De opwarming van de aarde

Wereld

Sinds decennia berekent de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) de gemiddelde temperatuur aan de oppervlakte van de aarde op basis van gegevensbestanden van 5 verschillende internationale bronnen (NOAA, NASA GISS, Met Office/UEA, Copernicus Climate Change Service en Japan Meteorological Agency).

Het resultaat van deze berekeningen is erg sprekend, zoals de onderstaande grafiek aangeeft:

Jaarlijkse gemiddelde temperatuur van het aard- en oceaanoppervlak in vergelijking met de pre-industriële periode

eea-global-average-temperature-2017-800px.png

Bron: WMO en het Europees Energie Agentschap (EEA)

 

De vaststellingen van deze onderzoeken zijn minstens verontrustend te noemen:

    • De 20 warmste jaren komen alle binnen de laatste 22 jaar voor.
    • De 4 laatste jaren (2015 à 2018) waren de warmste die ooit waargenomen werden, met gemiddelde wereldtemperaturen aan het oppervlak van (meer dan) 1,0 °C boven de pre-industriële referentieperiode (1850-1900):

 

Opwarming in vergelijking tot de pre-industriële referentieperiode
(1850-1900) 

2016

+1,2°C

2017

+1,1°C

2015

+1,1°C

2018

+1,0°C

De gemiddelde wereldtemperatuur van 2018 is 0,38 °C hoger dan het langetermijngemiddelde voor de periode 1981-2010 (14,3 °C). Deze periode van 30 jaar wordt gebruikt om de evolutie van langetermijngemiddelden en de interjaarlijkse variabiliteit in belangrijke klimaatparameters zoals de temperatuur, de neerslag en de wind te evalueren.





Het wordt nog warmer!

De voorspellingen omtrent de gemiddelde wereldwijde opwarming tegen 2100 zijn sterk afhankelijk van de emissiescenario’s die men hanteert. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat de Verenigde Naties bijstaat op wetenschappelijk vlak, verwacht tot 2100 ten opzichte van de periode 1986-2005 een gemiddelde temperatuurstijging op aarde van 0,3 tot 1,7 °C (bij de meest ambitieuze scenario’s voor emissieverlaging) en 2,6 tot 4,8 °C (bij de minder ambitieuze scenario’s). NB: Om 1850-1900 als referentieperiode te gebruiken, moet nog eens 0,6 °C toegevoegd worden.

Om een gemiddelde temperatuur te vinden die 2 °C boven de huidige ligt, moeten we 2 miljoen jaar teruggaan. De gemiddelde stijging zoals voorzien door het IPCC (ongeacht het emissiescenario) zal dus ongetwijfeld gevolgen hebben voor onze planeet en voor de mensheid.

surface-temperature-scenarios_LR.jpg  

Wereldwijde gemiddelde temperatuurverandering van het aardoppervlak 
(historiek + verschillende scenario's, met de gemiddelde waarde voor de periode 2081-2100 uiterst rechts)


Het IPCC heeft hier gebruikgemaakt van een nieuwe reeks scenario’s, de ‘Representatieve Concentratiepaden’ (RCP’s); die scenario’s bevatten meestal economische, demografische, energetische en eenvoudige klimaatelementen. De scenario’s variëren van een "sterke mitigatie" (RCP 2,6) tot een scenario van aanhoudende toename van de uitstoot (RCP 8,5: ‘business as usual’). De temperatuurstijging wordt geraamd ten opzichte van de periode 1986-2005. 

De temperatuurverandering van het aardoppervlak zal niet overal gelijk zijn, maar alle scenario’s gaan ervan uit dat het noordpoolgebied sneller zal opwarmen dan de rest van de aarde en dat de gemiddelde opwarming groter zal zijn aan het oppervlak van de continenten dan aan het oceaanoppervlak.

Het is wel bijna zeker dat de meeste regio’s meer extreem warme temperaturen zullen vertonen en minder extreem koude temperaturen. Bovendien zullen er zeer waarschijnlijk meer en langere hittegolven komen, maar dat sluit niet uit dat we af en toe ook buitengewoon strenge winters zullen meemaken.

 

surface-temperature-extreme_scenarios.jpg

Verandering in gemiddelde oppervlaktetemperatuur (1986-2005 tot 2081-2100)


Deze grafiek toont voor 2 extreme scenario’s van het IPCC (het meest ambitieuze - RCP 2,6 – en het minst ambitieuze - RCP 8,5 – op het vlak van de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen) de opwarming van het aardoppervlak aan het einde van deze eeuw, ten opzichte van de periode 1986 – 2005. De kleurenschaal geeft duidelijk de regionale verschillen aan: een hogere opwarming op het noordelijk halfrond en een bijzonder sterke opwarming aan de Noordpool. Ook illustreert ze het feit dat de aardopwarming op langere termijn hoger zal zijn dan de oceaanopwarming.

RCP 2,6 is het enige scenario waarmee de wereldwijde opwarming onder de 2°C kan worden gehouden, maar daarvoor is op relatief korte termijn wel een aanzienlijke verlaging van de antropogene uitstoot van broeikasgassen nodig:

  • in 2050: 40 tot 70 % minder uitstoot dan in 2010
  • in 2100: uitstoot gelijk aan nul

 

In Europa

Evolutie tot nu toe

De jaarlijkse gemiddelde temperatuur op het land lag voor het laatste decennium (2008-2017) 1,6 °C tot 1,7 °C boven het pre-industrieel niveau, wat maakt dat dit decennium het warmste is dat ooit werd waargenomen.

Europese gemiddelde jaartemperatuur op het land in vergelijking met de pre-industriële periode

eea-europe-average-temperature-2017-800px.png
Bron: Europees Energie Agentschap (EEA)

 

Het aantal « warme » dagen (die de drempel van het 90ste percentiel van een referentieperiode overschrijden) is tussen 1960 en 2017 verdubbeld op het ganse Europese grondgebied.

Projecties

Er wordt verwacht dat de gemiddelde jaartemperatuur van de bodem op het land tegen het einde van de eeuw (2071-2100 in vergelijking met 1971-2000) volgens het ‘RCP 4.5’-scenario met 1,0 à 4,5 °C of met het ‘RCP 8.5’-scenario met 2,5 à 5,5 °C zal stijgen, wat een grotere toename is dan de voorziene stijging van het wereldgemiddelde. De grootste opwarming wordt in de winter in het noordoosten van Europa en in Scandinavië verwacht, en in de zomer in het zuiden van Europa.

eea-europe-projections-2017-800px.png

Verwachte temperatuurwijzigingen (in °C) van de lucht vlakbij het oppervlak voor het volledige jaar (links), de zomer (midden) en de winter (rechts) gedurende de periode 2071-2100 (in vergelijking met de referentieperiode 1971-2000) voor twee mogelijke RCP-scenario’s: ‘RCP 4.5’ (boven) en ‘RCP 8.5’ (onder).


In België

> Informatie op deze pagina.

 

 

MEER INFO: