giec-rapport-special-terres_950px.jpg

Speciaal IPCC-rapport over het verband tussen klimaatverandering en bodemgebruik

Op 8 augustus 2019 publiceerde het IPCC zijn “Speciaal rapport over klimaatverandering, verwoestijning, degradatie van bodems, het duurzaam beheer van gronden, de voedselveiligheid en de flux van broeikasgassen in de terrestrische ecosystemen”, goedgekeurd tijdens 50ste plenaire sessie van het IPCC (Geneve, 2-6 augustus 2019).
Op basis van de meest recente wetenschappelijke gegevens bestudeert dit rapport van het IPCC het verband tussen de klimaatverandering en de verschillende bodembestemmingen: het maakt het een stand van zaken op van de impact van klimaatverandering op de bodems, van de methoden voor bodembeheer die kunnen bijdragen tot klimaatmitigatie en tot klimaatadaptatie, en van de vragen rond de voedselveiligheid.

Het betreft een “speciaal” rapport, volgend op rapport gewijd aan de impact van een klimaatopwarming van 1,5 °C, werd in oktober 2018 gepubliceerd. Een 3de speciaal rapport, gewijd aan de oceanen en de pool- en ijskappen, is in voorbereiding en wordt in september 2019 verwacht.

Het rapport maakt deel uit van de 6de evaluatiecyclus van het IPCC, die in 2021-2022 zal afgesloten worden met de publicatie van verschillende volumes die samen het 6de evaluatierapport uitmaken, en van het syntheserapport.

Het geheel van deze rapporten vertegenwoordigt de belangrijkste wetenschappelijke bijdrage waarmee rekening wordt gehouden tijdens de internationale klimaatonderhandelingen. De twee speciale rapporten uit 2019 zullen officieel voorgesteld worden tijdens de volgende conferentie van de partijen van het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC), die plaats zal vinden in Santiago (Chili) in december 2019 (COP25).


Enkele kernboodschappen:

  • Bodems zijn zowel bronnen als ‘putten’ (opslagplaatsen) van broeikasgassen:
    • de menselijke activiteiten die aan het bodemgebruik verbonden zijn (landbouw, bosbouw en andere bodemgebruiken) zijn verantwoordelijk voor 23% van de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen;
    • ten gevolge van de verhoging van de CO₂-concentratie in de atmosfeer absorberen de natuurlijke ecosystemen een deel van deze uitstoot (29% van de totale CO₂-uitstoot).
  • Sinds de pre-industriële periode (1850) is de temperatuur aan het bodemoppervlak twee keer meer toegenomen dan het wereldgemiddelde; de klimaatverandering heeft bijgedragen tot de verwoestijning, de degradatie van bodems en een lagere voedselveiligheid in verschillende gebieden in de wereld. Volgens alle scenario’s voor de uitstoot van broeikasgassen worden in de toekomst nog zwaardere gevolgen voorspeld.
  • De klimaatverandering veroorzaakt een bijkomende stress op de gronden, verhogen de huidige risico’s die wegen op de bestaansmiddelen, de biodiversiteit, de gezondheid, de infrastructuren en de voedselsystemen. Sommige streken zullen bijzonder ernstige gevaren lopen.
  • De meeste terrestrische ecosystemen zijn kwetsbaar voor klimaatverandering. Tal van praktijken van duurzaam bodembeheer laten echter toe om de opwarming af te remmen en de effecten ervan op de ecosystemen en de maatschappij af te zwakken, verwoestijning en bodemdegradatie tegen te gaan, en de voedselveiligheid te verhogen. Deze praktijken kunnen ook een positieve bijdrage leveren om de doelstellingen van een duurzame ontwikkeling te halen.
  • De grootschalige ontplooiing van gewassen voor energetische doeleinden (biomassa-energie en biobrandstoffen), al dan niet in combinatie met technieken voor de opvang en opslag van CO₂, houdt risico’s in op verwoestijning, bodemdegradatie en de voedselveiligheid.
  • De responsmaatregelen met betrekking tot de productieketen van voedsel, van de productie tot aan de consumptie (met inbegrip van de wijziging van de diëten), kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen op middellange en lange termijn, de verhoging van de voedselveiligheid en een duurzamer beheer van de bodems.
  • Een snelle vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, die het mogelijk maakt de opwarming ruim onder de 2 °C (t.o.v. de pre-industriële periode ) te houden, zou de negatieve impact van klimaatverandering op de terrestrische ecosystemen en het voedselsysteem beperken. Elke bijkomende vertraging in het nemen van maatregelen voor het terugschroeven van de uitstoot of voor adaptatie zou tot een verhoging van de kosten leiden en een negatieve sociale impact hebben. In tal van sectoren is de kost verbonden aan een gebrek aan maatregelen op het vlak van uitstootvermindering en van de strijd tegen verwoestijning en bodemdegradatie, groter dan de kost van een onmiddellijke actie.

Meer informatie: