Mogelijke beleidsmaatregelen

Nadat het Klimaatverdrag alle Partijen had verplicht de nodige programma’s met maatregelen in te voeren die de klimaatverandering moesten tegengaan, legt ook het Protocol de industrielanden op om beleidsmaatregelen uit te werken of bij te sturen. Het Protocol lijstte wel een aantal mogelijke beleidsmaatregelen op, maar deze lijst is niet limitatief of bindend

  • het bevorderen van energie-efficiëntie
  • de bescherming en uitbreiding van de koolstofputten (zie hieronder)
  • de bevordering van duurzame landbouw en duurzaam bosbeheer
  • de bevordering van hernieuwbare energiebronnen en milieuvriendelijke technologieën
  • marktinstrumenten, fiscale maatregelen,…
  • structurele hervormingen in relevante sectoren
  • de beperking of reductie van de uitstoot van broeikasgassen in de transportsector
  • het afvalbeheer

Koolstofputten

Om de reductiedoelstellingen te halen, kunnen landen niet alleen de uitstoot van broeikasgassen verminderen maar ook CO2 onttrekken aan de atmosfeer, bv. door het aanplanten van bossen.

Het Protocol voorziet immers dat de invloed van bebossing en ontbossing in de reductiedoelstelling wordt meegeteld. De hoeveelheid koolstofdioxide die wordt vastgelegd door bebossing (bomen nemen tijdens het proces van de fotosynthese koolstofdioxide uit de lucht op) mag dan afgetrokken worden van de totale CO2- uitstoot. Op die manier kan de reductiedoelstelling gemakkelijker worden gehaald.

Alle processen, activiteiten of mechanismen die een broeikasgas uit de atmosfeer opnemen, worden “koolstofputten” (sinks) genoemd.

Deze lijst is echter slechts indicatief. De Europese Unie wilde destijds dat deze meer bindende kracht zou hebben, maar dat werd door andere landen (en met name de Verenigde Staten) ervaren als een inbreuk op hun nationale soevereiniteit.