complexer onderhandelingslandschap gecreëerd wordt, met:

  • de bestaande constitutionele organen voor adaptatie (Adaptation Comittee), financiering (Green Climate Fund en Standing Committee on Finance) en technologie
  • de reguliere subsidiaire organen van het Klimaatverdrag (SBI en SBSTA), die er o.m. specifieke mandaten voor de marktmechanismen en de ‘global stocktake’ bijkrijgen
  • een nieuwe Ad hoc Working Group on the Paris Agreement (APA), die o.m. belast wordt met de voorbereiding van de inwerkingtreding van het Akkoord van Parijs en dus ook de voorbereiding van de eerste Conferentie van de Partijen van het Paris Agreement (CMA of  Conference of the Parties serving as the Meeting of the Parties to the Paris Agreement).

Een bijkomende uitdaging is de mogelijke vroege inwerkingtreding van het Akkoord van Parijs, zodra een dubbele drempel is overschreden (een ratificatie door 55 landen die samen verantwoordelijk zijn voor minstens 55% van de wereldwijde uitstoot). Tijdens de erg succesvolle ceremonie voor de ondertekening van het Akkoord in New York op 22 april 2016 (177 landen tekenden er !) werd er vooral onder impuls van de VS en de steun van VN-Secretaris-generaal Ban Ki Moon een momentum gecreëerd voor inwerkingtreding in de loop van dit jaar. Dit is uiteraard positief, maar heeft ook een aantal neveneffecten:

  • sommige landen zijn ongerust dat ze bij zo’n snelle inwerkingtreding uitgesloten worden van besluitvorming in de Conferentie van de Partijen bij het Parijs Akkoord (CMA). Ook voor de EU, waar pas in juni het Commissievoorstel voor lastenverdeling tussen de 28 lidstaten wordt ingediend, is dit een zorg.
  • de inwerkingtreding kan leiden tot een CMA-vergadering die plaats vindt nog voor het voorafgaande werk door de APA en de subsidiaire organen is voltooid.

 

Het verloop van de onderhandelingen

In de begindagen van de Bonn-sessie namen de discussies over de agenda voor APA en enkele aanpassingen aan de agenda voor de subsidiaire organen (SBI en SBSTA) een groot deel van de onderhandelingstijd in beslag: een letterlijke inschrijving van de mandaten uit het Parijs Akkoord vertoonde immers een aantal lacunes. Vooral voor adaptatie moesten de agenda’s en werkprogramma van APA en SBI eerst aangepast worden naar de ‘geest van Parijs’.

Het werk voor de subsidiaire organen kon wel al vanaf dag één van start gaan, en het bilan ervan werd door zowat iedereen als positief ingeschat. Een aantal voorbeelden van dit werk:

  • er vonden presentaties en discussies plaats over nationaal klimaatbeleid, waarbij een 10-tal ontwikkelingslanden hun beleid voorstelden en waarbij ook duidelijk lessen werden getrokken voor het toekomstig systeem inzake transparantie en aanrekenbaarheid;
  • er waren presentaties van het IPCC en er werden discussies gevoerd over de rol van de IPCC-rapporten in de de “global stocktake”;
  • op het vlak van adaptatie, financiering, transparantie en aanrekenbaarheid werd van start gegaan met de uitvoering van de mandaten uit het Parijs Akkoord.

Nadat de APA-agendadiscussie een vergelijk had gevonden, verschoof de aandacht naar de organisatie van het werk, die zijn neerslag vond in de APA-conclusies. Voor alle inhoudelijke agendapunten wordt aan delegaties gevraagd om tegen 30 september hun inzichten te presenteren, die door het Secretariaat samengebracht zullen worden in informatie-documenten voor de verschillende agendapunten. Voor de volgende sessies wordt er gewerkt met een enkele contactgroep waarbij er voor alle agendapunten 2 co-facilitatoren worden aangewezen.

Een opvallende vaststelling van deze Bonn-sessie en volledig in lijn met de hoger geschetste complexiteit en decentralisatie in de uitvoering van het Akkoord, was dat er bijzonder veel ruimte werd voorzien voor sessies die het overzicht behielden van de activiteiten onder alle verschillende organen. Dit zal ook naar de toekomst een constante blijven.

Voor de voorbereiding van de verwachte snelle inwerkingtreding van het Akkoord en de uitdagingen die dit met zich meebrengt, voerden het huidige (Franse) en inkomende (Marokkaanse) COP-voorzitterschap consultaties. De optie werd bekeken om CMA bij de eerste zitting – en in het geval dat nog vele landen hun ratificatie niet voltooid hebben – op te schorten en te verdagen naar het volgende jaar. Hierbij wordt aan APA en aan de subsidiaire organen bijkomende tijd gegeven om hun werkzaamheden af te ronden. Een andere optie bestaat erin om het principe van inclusiviteit onder de verschillende organen toe te passen en hiermee dus het feitelijke onderscheid tussen Partijen bij het Akkoord en Observers (nog niet geratificeerd) een tijd niet toe te passen. Deze consultaties toonden dat er een breed draagvlak is om te verzekeren dat alle Partijen die het Akkoord ondertekenden ook effectief betrokken in de besluitvorming over de operationalisering van dit akkoord. Een definitieve oplossing is er evenwel nog niet en kan pas op COP22 in Marrakesh in november 2016 verwacht worden.

Ondanks de enigszins moeizame start, slaagden de Partijen er in Bonn in om het multilaterale onderhandelingsproces na de euforie van Parijs terug op te starten. De operationalisering van de politieke afspraken uit het Akkoord van Parijs houdt nog heel wat uitdagingen voor de komende jaren in.

Het feit dat de Bonn-sessie een nieuw startpunt voor de inhoudelijke discussies is, en er geen andere formele tussentijdse onderhandelingsrondes voor COP22 voorzien zijn, betekent ook dat er uiteraard geen formele beslissingen meer genomen kunnen worden in de aanloop naar COP22. Marokko wil echter wel, zoals ook Frankrijk in voorbereiding van COP21, één of meerdere informele voorbereidende vergaderingen organiseren en voorziet ook  een pre-COP. Voor de agenda van COP22 zal veel nadruk gelegd worden op het lanceren en ‘showcasen’ van onmiddellijke acties, vooral binnen thema’s die vanuit Afrikaans perspectief veel interesse opwekken, zoals landbouw, adaptatie, Loss & Damage en financiering.

In Bonn werd tenslotte ook afscheid genomen van Christiana Figueres, Executive Secretary van het secretariaat van het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC), die uitgebreid in de bloemetjes werd gezet. Vanaf juli zal de Mexicaanse Patricia Espinosa, in 2010 nog voorzitster van COP 16,  de fakkel overnemen, waarbij de functie ook een upgrade krijgt tot ‘Under Secretary General’, hetgeen de status van klimaat binnen de VN verder zou moeten versterken.

 

Uitgebreide verslaggeving en foto’s