/ Pro News / /

Nieuwe Europese klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030

Voortbouwend op het in 2008 goedgekeurde klimaat/energie-pakket met de 20/20/20-doelstellingen voor het jaar 2020, en op de stappenplannen voor 2050 voor energie en voor een concurrerende koolstofarme economie, legde de Europese Commissie op 22 januari 2014 haar plannen op tafel voor een reeks doelstellingen voor het jaar 2030.

Het pakket voorziet een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 40% (t.o.v. 1990), een op EU-vlak bindende doelstelling van minstens 27% hernieuwbare energie en enkele maatregelen die een veilig en competitief energiesysteem moeten verzekeren. Het voorstel moet wel nog naar de Europese Raad (waar het waarschijnlijk op 20 en 21 maart besproken wordt) en naar het Parlement.

 De belangrijkste elementen van het beleidskader voor 2030 zijn:

1. Een bindende (uitsluitend door interne maatregelen te bereiken) reductiedoelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen van 40% t.o.v. de uitstoot in 1990:

  • ETS-sectoren: in de sectoren die onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS) vallen, wordt de jaarlijkse vermindering van het “emissieplafond” verhoogd van 1,74%/jaar tot 2,2% na 2020
  • Niet-ETS-sectoren: de overige sectoren moeten tegen 2030 met 30% verminderd zijn t.o.v. de uitstoot in 2005. Deze inspanning moet evenwichtig verdeeld worden onder de lidstaten.  

2. Een op EU-vlak bindende doelstelling van minstens 27% hernieuwbare energie:

Deze doelstelling zal niet ‘vertaald’ worden in individuele nationale reductiedoelstellingen, wat de lidstaten de nodige flexibiliteit moet geven in het aanpassen van hun energiesystemen in functie van de nationale voorkeuren en omstandigheden. Het bereiken van deze doelstelling zou verzekerd worden via een nieuw beheersysteem gebaseerd op nationale energieplannen (zie verder).

3. Een herziening van de energie-efficiëntie-richtlijn later dit jaar:

De rol van de energie-efficiëntie-richtlijn van december 2012 zal geëvalueerd worden tegen het einde van 2014. Eventueel zullen amendementen uitgewerkt worden. De nationale energieplannen van de lidstaten zullen ook een energie-efficiëntieluik moeten hebben.

4. Een hervorming van het emissiehandelssysteem (EU-ETS):

De Commissie wil een markt-stabiliserende reserve op te bouwen tegen het begin van de volgende ETS-handelsperiode in 2021. Deze reserve moet zowel het probleem van het recentelijk opgebouwd overschot aan uitstootrechten oplossen en de handel via een automatische regeling van de veilingen van rechten schokbestendiger maken. Deze maatregelen gaan hand in hand met eerder besliste vertraging in de veiling van rechten tot 2019-2020 (de zgn. 'back-loading').  

5. Een aantal indicatoren om de geboekte vooruitgang te meten en om een basis te leveren voor het beleidswerk:

Deze indicatoren hebben o.a. betrekking op energieprijsverschillen met belangrijke handelspartners, de diversifiëring van het aanbod, de aanwending van eigen energiebronnen, en de interconnectiecapaciteit tussen de lidstaten.

6. Een nieuw beheersysteem (governance systeem):

De lidstaten zullen nationale plannen voor een concurrerende, zekere en duurzame energievoorziening moeten uitwerken. Deze plannen, waarvoor de Commissie nieuwe richtsnoeren zal uitwerken, zullen investeerders grotere zekerheid bieden en zorgen voor grotere transparantie, betere samenhang, EU-coördinatie en toezicht. Een continu proces tussen de Commissie en de lidstaten zal ervoor zorgen dat de plannen ambitieus genoeg zijn, en zal de samenhang en naleving op langere termijn moeten waarborgen.

Meer informatie:

Over de energie-aspecten: http://ec.europa.eu/energy/2030_en.htm

Over de klimaataspecten: http://ec.europa.eu/clima/policies/2030/index_en.htm

De mededeling van de Commissie: http://ec.europa.eu/energy/doc/2030/com_2014_15_en.pdf