Klimaatonderhandelingen in 2019

Van Katowice tot Santiago


SB50_photo-1_950px.png


Onderhandelingssessie in Bonn, van 17 tot 27 juni 2019 

In opvolging van de vorige klimaattop - eind 2018 - in het Poolse Katowice (COP24), onderhandelden de Partijen aan het Klimaatverdrag van 17 tot 27 juni 2019 in Bonn tijdens de 50ste sessie van de Hulporganen van het VN-Klimaatverdrag (SB50).

De politieke aandacht ging er vooral naar:

  • de verdere verfijning van de uitvoeringsregels van de Overeenkomst van Parijs (het Rulebook)
  • de toekomst van de koolstofmarkt
  • het belang van de klimaatwetenschap (het speciale IPCC-rapport over de opwarming met 1,5 °C)
  • de goedkeuring van het budget 2020-2021 van het UNFCCC-secretariaat
  • een mogelijke heroriëntatie van het VN-Klimaatverdrag

 

De verdere verfijning van de uitvoeringsregels

De grote verdienste van COP 24 in Katowice was zonder enige twijfel het bereiken van een akkoord over de uitvoeringsregels van Overeenkomst van Parijs, dat de naam ‘Katowice Rulebook’ meekreeg, die een gecoördineerde implementatie mogelijk moeten maken.

Tijdens de Bonn-sessie werd dit rulebook verder verfijnd, in het bijzonder op het vlak van de transparantie-aspecten. Het betrof hier zeer technische besprekingen over de vorm en inhoud van de verplichte rapporteringen (bv. inventarissen van uitstoot), die van cruciaal belang zijn om een goede internationale opvolging van de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs te kunnen garanderen.

 

De toekomst van de koolstofmarkt

Het grootste hiaat in het Rulebook blijven de uitvoeringsregels voor het Artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs, dat samenwerking tussen de Partijen toelaat bij het realiseren van hun nationale doelstellingen door beroep te doen op de koolstofmarkt.

Het Protocol van Kyoto, dat enkel reductiedoelstellingen aan de industrielanden oplegde, voorzag marktmechanismen (‘flexibiliteitsmechanismen’) die deze industrielanden toeliet een deel van hun uitstootreductie in andere landen te realiseren, in ruil voor uitstootkredieten.

Met de Overeenkomst van Parijs, waarbij van alle Partijen wordt verwacht dat ze hun ‘Nationaal Bepaalde Bijdragen’ (NDC’s of klimaatdoelstellingen of -plannen) realiseren, moet de rol van de koolstofmarkt opnieuw bekeken worden.. Een marktmechanisme kan risico’s inhouden, bv. op dubbeltelling bij de transfer van kredieten, of zou landen kunnen aanmoedigen om hun NDC-doelstelling laag te houden om toch (bijkomende) verhandelbare kredieten te genereren.

Toch wordt er algemeen van uitgegaan dat een marktmechanisme nodig zal zijn om flexibiliteitsredenen, waarbij landen - indien nodig - kredieten kunnen uitwisselen, en om de luchtvaart de mogelijkheid te bieden kredieten in te zetten om emissiereductiedoelstellingen te behalen.

Brazilië blijft op dit vlak een bijzonder harde positie innemen omdat het zijn kredieten uit het Clean Development Mechanism (één van de flexibiliteitsmechanismen onder het Kyotoprotocol) wil behouden en opgespaarde kredieten ook na 2020 wil blijven verhandelen. Maar ook over andere technische hangijzers liggen de visies tussen de Partijen nog ver uit elkaar.

Nadat het in Katowice helemaal was spaak gelopen en er 2 teksten werden doorgeschoven naar Bonn, slaagden de Partijen er nu in om alle elementen en opties samen te brengen in één onderhandelingstekst, die de onderhandelingsbasis zal zijn op COP 25 in Santiago.

 

Het belang van de klimaatwetenschap (het speciale IPCC-rapport over de opwarming met 1,5 °C)

Van bij het begin van de sessie was er een grote controverse ontstaan omdat Saoedi-Arabië weigerde het speciale IPCC-rapport over de opwarming met 1,5 °C van oktober 2018 op de agenda te plaatsen, terwijl dit net het procesmatige compromis was geweest in Katowice, nadat daar geen overeenstemming bereikt kon worden over de manier waarom het UNFCCC proces zou omgaan met dit belangrijke rapport.

Dit rapport presenteert nochtans de meest recente en algemeen aanvaarde wetenschappelijke kennis met betrekking tot de impact van respectievelijk 1,5 °C en 2 °C opwarming en de emissietrajecten, die nodig zijn om de temperatuursverhoging tot 1,5 °C of 2 °C te beperken.

Het aanvaarden van deze wetenschappelijke resultaten is de basis voor alle discussies over de benodigde klimaatambities. Daarom bleven de EU, de coalitie van Eilandstaten en de AILAC-landen (vooruitstrevende Latijns-Amerikaanse landen) er tijdens de ganse sessie op aandringen om de klimaatwetenschap centraal te stellen binnen de debatten.

Uiteindelijk toonde Saoedi-Arabië zich ietwat inschikkelijker en aanvaardde het een aantal procedurele conclusies, die waardering uitdrukken voor het IPCC-rapport en erkennen dat het gebaseerd is op de best beschikbare wetenschappelijke kennis (wat op de COP in Katowice nog onmogelijk was gebleken). Een verwijzing naar de belangrijkste boodschap van het rapport, namelijk dat de wereldwijde uitstoot tegen 2030 met 45% moet dalen t.o.v. 2010 en tot netto nul emissies moet herleid worden in 2050 om de opwarming te beperken tot 1,5 °C, bleek echter niet haalbaar.

 

De goedkeuring van het budget 2020-201 van het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC)

Op de laatste dag van de sessie werd een akkoord bereikt over een toename met 5% van het UNFCCC-budget voor de twee komende jaren. Deze budgettoename ligt gevoelig lager dan de door het UNFCCC-secretariaat gevraagde 21%, het goede nieuws is wel dat het secretariaat nu niet in liquiditeitsproblemen komt omdat het niet tot na COP 25 hoeft te wachten om de nodige administratieve procedure op te starten. Het budget heroriënteert taken in functie van prioriteiten van Paris Agreement. De ontwikkelingslanden, die vaak tegen een budgetverhoging waren, waren vooral vragende partij om de door de Overeenkomst van Parijs ‘opgerichte organen’ (zoals voor ‘Loss & Damage’ en ‘responsmaatregelen’) van voldoende financiering te voorzien.

 

Een mogelijke heroriëntatie van het VN-Klimaatverdrag

De EU lanceerde in Bonn een discussie over de heroriëntering van het UNFCCC-proces, weg van het klassieke onderhandelingsorgaan naar een meer open proces dat nodig is voor het verhogen van de ambitie (op het vlak van de uitstootreductie) en het faciliteren van de implementatie.

Dit vergt meer gerichtheid op de synergie met andere instellingen, een betere informatie-uitwisseling met de in Parijs opgerichte gespecialiseerde constitutionele organen, en het centraal stellen van het ambitiemechanisme. Ook de betrokkenheid met stakeholders en de verlenging van de Klimaatactie-agenda die zich buiten het intergouvernementele gebeuren bevindt, zullen in deze context worden bekeken. Deze discussies zullen in 2020 sterk aan de orde zijn.

 

Tot slot…

Verder werd ook een akkoord bereikt over de modaliteiten voor de herziening van het Warsaw International Mechanism on Loss and Damage, die zal plaats vinden op COP 25, en van groot belang is voor de meest kwetsbare landen, in het bijzonder in scenario’s waarin het ambitieniveau niet gevoelig verhoogt, en de klimaatimpact dus aanzienlijk dreigt te worden.

Ook het onderhandelingsproces over het volgende Gender Action Plan, dat door het Chileense voorzitterschap als een belangrijk resultaat voor COP 25 wordt gezien, werd opgestart op SB 50.



SB50_photo-2_950px.png