/ Persbericht / /

De CO2-concentratie in de atmosfeer overschrijdt de historische grens van 400 ppm. Maatregelen in alle sectoren dringen zich steeds sterker op

Enkele dagen geleden raakte bekend dat op het wereldreferentie- meetstation voor CO2-concentratie op Mauna Loa (Hawaï) een historische hoge drempel van meer dan 400 ppm (parts per million) werd overschreden. De aarde heeft sinds het plioceentijdvak – meer dan 3 miljoen jaren geleden, waarin het klimaat op aarde veel warmer was dan momenteel – geen dergelijke concentraties meer gekend. De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Melchior Wathelet, roept dan ook alle politici, sectoren, middenveldorganisaties, gezinnen,… om de inspanningen voor de reductie van de uitstoot van broeikasgassen op te drijven om zo een globale temperatuurstijging van meer dan 2°C te voorkomen.

Wetenschappelijk onderzoek (o.m. boringen in het poolijs) heeft aangetoond dat de CO2-concentraties in de 800.000 jaar voor de start van de industriële evolutie (rond 1750) en van het massaal aanwenden van fossiele energiebronnen nooit boven de 300 ppm geklommen zijn. Maar sindsdien zijn die CO2-concentraties gradueel - en in de laatste decennia steeds sneller – blijven stijgen. Waar Charles Keeling in 1958 bij de start van zijn metingen op Mauna Loa nog een concentratie van 317 ppm optekende, bereikte deze concentratie op 9 mei 2013 al een waarde van 400,03 ppm.

Deze grens van 400 ppm mag dan misschien symbolisch lijken, de effecten van een klimaatopwarming zijn dat veel minder. Wetenschappers geven daarom al jaren aan dat de CO2-concentratie in de atmosfeer op termijn teruggebracht moet worden tot 350 ppm om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde beneden de 2°C ten opzichte van het pre-industrieel temperatuurniveau te houden.

Op politiek vlak wordt dit standpunt gelukkig gevolgd: op de klimaattop van Kopenhagen (2009) werd de noodzaak van een dergelijke 2°C-doelstelling erkend, en op de top van Cancún (2010) heeft de internationale gemeenschap zich effectief tot doel gesteld deze doelstelling te realiseren. Deze doelstelling kan slechts bereikt worden via een drastische reductie van de uitstoot van broeikasgassen, met minimum 50% in 2050 t.o.v. 1990 (wat reducties in de grootte-orde van 80 à 95% voor de geïndustrialiseerde landen impliceert) Tegelijkertijd moet echter vastgesteld worden dat de voorgenomen inspanningen niet voldoen om deze doelstellingen te bereiken.

Melchior Wathelet rekent daarom op de inzet van alle geledingen van onze maatschappij om verregaande inspanningen te leveren en de uitstoot van broeikasgassen sterk aan banden te leggen. Het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (offshore-windenergie, biobrandstoffen van de volgende generatie,…), een grotere energie-efficiëntie van gebouwen en apparaten, de keuze van milieuvriendelijke transportmiddelen, een aangepast gedrag (mobiliteit, voeding,…) zijn enkele middelen die de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk kunnen terugdringen.

Maar uiteraard moet ook de politiek haar werk doen. Wathelet roept dan ook zijn regionale collega’s om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen over de lastenverdeling (‘burden sharing’) van de Belgische reductiedoelstelling tegen 2020 tussen het federale niveau en de gewesten en over de internationale klimaatfinanciering die ontwikkelingslanden moet bijstaan (o.m. in hun aanpassing aan de klimaatwijzigingen). De federale Dienst Klimaatverandering organiseert hierover trouwens op 15 mei 2013 een internationale workshop. En hij roept eveneens op om op Europees niveau te blijven pleiten voor het opschroeven van de Europese reductiedoelstelling van -20% naar -30% tegen 2020 (in vergelijking met het niveau in 1990).

Meer info:
Luc Dries, federale Dienst Klimaatverandering, luc.dries@milieu.belgie.be, tel. 02 524 95 39, 0473 338 340