/ News / /

De uitstoot in de EU en in België was in 2011 lager dan verwacht. Maar volstaat dit ?

De uitstoot van broeikassen in de EU daalde in 2011 met 3,3% tot 18,4% onder het uitstootniveau van 1990 (het referentiejaar). Dat is de kernboodschap van een rapport dat door het Europees Milieuagentschap (EMA) opgesteld en officieel aan het secretariaat van het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC) meegedeeld werd.

Dankzij deze daling werd in 2011 het laagste uitstootniveau van broeikasgassen sinds 1990 bereikt. Als we ook de uitstoot van de internationale luchtvaart in de cijfers opnemen, dan daalde het niveau tot 17% onder het 1990-niveau. Deze daling met 3,3% (ondanks een stijging van het BBP met 1,6%) is volgens het EMA echter grotendeels te danken aan de zachtere winter in 2011 (in vergelijking met deze van 2010), waardoor de vraag naar gebouwenverwarming daalde. De grootste daling van de uitstoot werd dan ook genoteerd in de private en tertiaire gebouwen. Het rapport maakt echter ook melding van een stijgend verbruik in koolstofintensieve brandstoffen zoals steenkool, een daling van de productie van hydro-elektriciteit en een afgenomen aardgasverbruik.

Trends in de uitstoot van broeikasgassen in de EU in vergelijking met 1990 (het referentiejaar voor het Kyoto Protocol)

Andere bevindingen

Ongeveer twee derden van de daling werd gerealiseerd in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. De grootste toename in absolute uitstootvolumes werd genoteerd in Roemenië, Bulgarije en Spanje.
Het verbruik van fossiele brandstoffen daalde in de EU met 5%, maar de gemiddelde koolstofintensiteit ervan steeg met bijna 2% tussen 2010 en 2011 door een verhoogd gebruik van vaste brandstoffen zoals antraciet en bruinkool. Het verbruik van vloeibare brandstoffen daalde met 4%, dat van aardgas met bijna 11%. Het verbruik van biomassa steeg met minder dan 1%.
Het verbruik van energie afkomstig van hernieuwbare bronnen kende de tweede grootste percentuele terugval in de laatste 21 jaar, voornamelijk door een beduidend lager aandeel in de productie van hydro-elektriciteit. Wind- en zonne-energie daarentegen bleven in 2011 sterk stijgen.
Het aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproductie daalde in 2011 eveneens in vergelijking tot 2010, voornamelijk door de sluiting van centrales in Duitsland.
De uitstoot van het wegtransport daalde voor het vierde opeenvolgende jaar. De uitstoot van internationale lucht- en scheepvaart daarentegen steeg.


En in België ? Geen reden voor zelfgenoegzaamheid…

In België daalde de uitstoot in 2011 (zonder LULUCF - de sector van het land- en bosgebruik) tot 120,2 miljoen ton CO2-equivalenten, wat 11,6 miljoen ton (of 8,8%) lager is dan in 2010, 16,5% lager dan in 1990 en 17,5% lager dan het referentiejaar. [1] Op het eerste gezicht geven deze resultaten de indruk dat België zijn Kyoto-doelstelling (-7,5% in 2012) gemakkelijk haalt. Enige nuance is daarbij echter op zijn plaats, want de Belgische Kyoto-doelstelling is uitgesplitst in afzonderlijke doelstellingen, enerzijds voor de sectoren die deelnemen aan het Europese emissiehandelsysteem (ETS) en anderzijds voor de "niet-ETS"-sectoren, zoals transport, de gebouwenverwarming e.d. Met name in deze laatste sectoren heeft België momenteel nog een tekort weg te werken (Meer details).

Het Europese Semester… niet alleen begroting, maar ook klimaatverandering

Het zgn. Energie/Klimaatpakket legt aan alle EU-Lidstaten ook doelstellingen op voor de middellange termijn. België moet in de sectoren die niet onder het ETS vallen (transport, gebouwenverwarming,…), de uitstoot in 2020 met 15% verminderen ten opzichte van 2005 en moet er tevens voor zorgen dat 13% van het finale energieverbruik van hernieuwbare energiebronnen afkomstig zal zijn tegen 2020. Op 29 mei 2013 heeft de Europese Commissie zogenoemde landenspecifieke aanbevelingen aangenomen in het kader van het Europees Semester. Het is in deze context dat in de media onder meer sprake was van een eventuele boete voor België in het kader van het begrotingstekort. Maar de aanbevelingen van de Commissie gaan niet over de begroting alleen.

In haar voorafgaande analyse stelde de Europese Commissie onder meer: “Volgens de laatste projecties staan de volgende lidstaten het verst af van hun 2020-doelstelling: Malta, Luxemburg, Ireland, België, Spanje, Griekenland, Oostenrijk en Litouwen.” (Meer details)

De eerder dit jaar aan de Europese Commissie meegedeelde officiële projecties geven aan dat dit tekort voor België 11% zou bedragen. (bron: NIR)

Bron: Europese Commissie

De Europese Commissie stelt in zijn aanbevelingen voor België (COM(2013) 351 final) dan ook “… dat België zijn reductiedoelstelling van 15 % zal missen. Het blijft onduidelijk hoe de afzonderlijke initiatieven die door de diverse overheden worden genomen, moeten garanderen dat de doelstelling wordt gehaald, of hoe de inspanning over de gewesten zal worden verdeeld. Met name wat vervoer en gebouwen betreft, blijft onduidelijk welk effect de gecombineerde maatregelen ter vermindering van de emissies zullen sorteren. Het fileprobleem vormt een bijzonder zware belasting voor de Belgische economie. Deze last wordt zelfs op niet minder dan 2 % van het bbp geraamd en is daarmee een van de hoogste in Europa. De invoering van het nieuwe systeem voor de heffing van verkeersbelasting in de drie gewesten is echter uitgesteld tot 2016” - http://ec.europa.eu/europe2020/europe-2020-in-your-country/belgium/country-specific-recommendations/index_en.htm)

De Commissie beveelt daarom aan dat België in de periode 2013-2014 actie onderneemt om: “Concrete maatregelen te treffen en afspraken te maken over een duidelijke taakverdeling tussen de federale en gewestelijke overheden om vooruitgang te boeken bij de verwezenlijking van de doelstellingen voor het verminderen van de broeikasgasemissies van niet onder de emissiehandelsregeling vallende activiteiten, en met name van vervoer en gebouwen.”

Ook wat de hernieuwbare energiebronnen betreft, is de analyse van de Commissie streng: “Alhoewel de meeste lidstaten hun interim-doelstellingen voor 2011/2012 bereikt hebben, is er geen reden voor zelfingenomenheid. Het indicatieve traject van de Richtlijn Hernieuwbare energie is immers vrij plat in het begin van de periode tot 2020, maar stijgt sterk naar het einde toe. Zes lidstaten (België, Frankrijk, Letland, Malta, Nederland en het Verenigd Koninkrijk) hebben hun tussentijdse doelstellingen nog niet bereikt.”

Renewable sources accounted for 13%

De onderhandelingen over de verdeling van de inspanningen tussen de federale overheid en de 3 gewesten lopen momenteel in de Nationale Klimaatcommissie