Wat waren de uitdagingen voor de COP21 ?

COP 21 was een bijzondere klimaatconferentie. Het was immers de bedoeling om er het ‘Akkoord van Parijs’ aan te nemen, dat een nieuwe mijlpaal moest worden in het multilaterale klimaatbeleid. Het moest immers voldoen aan de volgende verwachtingen:

  • wereldwijd : waar onder het Kyoto Protocol enkel de industrielanden doelstellingen voor vermindering van de uitstoot hebben, zullen onder het nieuwe akkoord alle landen inspanningen leveren
  • ambitieus : het akkoord moet de wereld op weg zetten om de temperatuursverhoging onder de 2°C te houden in vergelijking met het pre-industriële niveau
  • billijk : alle landen moeten een inspanning leveren, die in verhouding staat met hun ontwikkelingsniveau en die rekening houdt met de noden van de kwetsbare landen en gemeenschappen
  • juridisch bindend : wettelijk bindende doelstellingen zijn de sterkst mogelijke uiting van politieke wil, en geven een sterk signaal naar beleidsmakers en investeerders wereldwijd

Dit klimaatakkoord moet ingaan in 2020. Maar op de klimaattop van Durban (2011) werd er binnen het 'Durban-platform' (ADP) ook een onderhandelingsmandaat uitgewerkt om de ambitie in de periode voor 2020 te verhogen (workstream 2).

 

Elementen voor het Akkoord van Parijs

De onderhandelingen om tot een akkoord te komen, hadden betrekking op de volgende elementen:

  • Wettelijke vorm : Het onderhandelingsmandaat van Durban verwijst naar een protocol, een ander wettelijk instrument of een overeengekomen uitkomst met wettelijke kracht, maar deze discussie en andere juridische aspecten zijn nog niet beslecht.
  • Differentiatie : Het Akkoord van Parijs is van toepassing op alle partijen maar valt onder het VN-Klimaatverdrag, en dus gelden de principes van dit Verdrag. In deze context is de grote vraag hoe het principe van ‘gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectievelijke capaciteiten’ ingevuld zal worden’.
  • Belangrijke thematische elementen van het akkoord waren verder :
    • Aanpassing (adaptatie)
      • kwantitatieve doelstelling (Afrika) versus kwalitatieve doelstelling (EU)
      • de versterking van het bestaand beleid en instellingen vs. de oprichting van nieuwe instellingen
      • de financiering van adaptatie (specifieke bronnen/kanalen)
      • de invoering van een 5-jarige cyclus (mutatis mutandis)
    • 'Loss and Damage'
      • compensatie (controversieel-polariserend)  vs. solidariteitsmechanismen en risicospreiding - verzekeringsprincipe (mogelijk compromis – zie ook G7)
    • Financiering
      • wie draagt bij tot de post-2020-klimaatfinanciering en op welke manier (EU : verbreding van de donorenbasis vs. ontwikkelingslanden : Bijlage 2-landen aan het verdrag) en wie ontvangt?
      • bijkomende innovatieve financieringsbronnen (heffing op bunker fuels, FTT, bijdrage van de koolstofmarkt)